|
Op 1 september was het afgelopen met zalig nietsdoen en lanterfanten en rondhangen. Na twee eindeloos-lange maanden van dolce farniente werden leerlingen wakker geschud en kwamen in vakantiestemming weer naar school. De meesten nog half gedrogeerd, en slechts sommigen zagen al leergierig uit naar nieuwe uitdagingen en nieuwe kennis. Door de opengewaaide schoolpoorten stroomden ze binnen, meer dan 1 miljoen leerlingen, waar ze op een bankje hun vakantieroes kunnen uitslapen.
Met grensoverschrijdend enthousiasme kondigde de nieuwslezer het nieuwe schooljaar aan. De eerste schooldag werd in zowat alle scholen rooskleurig voorgesteld. De werkelijkheid is anders. Leerkrachten zullen in september met de moed der wanhoop beginnen met alle achterstaliige kennis weer op te frissen. Tegen kerstmis of zo zullen de meeste leerlingen wel een beetje terug op hun positieven gekomen zijn, maar de rest van het schooljaar slinkt de nieuwe leerstof alweer als een kaartenhuisje ineen. Er is geen stevige basis voor nieuwe leerstof.
En dan zijn er de belangrijkste obstakels in een vlot verloop van het schoolgebeuren: de anderstaligen, achterblijvers en achterlijken, bruingetinten en kroeskopjes, gehandicapten en psychisch gestoorden.
Toch zien scholen de komst van het nieuwe schooljaar optimistisch tegemoet. Het niveau van de leerlingen baart hen geen zorgen. De leerstof van de voorbije schooljaren is aan hen voorbij gegaan. Leerschade is niet te overzien. Was te verwachten. Milde beoordelingen, lage latten, makkelijker leerstof, overgeslagen lesonderwerpen... En de tolerantie voor migrantenleerlingen kent geen grenzen.
Als leerkrachten dan na een vermoeiende schooldag weer thuiskomen, is er voetbal op tv. Met een bak jupiler en een zakje chips in de hand, dromen ze van een klas vol geniale leerlingen, van een harmonieus multicultureel schoolleven, van een hemel met opperste inclusiviteit en diversiteit, gelijkheid en verdraagzaamheid... Bestaat die hemel wel?
|