Parel

In stille ogenblikken
zie ik een ster,
eindeloos diep,
in de zee
van mijn gemoed
*
En in het heldere water
van mijn droom
zie ik een gloed…
verborgen
in het hart
van de schelp :
*
de onbereikbare parel...
Parel
In stille ogenblikken
zie ik een ster,
eindeloos diep,
in de zee
van mijn gemoed
*
En in het heldere water
van mijn droom
zie ik een gloed…
verborgen
in het hart
van de schelp :
*
de onbereikbare parel...
Ik vraag mij af
Ik vraag me af
of jij het was
die fluisterde
in mijn dromen
in veel te korte nachten
*
Want ik had je gezien
in het eenzame duister
van de nieuwe maan
het kristal van sterrenbloemen
*
Je beeld
een geur
een waan misschien
zo ijl en dun als spinrag
hield me gevangen
intens zalig
als winde van de nacht
*
Vreemde vrouw, zo mooi
ravenzwart gelokt
Je ogen blikten verloren
een weten dat smart verborg
*
Toch zongen je lippen
het droomrood van een glimlach
een zoete honingbron
in de lotus van mijn hart...
Wonder verhaal
Zoals de wind koralen weeft
door de gewelven van de nacht
Blauwbloesems zacht sluimeren
in de boezem van het woud
Zoals het leven weer ontwaakt
in de zomer van de wereld
De gloed van schoonheid straalt
in de spiegel van heldere ogen
Zo verlangt mijn zijn naar jou
Als naar een glimlach
broos en teder
een warme zonnestraal
boven een verre vallei
Als naar een wonder verhaal
dat nooit zal eindigen
een vreemde melodie
maar o zo mooi
die ik nooit vergeten zal...
Mijn lief en de vlinder

