Gidsenbond Midden-Brabant (april 1991)
Uit “SPEURTOCHT NAAR DE OVERBLIJFSELEN VAN DE ROMAANSE SINT-LAMBERTUSKAPEL VAN BERG-LELLE” (Greet Janssens)
Voorwoord
Elke gemeente gaat graag prat op haar cultuurhistorisch verleden en vele gemeenten kunnen pronken met een bijzonder object. Kortenberg heeft zijn "charter", Overijse heeft "Sohie", Zaventem schrijft het "Sint-Martinusschilderij" maar al te graag toe aan Antoon Van Dyck.
Berg kreeg tot nu toe weinig aandacht van de geschiedschrijvers. Nochtans bevindt zich in de Sint-Servaaskerk een merkwaardige triptiek van een onbekend meester uit het einde van de vijftiende eeuw. Volgens experts is dit schilderij van grote kunsthistorische waarde. Zeer weinigen schijnen te weten dat dit meesterwerk ooit gehangen heeft in de voormalige Sint-Lambertuskapel van Lelle (foto), een gehucht van Berg. Van deze kapel zelf is de herinnering onder de bewoners van Berg zo goed als volledig verdwenen. Het loont de moeite om de geschiedenis na te gaan op te zoeken waar de bezittingen van de kapel terecht gekomen zijn.
De triptiek van de Heilige Drievuldigheid.
De triptiek, zoals we hem kunnen bezichtigen in het koor van de kerk te Berg, werd gedeeltelijk gerestaureerd in het "Centraal Laboratorium der Belgische Musea" in het Jubelpark te Brussel tijdens de jaren 1930 tot 1950, na lange verwikkelingen, waaraan de twee oorlogen niet vreemd waren, evenals de soms verschillende standpunten van de opeenvolgende parochieleiders, het aartsbisdom, het gemeentebestuur en de ambtenaren bevoegd voor het kunstpatrimonium. Hier volgt een korte beschrijving van het drieluik, waarbij de verhandeling van kunsthistorica Favart nuttige aanwijzingen biedt.
Het middenpaneel
De Heilige Drievuldigheid is omringd door engelen die de passietuigen van Christus dragen, het geheel op een gouden achtergrond. De drie personen zijn voorgesteld onder een menselijke gedaante, merkwaardig genoeg dus ook de Heilige Geest, die anders onder de vorm van een duif wordt afgebeeld. Sommige experts (Van Roey, Reau, Favart) wijzen op de strenge kerkelijke regels uit de 16de en 17de eeuw, in verband met het afbeelden van God. God mocht alleen voorgesteld worden zoals beschreven in het Evangelie. Mogelijk zouden als gevolg hiervan vroegere kunstwerken, die van deze regel afweken, vernietigd zijn tijdens de Contrareformatie. Het drieluik van Berg zou hieraan kunnen ontsnapt zijn!
Het rechterluik
Dit luik stelt de schenkster voor, knielend voor haar getijdenboek. Achter haar staat Johannes de Evangelist, die een gouden kelk draagt met een draakfiguurtje erboven, evenals vier jonge biddende vrouwen. Verder bevat dit luik heel wat interessante bijzonderheden, zoals een in detail geschilderd vergezicht op een stad (welke?). De achterkant van dit luik stelt de kruisafneming voor.
Het linkerluik
Dit luik is erg beschadigd, en stelt de schenker voor. Van de heilige achter hem is nauwelijks nog wat te herkennen. Verder staan er nog twee mannelijke figuren in afgebeeld. De achterkant stelt de geseling van Christus voor.
Volgens Favart bestaat er in Wenen, in het Academisch Museum een schilderij van Dirk Bouts, "De Kroning van de Maagd" (foto in "Woordje vooraf"), dat zeer sterk gelijkt op het schilderij van Berg. Wie nu eigenlijk de triptiek van Berg heeft gemaakt is nog niet gekend, zeker lijkt het dat er twee verschillende kunstenaars aan gewerkt hebben. Het centrale paneel en de luiken met de schenkers zouden gemaakt zijn door een schilder van de Leuvense school, in de sporen van Dirk Bouts, op het einde van de vijftiende eeuw.
