Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Allerij oorlogsrecepten 1 RECEPT VOOR EEN AARDAPPELTAART
Neem 600 gr. aardappelen.- 2 afgestreken eetlepels gemalen rijst of bloem.- 2 eierdooiers.- 30 gr. boter.- 200 gr. suiker.- 2 eetlepels melk.- een mespuntje kaneel of enige druppels citroenolie.
Kook de aardappelen op de gewone wijze gaar. Wrijf ze door een fijne zeef. Vermeng de massa, wanneer ze volkomen koud geworden is met de bloem en het rijstmeel, de eierdooiers, de boter, de suiker, en het smaakje.
Kneed alles door elkaar, roer er tenslotte de melk doorheen en schep er daarna zoo luchtig mogelijk het stijf geklopte eiwit doorheen.
Vul de taartvorm, die met boter bestreken en met bloem bestrooid is, met de deegmassa en plaats den vorm in een matig warme oven. Laat de taart ongeveer één uur bakken tot ze lichtgeel van kleur is en van den rand van den vorm heeft losgelaten. Stort haar op een rooster, laat haar uitdampen en bestuif haar desverkiezende met wat poedersuiker.
Dit recept komt uit een oud oorlogsgazet, dus nog geschreven in de oude spelling
't Was winter en het spek was op. ( Louis Verbeeck)
Geschreven door Louis Verbeeck
Uit het boek Toen de vrede losbarste.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
't Was winter en het spek was op.
Het is een zin, die kinderen vandaag de dag niet meer begrijpen, een zin waarvan ze de zin niet meer snappen. Het varken is in hoge mate gedevalueerd. Misschien komt dat nog terug, al zit ik er niet op te roepen.
Toen de Duitsers de varkens begonnen op te eisen en ze op de hoogte wilden zijn van het varkensbestand, probeerden de mensen natuurlijk aan deze onheilzame regeling te ontsnappen.
Dus begonnen ze in het geheim varkens te kweken.
Want iedereen wist dat het einde van de oorlog nog niet voor morgen was, dat het weer winter ging worden en dat het spek zou opzijn.
Ook thuis fokten wij een varken. Heel achteraan in de grote, lange keet, waar vaders bouwmateriaal lag.
Daar zat SUS, het varken.
Aanvankelijk was het een klein roze biggetje, dat ilegaal en moederloos zijn weg zocht in het veel te grote hok tussen het verse stro.
Maar SUS groeide snel, van de gekookte aardappelschillen, de afval en de zemelen.
SUS kreeg varkensluizen en wij moesten ze op zijn rug met
onze duimnageldooddrukken. Dan knetsten ze.
We mochten tegen niemand zeggen dat we een varken hadden, en wij vonden het een vorm van weerstand. Dus vertelden we het door aan gelijkgezinden, maar als een groot geheim. Tegen de kinderen van de "ZWARTEN", zeien we niets. Lekker niks.
Tegen de winter kwam dan de grote dag. Dan werd SUS geslacht. Gesluikslacht eigenlijk. Dan kwam nonkel Fons of Staf van Boon, om SUS in de grootste illegaliteit te slachten.
Sus werd uit zijn hok gehaald en wij mochten buiten op de dorpel gaan staan om te zien of er geen vijand in de buurt kwam. Om beurt gingen wij toch naar de ceremonie kijken. Hoe met stro de haren werden afgebrand, hoe Sus grondig geschoren werd, hoe zijn schoenen werden uitgetrokken, allemaal martelingen, die wij later in de boekjes van Buchenwald zouden terugvinden, maar Sus voelde niks, want Sus was dood.
De darmen werden schoongemaakt en 's avonds was het " pensenkermis ".
Iedereen was dan gelukkig.
In de kelder stond Sus integraal in de pekel. Naast de "kroeg" met de opgelegde eieren in kalkwater en de aardappelen, waarvan wij binnenkort de scheuten weer moesten afknijpen.
U voelt wel, mijn respekt voor varkens in het groot.
Nu nog proef ik soms de smaak van ' pensensoep'
Waarom maken ze dat nu niet meer?
De varkens zijn waarschijnlijk ook niet meer wat ze vroeger waren.
Opeisingen gedurende de bezetting deel 2.
