Dageraad

Je dwaalde...
Ruimteloos...
Als een mystieke vlinder...
Verloor schaduw
won licht...
En je lachte,
klaar water,
pure vreugde,
baarde je
in mijn hart...
En je zei mij :
Laat hem nooit sterven,
de dageraad...
Dageraad
Je dwaalde...
Ruimteloos...
Als een mystieke vlinder...
Verloor schaduw
won licht...
En je lachte,
klaar water,
pure vreugde,
baarde je
in mijn hart...
En je zei mij :
Laat hem nooit sterven,
de dageraad...
Nachtbloem
Een vrouw kwam langs mij
in de bloedrode avondzon
Slechts even zag ik haar
Ze liep snel voorbij…
*
Ze neuriede een magisch lied
een lied over eeuwige schoonheid
over de betoverende zilverschijn
aan het eind van haar dromen...
*
Nog lang voelde ik haar aura
de pure vreugde die zij naliet
En een teder verlangen bleef hangen
zoet als de geur van een nachtbloem...
Dichterverlangen
Dronken van weemoed
laaft de dichter zich
aan de bron
van eeuwig verlangen...
En de bron
ademt klaarte
in haar spiegel
van oneindigheid
licht op
bij de geboorte
van een droom...
En uit het sluimerdal
van die droom
stijgen koralen op...
bloemen
van vreemde schoonheid...
nooit eerder aanschouwd...
Second life

Velen zoeken
een tweede leven
“”a second life””
in de virtuele wereld...
*
Daar ontmoet je iemand
van wie je dacht
dat hij (zij) niet kon bestaan...
*
Daar woont je soulmate
je zielsverwant
Iemand die je aanvaardt
zoals je bent
onvoorwaardelijk...
Iemand die naar je luistert
met onverdeelde aandacht...
Iemand die zielsveel
van je houdt
en in wiens gezelschap
je volmaakt gelukkig bent...
*
Want wellicht is het leven
slechts een diepe droom
verdrinken in ogen
genieten van schoonheid
zweven in de oceanen
van je hunkerende fantasie...
Smachtend Valentijnsgedicht
Zoals de wind koralen weeft
door de gewelven van de nacht
Blauwbloesems zacht sluimeren
in de boezem van het woud
Zoals het leven weer ontwaakt
in de zomer van de wereld
De gloed van schoonheid straalt
in de spiegel van heldere ogen
Zo verlangt mijn hart naar jou
als naar een glimlach
broos en teder
een warme zonnestraal
boven een verre vallei
als naar een wonder verhaal
dat nooit zal eindigen
een vreemde melodie
maar o zo mooi
die ik nooit vergeten zal...
Kus het leven

Er was geen bloem meer
in de kroon van je haar
Ik vond ze terug
verdronken in de zee
het vonkende zilver...
Jij zong van dromen
heldere luchten
Het woud dat rond je danste
in donker blauw...
Ik zei:
denk niet meer
aan de regen
de stille traan
de verwelkte roos...
Vergeet de jaren
vergaan tot as
in de urnen van de tijd...
Kom en dans
dwaas en dronken
Kus eindeloos
het leven
in jou...
in mij...
Eilanden
Eilanden zijn we…
Eilanden in een zee van ruimte…
Soms drijven we uiteen,
soms raken we elkaar…
*
Soms klopt genegenheid
zacht op de deur
van iemands hart…
*
Soms licht een tuin
helemaal op
door een glimlach…
*
Soms ontluikt een bloem
bij iemands nadering…
*
Je begrijpt het wel...
