Afscheid

Ik zie
de woorden
die zingen in je ogen
je gelaat
dat weggaat
en nooit weerkeert
*
Jij bent het gras
dat groeit
over mijn sporen
zij vervagen
in de eeuwigheid
die toekijkt
*
zonder ogen…
Afscheid
Ik zie
de woorden
die zingen in je ogen
je gelaat
dat weggaat
en nooit weerkeert
*
Jij bent het gras
dat groeit
over mijn sporen
zij vervagen
in de eeuwigheid
die toekijkt
*
zonder ogen…
Zomerland
Dromende akkers
in het zachte ochtendlicht
glinsterende dauwparels
duizend bloemen ontluiken
glanzen geel en purperrood...
*
De wind zingt
over het bronzen koren
het bleke groen
van verre heuvels
de zinderende zomer...
*
Dansend in het licht
van blauwe dagen
cirkels van zonnegoud...
heldere nachten
ringen van maanzilver...
Klaar water
Ik zoek je, enigma
voorbij de weg
van het verborgen dwaallicht...
Herinner je
het kosmische geheim
van de eindeloze melkwegen,
het felle, zalige zilverschrijn...
Ik wil klaar water
uit je drinken
ambrozijn, wijn,
bloedrood als koraal
De helianthus mateloos
zien bloeien
in de broze meren van je ogen,
de gouden lotus
in de diepten van je geest...
Enigma
Geen woord weet
waarom het er is...
En ook de wind weet niet
waarom hij waait...
Of de hemelboom
waarin de nachtegaal zingt..
Of de sneeuw
glinsterend
in ontelbare kristallen
eindeloos mooi...
Noch de regendruppels
gevuld met jouw dromen
of met de mijne, misschien...
*
Er toch wasemt er
iets aan de horizon...
een ijle glans...
een stil verlangen...
een gloed in het hart...
*
Je weet alleen niet
waarom...
Gebroken hart
Het honingzoete licht
van de zomerzon
glansde in haar ogen
Eindeloos ver
verbleef haar blik
vertoefden
haar gedachten
Eenzame roos, zo
onbereikbaar dichtbij...
In haar hart schrijnde
een traan
een smart
die niet wou wijken...
Ze vertrouwde het me toe
op een avond
in het amberschemer
van een bruine kroeg...
Verloren voelde zij zich
Broos en weerloos
als een zijden vogel
wiens vleugels braken
de dag
dat jij haar verliet...
Een vrouw
Als de avond rood kleurt
de merel zingt
in schaduwgroen
komt in het wazige licht
een vrouw voorbij...
*
Er hangt een geur
van rozen rondom haar
het maanlicht glanst
in haar donkere ogen...
*
Zij lacht...
danst...
een broos silhouet
vol dromen
gewiegd
in de zachte armen
van de wind...
Droombloem
Er bloeit een droombloem...
ergens...
op de groene heuvel...
*
Onder hemelhoog blauw
en wolkensluiers
zo broos en
regenzwanger
windzuchten
vol teder verlangen...
*
Er bloeit een droombloem...
ergens...
op de purperen heuvel...
*
In gouden luchten
het wondere licht
van een zonwitte dag
de ijle schittering
van sterren
in een zilver maannacht...
*
Er bloeit een droombloem
op de purpergroene heuvel...
*
Uitgewiste droom

Ik zocht haar
langs een onbetreden pad
vond haar
bij de verborgen bron
Ik keek haar aan
met bloemen in de ogen
Ze plukte de grootste
die opsteeg
als een sneeuwwitte vogel
de klanken van
een betoverend koraal
Zij dronk van
mijn tijdloos water
ademde kristallen
in mijn bevende mond
Toen lachte ze
en zei :
Heb me niet lief
Ik besta niet
Ben minder dan een waan
Ik zag
het eeuwige niets
naderen
achter haar woorden
de illusie uitwissend
van een wondermooie droom...
Vergane dromen
Eindeloos dwaalde ik
door grote wouden
Ik zocht naar de sprookjes,
dromen uit de kindertijd...
Toen zag ik een boom,
hoger dan alle andere
Maar zijn vruchten
waren onbereikbaar...
Eindeloos dwaalde ik
tussen hoge bergen
Ik zocht de luchtkastelen
die mijn jeugd gebouwd had....
Toen zag ik een burcht,
imposanter dan alle andere
Maar de steile rotswand
was niet te beklimmen...
Al mijn luchtkastelen
zijn verwaaid in de wind
Al mijn dromen vergaan
als broze herfstbladeren...
Ik aanschouwde een bloem
en prikte mij aan een doorn
Ik hunkerde naar een bron
en vond een zoutmeer...
Ik zag het beeld van een vrouw
wondermooi
maar vond een vlinder
ijl als de geur van een roos...
Troostende handen
Zij wou voorgoed slapen
Zich toedekken met
een deken van leegte
Haar heldere ogen
zochten nog eenmaal de hemel
maar tevergeefs...
Er was geen ontkomen...
Toen haar alles ontviel
bleef zij steken in angst
rouwend om vergane schoonheid...
Zacht streelde hij haar verwarring
en zij vond vrede in zijn handen...
Zoektocht