De triptiek van Pontius naar Pilatus
De geschiedenis van de triptiek na het weghalen ervan uit de kapel tot de definitieve plaatsing in de kerk te Berg is op zijn minst bewogen, en geeft er een "toegevoegde waarde" aan.
Het kerkarchief van Berg bewaart een interessant dossier met de briefwisseling en tal van documenten.
1896 - triptiek overgeplaatst naar Paleis voor Schone Kunsten te Brussel
1909 - drieluik terug overgemaakt kerkfabriek Berg
1923 - voorstel tot restauratie door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) op kosten van de staat
1933 - voorstel pastoor De Pauw om triptiek af te staan aan Diocesaan Museum te Mechelen (aanschouwelijker voor groter publiek), verplaatsing ging echter niet door
1937 - november, Minister gelast herstelling, om verdere beschadiging te voorkomen, aan schilderhersteller Jef Van der Veken
1938 - kerkfabriek geeft toelating tot herstelling (kosten geraamd op 15000 (Bef) volgens Ministerie behoort het werk toe aan de kerk te Berg
1939 - eerste fase restauratie voltooid, verdere herstelling financieel niet mogelijk, pastoor De Pauw vraagt schilderij terug, Van der Veken akkoord mits betaling van 15000 Bef
1940 - Jef Van der Veken, ondertussen bezig met het maken van een kopie van het gestolen paneel 'De Rechtvaardige Rechters' van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, verbindt zich om voor 10000 Bef de restauratie verder te doen
1941- oorlog, triptiek overgebracht naar gewelfde kelders van Museum te Brussel waar vereniging Amis des Musées Royaux de l'Etat zou eerste 15000 Bef betaald hebben
1945- zelfde vereniging wil verdere restauratie betalen, eigendomseis van kerkfabriek in twijfel, Pastoor De Pauw verklaart met deze vereniging geen uitstaans te hebben
1946- schilderij terug bij Van der Veken, Pastoor De Pauw roept hulp in van Mgr. Van Cauwenbergh te Mechelen die nog twijfel heeft over eigendomsrecht
1947- Pastoor De Pauw ergert zich aan de nieuwe inmenging van Les Amis du Musée, aan het ontwijken van verantwoordelijkheid van de KCML, aan Mgr. Van Cauwenbergh die de bal terug kaatst naar de kerkfabriek, en schrijft een brief naar de Minister van Onderwijs, Kamiel Huysmans, hierna zorgt Van der Veken zelf voor de ontknoping, prijskaartje 18.473 Bef voor de vriendenkring Les Amis en 25000 Bef voor zichzelf voor de afwerking
1953- Inspectie van het Cultureel Patrimonium herschat de kosten volgens de toenmalige muntwaarde op 145000 Bef ten laste van de Belgische Staat en minstens 30000 Bef voor de kerkfabriek, pastoor De Pauw krijgt een lening van Mgr. Schoenmaeckers
1956- op 17 november komt het bericht dat de restauratie beëindigd is en dat het kunstwerk ter beschikking is van de kerkfabriek van Berg.
Een 60-jarige zwerftocht van een 500 jaar oude triptiek is ten einde, pastoor De Pauw is een gelukkig man en kan eind ’56, het kunstwerk dat zoals hij zelf schrijft “een stuk van zijn hart geworden is” in handen geven van zijn opvolger pastoor Cuyt (een uitgebreid overzicht met kopies van brieven en documenten van de periode 1896 tot 1956 is later voorzien in deze weblog).
Nu, anno 1991, kunnen we het schilderij bekijken in het koor te Berg. Het hangt er bescheiden, zonder franjes, spotlichten of bijzondere beschermingen. Weinigen kennen de waarde ervan en het bijzondere verhaal. Misschien is dat wel de beste beveiliging.
Greet Gulinck-Janssens
Gidsenopleiding Midden-Brabant
April 1991