Hoe langer de bezetting duurde, des te schaarser werden de levensmiddelen. De boeren werden verplicht een gedeelte van hun oogst af te staan en te leveren aan de CORPORATIE, die instond voor de goede verdeling van voedsel over gans het land. Natuurlijk nam de bezetter er eerst zijn behoefte af voor het leger en ook voor de Duitse burgerbevolking. Iedere familie die over de middelen beschikte en de plaats beschikte, zette natuurlijk zelf een koe, een kalf, of een varken op. Maar al spoedig verscheen er een nieuwe verordering van de bezetter, waarin werd bepaald dat de veetelers- ja, zo werden deze mensen ook al genoemd- aangifte moesten doen van de hun in het bezit zijnde koeien, kalveren, varkens en andere grote dieren. Ze werden ook verplicht, naargelang van het aantal dieren dat ze hadden, een zeker aantal kilogrammen vlees te leveren aan de CORPORATIE. Met als gevolg natuurlijk dat vele van deze dieren in het geheim geslacht werden en men met de bezetter lachte. De duitsers vonden er iets anders op; al de varkens, koeien, en kalveren kregen een genummerde ring in hun oor ( wat nu nog gebeurt ). Nu werd het al wat moeilijker, want al de genummerde beesten waren door de CORPORATIE opgetekend met de naam van de bezitter, en elke bezitter van een genummerd dier was voor zijn dier verantwoordelijk tegenover de bezetter. De bezitter van een dier moest tevens ten alle tijde een kaart kunnen voorleggen ( zoals hierbij de afgebeelde ' varkenskaart" klik op deze voor vergroting, en klik op de vergroting )waarop het ' curriculumvitae 'van het desbetreffende dier werd beschreven...............................
Opeisingen onder de bezetti,g.

Opeisingen.Zodra we onder de heerschappij van de bezetter vielen, volgde de ene opeising na de andere, te veel om hier uitvoerig te behandelen.
Het eerste dat opgeëist werd, waren alle vuurwapens, inzonderheid revolvers en geweren. Dan vervolgde de verplichte inlevering van non-ferrometalen. De te leveren hoeveelheid, die werd berekend op het kadestraal inkomen van 1939, werd uitgedrukt in punten. Voor elke tien punten die men te weinig leverde, kreeg men een boete van 100 fr..
Dat het met de ambtenaren die dat onder de oorlog allemaal moesten controleren, ook niet altijd " zuivere koffie " was, blijkt o.a. uit bijgaand artikeltje in " HET ALGEMEEN NIEUWS van 4- 5 januari 1942 en de daarop volgende rechtzetting.
Klik op het artikel voor vergroting, klik dan nog eens op de vergroting.
Afiche van verordening betreft het houden van HONDEN.
De eerste verordeningen van de bezetting.
Naarmate de eerste oorlogsmaanden verstreken, kreeg het dorp min of meer zijn gewoon uitzicht weer. De straten werden opgeruimd, de schade aan de huizen werd zo goed mogelijk hersteld, de mensen herleefden, het leven hernam zijn gewone dagelijkse gang.
Maar dan lieten de Duitsers plots zien dat zij de overwinnaars waren en wij de overwonnenen; de verordeningen begonnen te verschijnen. Het regende verordeningen., te veel om ze hier allemaal te vermelden.
De slachters en de duivenliefhebbers waren de eerste getroffenen. Zonder toelating van de gemeente mochten er geen dieren meer geslacht worden. Elke slachting moest aan het gemeentebestuur gemeld worden en moest worden ingeschreven in speciale registers, met vermelding van de hoeveelheid vlees. Bij niet naleven van deze verordening kon men een gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 700.000-fr. oplopen
De duivenliefhebbers waren er nog erger aan toe. Zij werden ertoe verplicht binnen de 48 uren op het gemeentehuis een lijst binnen te brengen met opgave van al hun duiven; de vlerken van hun duiven moeste worden afgesneden en er mochten geen duiven meer in andere hokken zitten.
Wie deze verordening niet naleefde, riskeerde de doodstraf.
Deze twee verordeningen verschenen in de kranten op 20 juni 1940.
Op 11 augustus 1940 verscheen het verbod om nog naar de Engelse radiozenders te luisteren en op 19 augustus 1940 werd een verordening gepubliceerd waarbij het dansen in het openbaar verboden werd.
Deze laatste verordening had o.a. tot gevolg dat er in deze streken veel " gesponnen " werd, d.w.z. dat de aankomende jeugd op de één of andere boerderij of plaats samenkwam, en daar werd dan gedanst en plezier gemaakt. Dat noemde men " spinnen ". Verboden of niet, de jeugd zocht toch zelf hun vermaak.
Niet alleen de duivenliefhebbers werden gekortwiekt in het beoefenen van hun hobby. ook de eigenaars van honden werden verplicht aangifte te doen, met vermelding van naam van de eigenaar, adres, ras, geslacht, ouderdom, kleur, stamboom, schouderhoogte, enz....