De plassen lagen
stil slapend
in de natte armen
van de blauwe maan
Regen streelde bomen
met zilveren zwepen
tot flonkerend bladgroen
*
Toen zag ik jou,
haren los in de wind,
een visioen in het nevellicht,
getooid met een anadeem
van jasmijn en geurige winde
*
Je hand zocht mijn naam
en eens gevonden
weefden je vingers
een ijl gordijn
van zoete extase
rond de dromen
van mijn hart.
Sneeuwzwanen
Er bloeien rozen
rozenrood
in de tuin
van je gedachten...
Nachtbloemen
van albast
in de vallei
van je dromen...
Ontloken in je hart
vliegen ze uit
jouw sneeuwzwanen...
Sierlijke arabesken
in eindeloos azuur...
Hun aura ademt
eeuwige schoonheid...
Avond
De avond valt zacht
sluit de oogleden van de stervende dag
verbergt het tedere indigo van het zwerk
Het grauwe lover van de abelen ruist zoet
fluistert een verhaal gedragen
op de ijle vleugelen
van de koele westenwind,
een betoverend, mystiek lied
over vreemde eilandtuinen
verloren paradijzen
gebed in het broze blauw
van lege oceanen
Sterren ontwaken,
Sirius en Aldeberan,
en hun naamloze zusters
verlichten het blinde oog van de nacht
Het vogelvolk staakt zijn zang
De stervalk zoekt zijn verborgen stek
De wereld dekt zich toe
met een ragfijne nevelsprei,
een geurig laken
van nachtelijke winde...
Parel
In stille ogenblikken
zie ik een ster,
eindeloos diep,
in de zee
van mijn gemoed
*
En in het heldere water
van mijn droom
zie ik een gloed…
verborgen
in het hart
van de schelp :
*
de onbereikbare parel...
Ik vraag mij af
Ik vraag me af
of jij het was
die fluisterde
in mijn dromen
in veel te korte nachten
*
Want ik had je gezien
in het eenzame duister
van de nieuwe maan
het kristal van sterrenbloemen
*
Je beeld
een geur
een waan misschien
zo ijl en dun als spinrag
hield me gevangen
intens zalig
als winde van de nacht
*
Vreemde vrouw, zo mooi
ravenzwart gelokt
Je ogen blikten verloren
een weten dat smart verborg
*
Toch zongen je lippen
het droomrood van een glimlach
een zoete honingbron
in de lotus van mijn hart...
Wonder verhaal
Zoals de wind koralen weeft
door de gewelven van de nacht
Blauwbloesems zacht sluimeren
in de boezem van het woud
Zoals het leven weer ontwaakt
in de zomer van de wereld
De gloed van schoonheid straalt
in de spiegel van heldere ogen
Zo verlangt mijn zijn naar jou
Als naar een glimlach
broos en teder
een warme zonnestraal
boven een verre vallei
Als naar een wonder verhaal
dat nooit zal eindigen
een vreemde melodie
maar o zo mooi
die ik nooit vergeten zal...
Mijn lief en de vlinder

Weet je nog,
die avond, mijn lief
De zomer was nog jong
Het woud in al zijn tover
bood ons stille vrede
Je hoofd lag sluimerend
aan mijn bebloemde borst
terwijl ik je teder streelde
de wind koel in je haren speelde...
Een vlinder streek neer op je haar
Sierde je als een bizar juweel
Het was vreemd en toch mooi
Je leek niet verrast
Je hertenogen glansden
Je warme lippen lachten
om die onverwachte tooi
Samen zijn wij op pad gegaan
jij, de vlinder en ik...
Ween niet, liefste
Ween niet, liefste..
Ik ben er nu
voor jou
Alleen voor jou
Met liefde die heelt
Licht dat verwarmt
Een stem die je troost
Nestel je
in de luwte van mijn arm
Rust nu maar
Voel je geborgen
Vergeet even de bittere kelk
De droefheid en de pijn
van dit aards bestaan
Door je tranen heen
probeer je te lachen,
maar het is zo zwaar
ik weet het…
ik versta je...
ik leef met je mee...
Kom nog dichter
Ik ben er nu
voor jou
met al mijn begrip
al mijn liefde
Ween niet, liefste...
Edelvrouwe
Dromend van de maanrivier
het fluisterend kristal
de zilverglans
op zwarte twijgen
in een bloemennacht
ongrijpbare schoonheid
zingend langs de hemelboog...
*
Dromend van de sneeuwroos
in een vergeten dal
het verre wolkenlicht
in eindeloos spiegelend water
de zomerse weemoed
de vingers van de wind
spelend met haar bleke haar...
*
Dromend van de edelvrouwe
gekleed in avondrood
de schaduw van verlangen
in verstilde ogen
de geur van jasmijn
woorden van liefde
weergalmend
in het hart van de tijd....
Wind van verlangen
*
Ik ben de wind
van verlangen
die fluistert
in je dromen
en jij
de nachtstraal
die draalt
aan de drempel
van mijn ziel...
*
Mijn hart
en het jouwe
dwalend door
een zonnig landschap
verstrengeld
Het licht van
stralende ogen
een waan wellicht...
Wanneer
zal ik je zien...
1 reactie op dit bericht
Wens je een héél fijne week,lieve groeten!!