|
In de PMS-centra van de jaren 80 waarden er rare snuiters rond, pierewaaiers en prutsers, ijdeltuiten en op sensatie beluste moeialneuzen, gierige pinnen, seutemies en stoeipoezen, álles doolde er rond.
Ikzelf was ook een rare, altijd geweest, nu nog, maar ik weet niet precies in welk hokje ik thuishoorde. Zéker niet bij de geitenwollensokkenmadammen die zich naar de concentratiescholen repten om de allochtoontjes wijs te maken hoe ze zich het beste konden handhaven in deze maatschappij, of om hen te wijzen op allerlei gunsten en profijtjes die hier te rapen vielen... Nee, daarmee heb ik me gelukkig niet ledig gehouden.
Mijn kierewiet-collega was dolle Annie, een frivool dikkerdje, aantrekkelijk, liederlijk, spontaan, speels, welbespraakt, en vooral modebewust. Eindeloze tirades stak ze af over recepten, mode en make-up... Dus alle ingrediënten waren aanwezig om een huwelijk zo'n beetje te ruïneren, haar eigen huwelijk, maar ook dat van anderen. Annie was een getrouwde vrouw met twee kindjes. Haar trouwboekje raakte beduimeld, en haar trouwgelofte, daar had ze allang spijt van. Tja, dat komt ervan als je holderdebolder trouwt alsof je leven ervan afhangt.
Dolle Annie vatte haar job op als een soort vrijetijdsbesteding, en vóóral als een gelegenheid om te flikflooien met mannelijke collega's, met onderwijzers en directeurs. Zij was een geboren verleidster die huilbuien kreeg wanneer een man niet op haar avances inging. Ze spéélde met iedereen, op amoureus vlak én op professioneel vlak. Situaties kon ze meesterlijk beheersen, zoals bij intriges in een soapserie. Het liefst zette ze zich in de refter met een hoop dossiers en boeken voor zich, vlak naast de baas. Daar vertelde ze over haar geleverde prestaties die opgeblazen en verdraaid werden, alsof ze iets geniaals uitgevoerd had. Je moet het maar kunnen, maar daarvoor is de nodige charme en slinksheid vereist...
|