Maandag 8 maart 2010
LENTEZANG 2010

Omdat de lente opkomst is, offereer ik jullie een kindergedichtje van Annie M. G. Schmidt.
De Bril

Er lag zo maar 'n bril in 't gras
en niemand wist van wie hij was.
Was hij van Jan? Was hij van Piet?
Weet jij het ? Nee, ik weet het niet.
Een bril! riep Floepertje de kat
ik heb nog nooit een bril gehad!
Nou kan ik dus voortaan misschien
de muizen duidelijker zien.

Daar loopt dan Floepertje, de kat.
Ze heeft de bril op, zie je dat?
Maar plotseling wordt ze zo bang
er zit een monster in de gang.

Een heel groot monster met een staart,
een monster met een snorrebaard.
En wat doet Floepertje? Ze rent!
O, dom klein poesje dat je bent,
het is een muis, jij idioot!
Maar ja, die bril maakt alles groot.
En wie kreeg de bril toen?

Kijk, zegt de kip, een bril in 't gras,
die komt me nog eens goed van pas!
'k Ga even van mijn eitjes weg
en wormen zoeken bij de heg.
Die worm daar is zo dik en lang

het lijkt warempel wel een slang.
O ja, die bril bevalt me best,
nu ga ik weer eens naar mijn nest
Maar wat is dat? Ik ben abuis.

dit zijn de eieren van een struis!!
Ze zijn veel groter dan normaal,
het is een ongehoord schandaal!
Help, help! Mijn eitjes zijn geruild!
De kip is woedend en ze huilt
totdat de haan zegt: Wees toch stil,
't komt enkel door die malle bril.
En wie kreeg de bril toen?

Zo'n bril is echt de moeite waard,
ik ben opeens een deftig paard.

Wat nou, moet ik weer voor de kar?
Nee baas, nee baas, dat is te bar.
Die wagen is me veel te groot,
nee, stel je voor, ik trek me dood.
Tja, zei de boer, dat doet die bril,
maar 't is mij best, als jij niet wil,
blijf dan maar thuis hoor, zei de boer.
Maar denk eraan: dan ook geen voer.
O baas... daar kom ik al ... in draf
en 'k zet mijn bril meteen weer af.
En wie kreeg de bril toen?

Kom, zei de koe, ik heb een bril,
dat maakt meteen een groot verschil.
Ik ben heel knap, ik weet heel veel
ik ben een intellektueel.
Kom kind, ik geef jou rekenles,
zeg op: Hoeveel is drie en zes?
Dat is heel makkelijk, zei 't kalf
nou, drie en zes is anderhalf!
Is dat het goede antwoord, moe?
Uitstekend, zei de knappe koe.
De rekenles is weer voorbij
ik gooi de bril weer in de wei.
En wie kreeg de bril toen?

Wel, wel, een bril, zei Prik de hond
Die lag daar zo maar op de grond.
Wat is de wereld nu reusachtig
wat zijn de bomen dik en machtig
wat is mijn baas ontzettend groot
Mijn drinkbakje lijkt wel een sloot
Wat is mijn kluif nu lekker dik

wat zijn de katten groot, zei Prik
Ik durf ze zelfs niet meer op te jagen
Ik durf ze zelfs niet meer te plagen
het zijn net tijgers, oei... ik ril.
Weg met die bril... weg met die bril...
En wie kreeg de bril toen?

Kijk, daar nou, riep meneer Van Til,
daar ligt mijn eigen lieve bril.
Ik was hem kwijt sinds het ontbijt
een hele tijd, een hele tijd!
Hij is nog heel, hij is niet stuk.
wat een geluk, wat een geluk.
Dit is wel iets om blij te wezen
nu kan ik eindelijk weer lezen!
Geschreven door W. Smeekens om 00:00
Reageer op dit bericht



