De laatste zes gegevens betroffen natuurlijk de hond, niet de eigenaar ( Verordening 4 mei 1944 )
Vervolg van voorgaande betreft " Verordeningen "
Op 31 augustus 1940 werd er verordend dat de lichten van auto's, moto's, en fietsen moesten gedempt worden. De fietsers deden dit ofwel door het glas van hun licht te vervangen, ofwel door voor het glas een metalen plaatje ( blik ) aan te brengen waarin een opening was aangebracht van 1 op 4 cm. ( gleufje ). De voetgangers konden een " knijpkat " gebruiken; dit was een handlichtje waarin een dynamo stak, die door het toeknijpen van de hand in werking werd gesteld en aldus kortstondig een beetje licht gaf, juist genoeg om de gebruiker ervan in staat te stellen zich te oriënteren.
Op 3 september 1940 werd verordend dat voortaan alle gasgeneratoren op auto's moesten voorzien zijn van een vergunning.
Vanaf 26 september 1940 werd het verboden nog militaire of gebombardeerde huizen te fotograferen.
Op 18 juni 1941 verscheen in het " Staatsblad " een verordening waarbij het aan partikulieren, handelaars, en fabrikanten voortaan verboden was nog rubberfietsbanden af te leveren, hetzij los of op namvelgen gemonteerd, op nieuwe of ongebruikte rijwielen, tenzij tegen afgifte van een machtiging tot bevoorrading. Dit gold zowel voor binnen- en buitenbanden als voor tubes van koersfietsen. Onder het woord rijwiel werd verstaan de gewone fiets, de tandem, de triplet ( d.i. de tandem voor drie of meer personen ), de driewieler, de transport driewieler, de fiets door motor aangedreven, de aanhangwagentjes en wagens uitgerust met fietsbanden.
Op het platteland werd het probleem van de fietsbanden vooral gevoeld door de smokkelaars en de arbeiders. Maar die mensen vonden er natuurlijk wat op.
Sommigen legden twee versleten banden over elkaar op de velg; uit de binnenste werd dan wel eerst de staaldraad verwijderd. Een andere mogelijkheid was de versleten buitenband van de fiets te beplakken met lappen binnenband van een auto of van een vliegtuig dat neergestort was, en waarvan men een band had kunnen bemachtigen. Dit laatste was natuurlijk niet zonder gevaar. Er waren er ook die op de " mijn " of de fabriek waar ze werkten, een stuk van de persluchtleidingen ( flexibels ) sneden en dat op de velgen van hun fiets legden. Of het goed reed, dat is wat anders. Om deze stukken persluchtleiding ( flexibel ) samen te brengen, had men het volgende bedacht; men mat de omtrek van de velg, en sneed de " flexibel "op die lengte af; om nu de " flexibel " op de velg te houden, nammen een dubbele ijzerdraad, men stak die in de zijkenten van de flexibel, en spande deze aan tot de twee uiteinde van de flexibel bijna tegen elkaar kwamen, plaatste hiertussen een veer, en spande de ijzerdraad goed aan, en dan ermee op de velg., en klaat was was kees; door de veer bleef de flexibel op de velg gespannen. Veren deed zo'n band niet tijdens het rijden, maar het voordeel was dat ge geen fietsbel nodig had. Men hoorde U van ver aankomen, want telkens als de plaatst waar de flexibel was aaneengezet, de grond raakte, gaf dat een slag dat de oude fietsen ervan rammelden.
Zelfs onbruikbaar geworden fietsbanden werden toen niet zomaar weggegooid, ze waren namelijk nog zeer goed geschikt om schoenen te herzolen. Het voordeel was wel, nooit geen platte band. Ik weet van meespreken, ik heb zelf met zulke banden gereden, wij probeerden wel de naad van de flexibel van het voorwiel gelijk te zetten bij het vertrek,met deze van het achterwiel, dan kregen wij maar " ene bonk ".
DE BEZETTING VAN TESSENDERLO. ( paul stauven)
Uit het boek " Tessenderlo in oorlog" Paul Stauven.
Dit hoodstuk behandelt de vier lange jaren van deze bezetting. De lezer mag hier geen gedetailleerd chronologisch overzicht van die periode verwachten. Zoiets was trouwens onmogelijk te verwezenlijken binnen het mij toegestane tijdsbestek. Ik heb gewoon geprobeerd enkele aspekten te belichten, zoals de vorderingen, de opeising van goederen en mensen, de rantsoenering en daarmee samengaand de vindingrijkheid van de mens om de harde kanten van een geransoeneerd leven te afronden, de Boerenwacht, de criminaliteit, het gevaarlijke leven en de Weerstand, om er slechts enkele te noemen.
Hierdoor hoop ik, heb ik toch een algemene indruk kunnen geven, hoe fragmentarisch ook - van hoe het leven in een dorp als Tessenderlo tijdens de bezetting verliep.
