Ronny
Ronny was treinbestuurder. En een vrolijke vrijgezel. Hij was dertig jaar en woonde nog bij zijn ouders thuis. Hotel chez mama. Voor Ronny was het leven een groot feest. Hij had een job die hij heel graag deed. Wisselende werkuren en in zijn vrije tijd een toffe hobby. Het leven lachte hem toe. Tot op een dag. Ronny kwam met zijn trein van Oostende en tussen Gent en Brussel stopte hij voor een rood stopsein. Een onvoorziene stilstand. Toevallig op een plaats vanwaar hij zijn ouderlijk huis kon zien. Ronny zag voor hem een andere trein die gewoon stilstond. Op enkele honderden meters voor hem zag hij politie op de sporen lopen. Een ziekenwagen kwam aangereden en stopte ter hoogte van de politiemensen op de straat naast de sporen. Ronny begreep wat er gaande was. Een zelfmoord. Iemand had zich onder de voorgaande trein gegooid. Die trein had een noodstop gedaan en was tot stilstand gekomen. Dat gaat zo met treinen. Die hebben een grote afstand nodig om te stoppen. Een trein is nu éénmaal geen kinderkoets. Als de treinbestuurder een zelfmoordkandidaad op de sporen ziet staan is het finaal te laat. Een noodstop kan daar niks aan veranderen. Die trein rijdt dan het slachtoffer aan gruzelementen en komt pas honderden meters verder tot stilstand. In die tijd bestonden nog geen mobiele telefoons maar dat was niet nodig. Ronny wist zo ook wel wat er gebeurd was. Het was dus gewoon wachten tot de stukken opgeruimd waren. Ronny ging op zoek naar de treinbegeleider om het incident te melden zodat die man de reizigers kon inlichten dat het een uurtje later ging worden. Eventjes dacht hij er nog aan om naar het ouderlijk huis te gaan en een koffie te gaan drinken. Het was immers maar enkele honderden meters door het veld. Maar toch niet. Plichtsgetrouw bleef hij in zijn stuurpost wachten tot alles opgeruimd was. Ronny zag vanop de eerste rij hoe de ambulaciers de stukken mens in plastieken zakken stopten en wegvoerden. De vorige trein kon vertrekken en Ronny volgde. Niks aan de hand . Het was een incident dat regelmatig voorkomt. Ronny kwam alleen een uurtje later thuis. Maar daar zaten zijn ouders tranen met tuiten te wenen. Wat bleek? Ronny's broer had zelfmoord gepleegd. Hij had zich onder een trein geworpen. Ronny besefte dat hij de overschotten van zijn broer had zien afvoeren. Meer zelfs. Het had maar enkele minuten gescheeld of hij had zijn bloedeigen broer in stukken gereden. Ronny heeft nooit meer met een trein gereden.

