ursula andkjær olsen

eigenlijk duren winters veel te lang.
als dan in de maand juni de groene weelde openbarst, is het feest.
ook in mijn tuintje!
ik zie de reuzenvlier bloeien, winde heeft zich reeds kunstig om de rode ballustrade van het stenen trapje geslingerd en wederik en lavendel beloven binnenkort een feest in geel en mauve. eind juli zullen purperen en zachtroze hibiscusbloemen hun frêle gezichtjes wenden naar de zon.
volgend weekend laat poetry international in rotterdam (ik wil er graag naartoe, maar we moeten gaan stemmen, jammerjammerjammer...) dichters voordragen in 'verborgen tuinen'. een van de dichteressen is de deense ursula andkjær olsen, die in al haar gedichten geinspireerd is door “green, green – made up of tiny parts, green – that belongs to no one, green that collapses and rots, green that from a distance looks lavender and blue and hazy”
in onderstaand gedicht, tuingevoeligheden, dat ik uit het engels heb vertaald, verwoordt zij die groene weelde, alhoewel er toch ook wat anders aan de hand is.
het gaat hier over het benoemen van dingen, het geven van namen...
in deze context: de knoppen, franjes, bloemschermen, bladeren, bloembollen, peulen en bessen....
het onstaan van de taal.... is de beschaving, de menselijke communicatie niet opgestart toen mensen de dingen begonnen te benoemen?
wat een naam heeft, maakt gelukkig, ruist en ritselt, brengt rust.
maar owee.... dit gedicht begint met een groot enigma: wat als alles al een naam heeft? ’in een tuin waar alles een naam heeft is niets mogelijk’.... bedoelt zij: als de dingen af zijn, is leven onmogelijk????
TUINGEVOELIGHEDEN
de namen zijn geschreven op tekens/ de groei is hoog en weelderig in
de tuin vindt alles zijn naam/ vol ingehouden adem
en ruisend
wat zal ik zeggen in een tuin waar alles een naam heeft
niets?
*
en ook een andere vraag: wat kan ik zeggen?
rechtvaardigheid vraagt verbeelding/ vraagt
versiering/ overvloed/ poëzie/ geen
blootstelling/ zodat waarheid overvloed wordt/ het bevestigt vooral wat is
nog eens en niets anders
*
in een tuin waar alles een naam heeft is niets mogelijk/ maar
heeft alles een naam? bestaat die tuin?
in een tuin waar sommige dingen een naam hebben en andere niet is alles
mogelijk/ alles wat menselijk mogelijk is
in zo’n tuin
niets niets menselijks is er vreemd aan hier is juist
naamverdrinking/ naamloos
*
binnen de omheining/ wat kan ik zeggen
naamverstrengeld
*
ik geef knoppen, franjes, bloemschermen, bladeren, bloembollen en peulen hun namen om
van hen meer te genieten en ze te horen ruisen als
knoppen, franjes, bloemschermen, bladeren, bloembollen, peulen
en bessen
zij zijn/ en laat hen mijn neerslachtigheid verbannen
*
een tuin waar ik alles bij zijn eigen naam heb genoemd
waar ik de dingen kan benoemen/ alleen ’s nachts ’s nachts is
genoeg/ het is een plotselinge zaligheid
hier zal ik mijn naamdorst lessen
*
hier zal ik rusten, de armen verstrengeld
*
waar ik alles bij zijn eigen naam heb genoemd/ alles dat benoemd
moest worden
en laat de rest maar zijn
een wachtende ritselende plaats/ waarop wacht het ?
waarop wacht het?
over dingen spreken die geen naam hebben
die nochtans zo klein zijn/ of denken aan dingen die
zo slecht zijn dat zij niet langer
een naam hebben/ met ingehouden adem/ niet
toegelaten zijn nog een naam te hebben
zou niets menselijks
vreemd voor me zijn? ik hoop het of anders
hoop ik het niet
*
de overvloed is er altijd/ zelfs al is het een overvloed
die niemand nodig schijnt te hebben
alles heeft een naam maar
ik zou kunnen aankomen met een heleboel nieuwe namen als ik wou
ik ben alleen wakker zodat
groene waaiers rode kralen sluieren en ontsluieren/ gezonde en ongezonde nacht met torenhoge bliksems
zelfs universele wetten voelen vrij/ nu
klein schildpadschild/ huist in mijn klein schildpad
schild
nu
*
tuinen lijken
menselijker dan
mensen/ met al hun kostuums
de speciale rangorde
*
noch te veel
vrijheid noch te weinig
spreken is zo menselijk het is als de
sfinxsenlaan/
sprakeloze gezichten/ steenzware meningen niet een
woord over de lippen/ terwijl alle vormen/ de bomen de huizen bloemen en ramen
en de gordijnen van de buren en de woonkamers daarachter misschien zijn het stille
stille
woonkamers
niemand is onschuldig maar sommigen zijn puur en velen
velen hebben vleugels
*
maar de
kostuums
zijn deel van de droom dat een deel is van
de werkelijkheid/ daarom is de onversierde als een sfinxs/ als een ding zonder
naam
*
de tuin groeit
dichter en dichter
meer en meer hangend/ vol/ droog
naamverstrengeld is dat allemaal versiering? het is
overvloed/
overdaad/ versiering als versiering onvermijdelijk is/ wat kan ik zeggen?
goedenachtschaduwen
goedenachtschaduwen
de tuin is stil voor het vruchtdragen/ vannacht gaan de namen uit
varen
© 2010, Ursula Andkjær Olsen
From: Have og helvede
Publisher: Gylendal, Copenhagen, 2010
© Translation: 2010, Thom Saterlee
Publisher: First published on PIW, 2010





























1 reactie op dit bericht
.....
ik denk dat niets ooit af is .... ook een tuin niet ....
Groetjes,
merel