Donderdag 7 mei 2009
DE WIJSHEID VAN LA FONTAINE


Reintje de vos Grimbaard de wolf
Reintje sprak aldus den Grimbaard aan:
"Lieve vriend, zo'n oude haan,
of taaie kip te kraken,
wil ik niet langer maken.

Gij immers weet altijd eenvoudig weg
U 'n buit te pakken, zeg.
Want terwijl ik moeizaam rondzwerf
Op 't een of andere boeren erf,
Stroopt gij, vrank en vrij
de malste vleespartij.
Leer mij, o Wolf, uw edel handwerk,
Zodat ik als eerste vosje, slim en sterk,
mij kan laven aan 'n schapenvlerk."

"Welaan dan," sprak de wolf.
"Zo juist stierf m'n broer,
Dus neem zijn buiten kolf
En vermom u, dapper en stoer.
Dan gaan wij getwee opweg
Zodat gij kunt doen, wat ik u zeg."
Na 'n korte wijle waken
zagen ze 'n groep schapen naken.
Eén liep er achteraan
Meer te slapen dan te gaan.
"Kijk," zei de wolf - vol jagers zin -
"Die pak je nu wel heel eenvoudig in."
De vos sloop wolfig naderbij
En juist toen hij
Verpletterend toe wilde slaan
Kraaide er een haan.
Zonder er nog een seconde bij stil te staan
Stortte ons vosje zich op de haan.

Moraal:
Het is al duizend maal gebleken
Ondanks gestoken achter 'n mom
De oude gang en streken
Keren altoos en immer weerom.
Geschreven door W. Smeekens om 16:31
Reageer op dit bericht


