Er groeit een vrouw in mijn huis.
Er groeit een vrouw in mijn huis.
Uit 'Blauwziek' van Bernard Dewulf.
De ganzen zijn onrustig. Trosjes pluimen vliegen taterend over mijn huis.
Klagend. Heen weer. De vijver lijkt hen niet te bekoren.
Of is het de wind die fout zit voor hun landingsgestel?In mijn hoofd groeit een vrouw. Nu al bijna zes jaar lang.
En ze blijft nog altijd meisje. Van m'n dromen. In mijn ogen.
Ze lacht als een bakvis. En weent als een waterval.Ze legt woorden in mijn hand. Laat mijn vingers spelen.
Op haar toetsenbord. Nu en dan, heel even.
Want we stelen van de tijd. Verboden uren.Leven. Nu. Nu het nog kan.
Tastbaar. Onze lichamen. Een lawine.
Van ondergesneeuwd gemis en verlangen.Winter wikkelt zich rond onze jaren.
Wij kiezen voor de dagen.
Niet voor herinnering. Da's voor later.
Nu. Nu het nog kan.
uvi