Weet je nog,
die avond, mijn lief
De zomer was nog jong
Het woud in al zijn tover
bood ons stille vrede
Je hoofd lag sluimerend
aan mijn bebloemde borst
terwijl ik je teder streelde
de wind koel in je haren speelde...
Een vlinder streek neer op je haar
Sierde je als een bizar juweel
Het was vreemd en toch mooi
Je leek niet verrast
Je hertenogen glansden
Je warme lippen lachten
om die onverwachte tooi
Samen zijn wij op pad gegaan
jij, de vlinder en ik...
Ween niet, liefste
Ween niet, liefste..
Ik ben er nu
voor jou
Alleen voor jou
Met liefde die heelt
Licht dat verwarmt
Een stem die je troost
Nestel je
in de luwte van mijn arm
Rust nu maar
Voel je geborgen
Vergeet even de bittere kelk
De droefheid en de pijn
van dit aards bestaan
Door je tranen heen
probeer je te lachen,
maar het is zo zwaar
ik weet het…
ik versta je...
ik leef met je mee...
Kom nog dichter
Ik ben er nu
voor jou
met al mijn begrip
al mijn liefde
Ween niet, liefste...
Edelvrouwe
Dromend van de maanrivier
het fluisterend kristal
de zilverglans
op zwarte twijgen
in een bloemennacht
ongrijpbare schoonheid
zingend langs de hemelboog...
*
Dromend van de sneeuwroos
in een vergeten dal
het verre wolkenlicht
in eindeloos spiegelend water
de zomerse weemoed
de vingers van de wind
spelend met haar bleke haar...
*
Dromend van de edelvrouwe
gekleed in avondrood
de schaduw van verlangen
in verstilde ogen
de geur van jasmijn
woorden van liefde
weergalmend
in het hart van de tijd....
Wind van verlangen
*
Ik ben de wind
van verlangen
die fluistert
in je dromen
en jij
de nachtstraal
die draalt
aan de drempel
van mijn ziel...
*
Mijn hart
en het jouwe
dwalend door
een zonnig landschap
verstrengeld
Het licht van
stralende ogen
een waan wellicht...
Wanneer
zal ik je zien...
Volmaakte droom
Hij droomde van haar
Zij droomde van hem :
een mooie droom van éénzijn.
Zij bestegen de treden van verlangen
Het was een steile heuvel
Hemelhoog...
Om hen heen dwaalden wolkensluiers
tussen rivieren van azuur
waar de zomerwind zong
over verre oceanen
vergeten eilanden vol magie...
Hun hart versmolt
in die ijle hoogten
en hun ogen zochten
in de diepe dalen
naar de volmaakte droom...
Tere bloem
In het witte licht
van blauwe dagen
had ik je gezien
een tere bloem
bloeiend
in een wereld
van verlangen...
Onder de hemelboom
zag ik je staan...
Ach, hoe mooi
was de stilte
van je ogen...
En ik vroeg :
waar ga je heen...
Fields of gold
Toen ik je daar zag staan
vlam van mijn leven
uitbundig als gouden regen
kon ik enkel
glimlachen
spontaan
en heerlijk lachen
met heel mijn hart
en…
mij zalig voelen
transparant zalig
En jij lachte ook
zo helder
zo zoet
want jij begreep
ik begreep
dat ik je graag zag
eindeloos graag
en jij mij
jij, m’n lieveke,
ma tendre aimée
En onze handen
vonden elkaar
in een tedere vingerkus
en wij ademden
gouden vlinders
albasten droomrozen
en boven onze wereld
weerklonk een lied
a beautiful evergreen
‘ Fields of gold'
Droom
Je kwam in mijn droom vannacht
Tussen maan en sterren zag ik je lieve gezicht
Je stem fluisterde woorden zo zoet en zacht
Je gestalte ruiste nader in het vage licht
Heel teder beroerden mijn vingers je zijden haar
Je hart ontvouwde zich als een gouden bloem
En je ogen zongen een lied zuiver en klaar
Toen verdronken wij in de zaligheid van een zoen
Lieveling, een droom weefde zich door mijn gedachten
Zo heerlijk, zo kosmisch, nooit te verwachten
Als een guirlande van onaards mooie rozen
In die waan vond ik volmaakt geluk en verpozen...
Illusie
De maan verhaalt in zilveren tekens
van het land dat niet bestaat
Het land van gouden dromen
Het land waar verlangens
wonderbaarlijk vervuld worden
Het land waar zon de koning is
en vrede de koningin
Het land waar geliefden
warmte drinken
uit elkaars handen
*
Zo klinkt de hymne
van een onmogelijke liefde
De pijn van verlangen
geboren uit de drang naar geluk,
hartstocht en genegenheid
De hunker van zoete smart,
ondraaglijk wegend
in eindeloos wachten
Paradijsvogel, engelvrouw,
schitterende illusie
Vaar wel,
voor altijd,
onbereikbaar
in je hoge woon...
*
De weg
De weg
tussen mijn
en jouw bewustzijn
is eindeloze zee...
De zee
die ruist
deint
als het silhouet
van een vrouw
met een blik
vol eeuwigheid...
Vannacht
zal ik slapen
in jouw dromen
je koesteren
als zonwit licht...
En het verlangen
in mij
zal fluisteren :
Wees werkelijkheid
verga nooit
ik heb je lief
zo lief...
Voor altijd
Bleke luchten ademen
zacht aquamarijn
en broos leliewit
Hemelhoog in het zwerk
klinkt het lied
van de avondvogel
Weemoedig teder
koester ik de koralen
die hij weeft
door de ijle rivieren
van de regenwind
Als hij zingt
over jou, vrouw
die naar me lachte,
zo lieflijk
wil ik sterren strooien
sneeuwrozen in de dageraad
je al het goud schenken
van zonovergoten dagen
met je wonen
in vederlichte wolkentorens,
voor altijd…
Nachtbloem
Water, heldere spiegel
op bleke bergen
koud sterrenlicht
Eeuwig maagdelijk water
zacht ruisend verhaal
tekende zijn verre weg
in onmetelijke rust
En ik zag de glans
van je schreden
de wonderlijke gloed
van de blauwe maan
op je stil gelaat
de schaduw
van je tere silhouet
dansend in het zilver
van de fluisterende stroom
Nu vraag ik me af
waar je heen ging
o vrouw zo lieflijk
Ooit koesterden wij
dezelfde droom
jouw hart
en het mijne
over het beloofde land
de nachtbloem van geluk...
Sneeuwvogel
Zag je het licht,
het dwaallicht
van de sneeuwvogel
Zag je het,
toen het broze blauw
van de zomerluchten brak
in de scharlaken stilte
van de valavond...
Ik droomde je naam,
betoverd door de klank
van zijn wondere lied
Toen verdween hij
in de ijle nevels,
ver achter de heuvels
van stille hoop...
In het schrijn van mijn hart
rust de gouden ster
die hij mij bracht
Zij draagt het beeld
van haar
die ik eeuwig bezing
mijn smaragd,
mijn zilverschoon,
mijn prinses,
mijn allerliefste...
Verlokking
Liefste, ik zie
de nerven van je handen
de gouden lotus vlammend
in het licht van je adem
O, je bent
fel als moordend vuur
maar ook
het zachte avondrood
Je lippen zingen
over de mijne
als de branding
van verre kusten
In de broze meren
van je ogen
weerspiegelt zich
een geheimnis....
de verlokking
van eeuwigdurend geluk....
Gevleugeld hart
Je koestert een droom
zoals de wind
die boomwoorden fluistert
onder de blauwe cipres
en je zoekt
in het laatrood
naar een naam,
zo dierbaar
een belofte,
zo magisch
De donkere schaduwen
in je ogen
in je haar
verlangen naar
een gevleugeld hart
ragfijn en teder
Waar is de ster
bezongen in je lied
Waar schuilt toch
de vervulling
van die waan...
Droomeiland
Dromen worden geboren
in een vergeten land
een land waar geen smart bestaat…
Koester die dromen
bouw ze om tot paleizen,
bloemenparadijzen
wolkenwegen
rivieren van magisch licht...
*
Een lieflijk glorende dageraad
Dauwparels op een rode eglantier
Kom lief en dans...
dans onder de witte zonnevlam...
de gouden hemelbomen...
de blauwe regen...
*
Ginds ligt een eiland verloren
in eindeloos azuur
zo mooi
zo oneindig mooi....
Vaar daarheen met mij
Laat je dragen
op de zachte armen
van de nachtwind...
Bericht van de overkant

Ik herinner mij de mooie dagen,
de tedere warmte in jouw ogen,
je woorden vol troost,
je onvoorwaardelijke liefde…
En, liefste
weet dat
wanneer je zelf aan het einde zult komen
de transparante muur
van ongezien licht
de poort zonder sleutel
gekleed in hemels wit...
Je zal glimlachen
helder en onbevreesd...
En ergens – heel apart
zal een engelenkoor
de mooiste vespers zingen
Pessoa’s hoopvol vers :
“Wanneer de lente komt”
Liefste,
Ooit verwacht ik jou,
Nadat je goed geleefd hebt,
Nadat je jouw gouden hart
geschonken hebt
aan jouw en mijn geliefden...
2 reacties op dit bericht
*
Mooi geschreven hoor ♥
Goede morgen