Binst de oorlog 1940 1944 was t' miserie van t' begin tot t' einde
De rantsoenering en die brol t' was niemand die er iets van kende
De krieg was nog maar aan de gang of ze begonnen al te rantsoeneren
Maar met tembers in je hand kon je stilletjes kreveren
Nummer1 was voor een koekebrood met veel eikels het bleef soms plakken
We gingen er niet van dood maar we moesten er goed van kakken
Nummer2 was gebrande gerste moesten we koffie heten
Maar als je t' dronk t' juist : lijk sop van rotte beten
Voor 3 en viere was t' vet, boter of margarine
We kregen er niet veel, t' was bijna niet te zien
Gebrande gerste,sapristie, was niet alleen voor t' koffiewijf
Ze kregen nog cichorei voor tember nummer5
Voor6 was t' Tirlemont kristalisee of kassonade
We hadden niet genoeg maar we leefden van Gods genade
Voor 7 en 8 was t' bros tenzij op grote dagen
Kwamen er havervlokken, meer moesten we niet vragen
Nummeroo 9 was voor de kaas om op uw boterhammen te smeren,
We gebruikten het ook ,om ons in tijd van nood te scheren
Voor vlees och god n' klontje groot waren de nummertjes 10
Lag u rantsoen in de panne bloot,het was haast niet te zien
De volle melk droeg HALV als merk t' melk dus zonder water
De melkboer deed toen t' doperswerk en schilderde ons een pater
Voor 12 was lek me lippe
Maar als je t' smeerde sakkernon, hong het direct aan je achterlippe
Voor 20 waren waren t' petatten, meuzen met een blauwe neuze t' lijk marbels maar we hadden geen andere keuze
Van kolen spriet en slam , eierkolen vette en half vette
Daarvan zagen we weinig of niets al lazen we de gazette
Ge ziet dat rantsoenerings bestaan dat had noch haar noch plume
Het maakte rap van elke persoon , een haring in kostume
We liepen toen alle winkels af , al snuffelen lijk een hondje
Madam, kan t' er niets meer van af voor buiten ons rantsoentje AMEN .