Deze flitsen en momentopnamen heb ik zoveel mogelijk geïllustreerd met euthentieke documenten en kranteknipsels uit die tijd. Waar geen andere bron wordt vermeld, komen deze knipsels alle uit de krant " HET ALGEMEEN NIEUWS "
Uit het boek " Tessenderrlo in oorlog" Looienaar Paul Strauven.
Militairen gesneuveld te Kwaadmechelen.
Eén van de mannen zegt hem dat er 100 meter verder nog karabiniers in een loopgraaf zitten, hij gaat kijken, en vind er niemand en keert terug. Al kruipend komt hij bij zijn manschappen terug, de fiets sleurt hij nog steeds achter zich aan ........
Klik op de tekst voor vergroting
lijst van de soldaten die gesneuveld zijn te Kwaadmechelen
Het terugtrekkendbevel geld ook voor de eskadrons Wielrijders/6DI en 9/DI.
- De voertuigen van het II de bataljon moeten de weg Tessenderlo- Schoot nemen, omdat het stuk Tessenderlo- Klein Vorst onbruikbaar is.
- De batajonscommandanten zullen dit bevel meedelen aan de troepen die de kanaalbunkers bezetten; deze moeten zich tegelijk met het 1C terugtrekken.
- Het terugtrekkingsbevel geld ook voor de eskadrons Wielrijders6DI en 9/DI.
- Tracht de beweging verborgen te houden voor de vijand.
- Geen vertrek voor 21 uur.
- Ik zal te bereiken zijn aan de kerk van Booischot.........
foto ; Een vermoeide Belgische soldaat rust wat uit op zijn zitje naast het kanon, terwijl een wagen met witte vlag hen voorbijsteekt, ten teken van overgave.
De eerste Belgische krijgsgevangenen.
Terugkerende Belgische krijgsgevangenen te Antwerpen.
Belgen die in die dagen onderkomen vonden in Zwitserland.
Belgen die in die dagen onderkomen vonden in Zwitserland.
550 jonge Belgen die in die dagen van de Franse ineenstorting een onderkomen vonden in Zwitserland, keerden in Juni 1940 te Brussel terug, na verzameld te zijn door de zorgen van het Duits en het Belgische Rode Kruis
Een groep vrijgelaten Belgische soldaten.
Voor hen is het geen kwestie van jaren geworden.
Terugkerende krijgsgevangenen.
Terugkerende krijgsgevangenen werden overal aangesproken door moeders en vrouwen die hoopten nieuws van hun zonen en echtgenoten te krijgen.
Terugkeer uit krijgsgevangenschap in Duitsland.
Terugkeer uit krijgsgevangenschap in Duitsland.
van V.L.N.R.--De heer en mevrouw WILLEMS, x ADRIEN WILLEMS, EMIEL WILLEMS, meneer ANDRIES, GUSTA WILLEMS, HENRI WILLEMS.
Thuiskomst uit krijgsgevangenschap.
Thuiskomst uit krijgsgevangenschap van ADRIAEN WILLEMS en meneer ANDRIES.
Vooraan links; EMMA MACOURS; rechts PHILOMEEN KELLERS en JOSE MANGELSCHOTS ( in de rechter onderhoek)
Foto van " Vrijgelaten krijgsgevangenen soldaten "
Voor hen behoort de oorlog tot het verleden. De papieren van de vrijgelaten krijgsgevangenen worden door de leden van de " FELDGENDARMERIE " gecontroleerd en van stempel voorzien.
Klik op de foto voor vergroting, klik nog eens op de vergroting. ( sorry voor de kwaliteit van sommige foto's )
De vlucht.

De vlucht.uit het boek Tessenderlo in oorlog ( paul stauven)
Toen we het bombardement van Schaffen in de verte zagen, en ook het exploderen van de bommen hoorden, beseften we dat het ernstig was. Iedereen begon dan ook vliegensvlug in te pakken om bij het eerste teken te kunnen vertrekken. Er was ons immers meegedeeld dat we bij een eventuele oorlog zouden geëvavueerd worden, daar wij ons hier in de eerste lijnen bevonden. De naam van onze plaatsen van besteming was ook aangebracht op onze identiteitskaart; de eerste was WEVELGEM, de volgende ZWEVEGEM.
De ' Blitzkrieg' was echter zo snel en onverwachts gekomen, dat al deze voorzorgsmaatregelen in de war werden gestuurd. Ieder was op zichzelf aangewezen; wie wilde vluchten, moest zijn plan maar zien te trekken.
Achteraf gezien, mogen wij ons gelukkig prijzen dat het evacuatie zo in het honderd gelopen is. Er zouden anders allicht nog meer burgerslachtoffers gevallen zijn., want GENT, MERELBEKE, ZWEVEGEM, en POPERINGE werden door de Duitsers regelmatig onder vuur genomen.