Ooit
De geur van je licht
heeft mij nooit verlaten
Ook niet in de verloren valleien
van vergankelijkheid
Evenmin
in de paleizen van smaragd
waar zij huizen,
zeilen over bogen
van azuur,
ranke schepen,
sneeuwvogels
in gouden ruimten
Het blijft mijn gezel
in die barre oorden,
waar grauwe reuzen
treuren om het onbegrip
van de goden
Ooit kom ik terug,
in een geheime nacht,
om je gloed te omhelzen,
te drinken van je bron,
en vurige vrede te vinden
Ooit……
Luister liefste
Luister, met heldere ogen,
liefste, nu het nog kan
naar de traag stromende geheimen
van de kristallen rivier
de roep van de ochtendvogel
eenzame nostalgie
vergeefs verlangen
naar verloren dromen
Kijk glimlachend
naar de lichtende gloed
aan de horizon
waarachter het vermoeden schuilt
van ach, het zal zo mooi zijn
het wenkende paradijs
Meer dan een fata morgana
een bedrieglijk visioen
Luister, vol stille hoop
naar het lied van de wind
die eindeloos zacht zingt
over het land van de zonnebloemen
waar vrede heerst
Waar de paden
van alle harten
en alle sterren
harmonieus ineenvloeien...
Troost
Zie
De roep van de avond
Het nevelstil einde
van de dag
Ik glimlach
wanneer jij
droomverwonderd
luistert
naar het avondlied
van een kleine vogel
ver in de ijle lucht
Ik blijf bij jou
als de nacht
over jou nederdaalt
de nacht van onrust
de nacht van twijfel
de nacht van angst
Ik blijf bij jou
Troost je zacht
Jij, die ik liefheb
Ik blijf bij jou
Al was de wereld je
geheel vergeten
Maar als je weent
zo eenzaam,
troosteloos verloren
ben ik er voor jou
Schik de warme mantel
van mijn liefde
om je heen...
Lichtende hoogte
Op de lichtende hoogte
van een zomergroene heuvel
vond ik jou
Je had op me gewacht
met ogen vol leven
handen vol verwachting
Onze blikken zochten een glimlach
in het eindeloze deemster
voorbij de sterrenkou
spraken van ongekende paden
omhelsden gouden dromen
lachten als jonge goden
zwervend door de wouden
aan de rand van de wereld
Wat wij zagen
was een verloren glans
een glans van schoonheid
een wondere bloem
op een vergeten eiland
een helderrood juweel
in een blauwe maanstraal
Toen fluisterde jij :
ik wil niet dat je weggaat
uit de lichtschelp van mijn hart
dat de liefdesroos verdort
en ons bestaan vergaat
in de wrede schaduw van het niets
Liefste, zei ik,
o liefste mijn
En ik streelde
de halmen van je verdriet
mateloos teder
terwijl het zand van de tijd
onherroepelijk weggleed
tussen machteloze vingers...
Zonder jou
Het land is brandend leeg
zonder jou,
bloem van maanlicht,
ruisende zeeschelp
Ik adem de rozen uit je mond
Zie de jasmijn
geurig zingen in je haar
Bloeiend wil ik
in jou verdrinken
voor de esdoorn zijn koper giet
het sneeuwlicht de warme gloed
voorgoed verkilt
Nieuwe naam
O vrouw zo mooi
Bloesemend, bloeiend
Rijp amelkoren
Ruisende wellust
*
Hoe graag zou ik je sieren
Met een guirlande van zomerbloemen
Geplukt uit het jade
Van een geurig struweel
*
De ceder
Strekt zijn takken
Als tedere vingers
De verlokking
Van warm sinopel
*
In de schaduw van de pagode
Vind ik het geheime altaar
Aanbid je nieuwe naam...
Avondrood
In het avondrood
van mijn gemoed
rust jouw naam…
o vrouwe
zo wonderlijk
die schrijdt
langs de zonnekant
van mijn hart… . . .
*
En in de schaduw
van woorden
die zacht murmelen
als een bosbeek
op de heuvelflank
zingt de liefde…
eindeloos . . .…
eeuwig . . .
Dauwgras
Op het dauwgras
staan de cederbomen
ranke hemelbomen
verliefd op de wind
de zachte zomerwind
die zijn verhalen fluistert
en stil zijn weg gaat
in de vouwen van de nacht…
*
Ik zie haar schreden
in de koele hoeken
van het zomerwoud
de nevels van stilte
bijna onzichtbaar
als spinragbloemen
dwaalt zij op vleugels
van ijl rozenrood…
*
Hoe kan ik haar vinden
zo ver op de weg
van mooie dromen
helder als water
op zoek naar het gouden land
waar de wegen kruisen
van alle sterren...
van alle harten...
