Garth- Oorkonde.
Koenraad van Dalehem bezat een "mansus of hoeve " genoemd Garyh ( later Gerhagen ) te Tessenderlo als allodium of eigengoed d.i. vrij van om het even welke verplichting. Zulke " mansus " was doorgaans 10 à 12 bunder groot, ruim voldoende om in de behoeften van een gezin te voorzien. Dit was de gebruikelijke uitgestrektheid van een hoeve als landbouweenheid. Garth is vrij van cijns en militaire diest ten opzichte van Graaf Van Loon. Koenraad heeft Garth in leen gegeven aan Theodorus van Brusthem, ridder. Deze laatste krijgt de " mansus " in vruchtgebruik of leen doch staat, als krijgsman in dienst van zijn " leenheer " Koenraad van Dalehem, d.w.z. in principe is hij buiten de verheffingsrechten nog een of andere dienst van militaire aard verschuldigd, dienst die hij desnoods op de pachter kan afwentelen en die later geheel zal vervallen. Theodorus, in beslag genomen door militaire verrichtingen, draagd de " mansus " over aan Robertus.