Andromeda
Een ranke cipres in de chaos
Verzonken in haar warme verten
lijkt de leegte vergaan
kus ik haar zoete licht
vergaar haar tere stralen
*
Maar
als de weergalm
van haar woorden
mij omsluiert
zing ik
hoog in mijn wolkentoren
van een zilveren maanhart
een ijle liefdesdroom
die oplicht als een verloren ster
in Andromeda
eindeloos ver...
Bloemennacht
Ze woont in mijn schelp
van ruisend verlangen
In de wondere knop
van mijn rozendroom
En ik zie haar
in een vlam van vlinders
een regen van sterren
hoor haar
in het zingen van het gras
het fluisteren van de avondwind
ontwaar haar
in de zoete geur
van een blauwe bloemennacht
En ik hou van haar
Een broos geheim
in teder licht
Betoverend gedicht
Stil
De maan weeft
bleke koralen
door het lover
van de wereld...
De nacht nadert stil...
Hij geurt naar de wind
zoals je lokken,
zoals je lippen,
als je lacht...
Een wolk streelt
het broze blauw
van de hemelboog
En zoet verlangen zingt
in het weemoedige lied
van je ogen...
Eindelijk thuis
Mijn verlangen voert mij
Door groene bosdreven
Dauwsterren fonkelend in de zon
Naar de purperblauwe heuvels
Die wenken aan de kim
*
Daarboven, in de magische tuinen van Peleas
Schitterender dan Edens hof
In dat betoverende landschap
Tussen het kristal van watervallen en
rotsen schimmig als naamloze creaturen
Omgeven door ceders, helianthus,
hemelbomen en geurige oleanders
Zie ik jou, maanvrouw, schoon lief,
Gekleed in lelieblank
Getooid met een kroon van elanor
*
Intens ervaar ik je nabijheid
Vibrerend in de ether
Je aura regent kleuren
Ze zijn zo waarachtig,
Fris en blij als jong leven
Doen mij smachten
Naar wat volmaakt is en blijvend,
Oprecht liefdevol en levensecht
*
Ik wil rusten in je schaduw
In de diepten van je ogen
Verten vol indigo,
Reseda en karmozijn
Wellen vol belofte,
Een koninkrijk van licht
Dat nooit zal vergaan
*
Mijn keel is droog als woestijnzand
Gesnoerd door een vreemde ontroering
Mijn mond weigert de woorden
Die ik je wil zeggen
Maar je begrijpt me
De taal van je lichaam getuigt het
Je reikt me je hand
Glimlachend, stil maar helder,
Weef je zilveren draden
Door de gewelven van mijn geest
Je bedaart mijn rusteloze ziel
Ik ben eindelijk thuis !
Bladstille dromen
Een gouden uil
zeilt geluidloos
door nevelstrepen
vindt de schaduw
van de blauwe ceder
in zijn vlucht
Bleke sterren
verschijnen
in brekend azuur
De schreeuw
van de sperwer
weergalmt voorbij
de scharlaken weemoed
de stervende krans
van zonnegloed
Vogels sluimeren
in verborgen groen
Het maanlicht schuift
wijfelend
door het zwijgend graan
De stilte neemt het land
in haar greep
Geruisloos tovert de nacht
haar bladstille dromen...
3 reacties op dit bericht
Een fijne Donderdag blogmaatje
Als ik opsta luister ik naar het ochtendlied,
Het vogeltje zingt prachtig, tralalala,
zing ik mee met een paar mussen
De nachtegaal strijkt neer op een tak en zingt elegant mee
op mijn gezicht tover ik een lach:
Dag Troebadoer.
Een fijne dinsdag voor vandaag alles kan
weer zijn gangetje gaan Liefs Ingrid.
Fijne Dinsdag vrienden