Naar de inhoud

een lief okerkleurig scharminkel

akke.beakke.be
literatuur, cultuur, small talk

Categorie: literatuur

huisberichten

oeps! na het tumult van mijn verjaardagsfeest verleden zaterdag...

(goed gezelschap, w. was er ook. toch is het feestje abso niet uitgemond in intellectueel gezever. het ging er redelijk chaotisch aan toe, ik werd o.a. pardoes uit de keuken gezet. s. maakte de taboulé en de sla en later op de avond vergastte hij het gezelschap op een arabisch rock 'n roll-concertje, a. onderging een metamorfose en werd chef, waarbij hij ons heerlijke uiensoep met rode wijn voorschotelde, w. had quiche meegebracht en a2 heeft staan afwassen en opruimen tot 3 uur in de nacht. j. bracht zijn pendel van amethist mee en wiebelde iedereen om te weten te komen wie hij of zij in een vorig leven was...)

blijft een schitterende oogst aan boeken (= KADOOTJES) over.

aan de uitdeinende rafelige vermoeidheid van het feest plakte ik dus ook al enkele slapeloze nachten (!) om de verrukkelijke scheepsberichten van annie proulx te lezen, tussendoor begon ik aan onze oom van arnon grunberg en aan zelfportret, columns van barber van de pol. in een van haar stukjes beschrijft deze dame wonderlijk wel hoe ik zelf lees: vanalles door elkaar en tegelijk en geheel en fragmentarisch en achterstevoren en ondersteboven en ik open pardoes een boek en begin zomaar te lezen. mijn boeken liggen op het bureau, op tafel, naast en onder mijn bed, onder mijn hoofdkussen. ik vertoef als het ware in een boekenroes en dat bevalt me uitstekend!  


948161-d81de9cd82865e080e4340268bb0fcec.jpg                      


948161-3b3422e144c253c0a3cace066f438766.jpg



948161-45afa6533a94513478e3dfcdec6a845c.jpg


ook al veel plezier gehad met

                                                                
948161-b58727c6989a69ae62f8ca0c835eb525.jpg


en wat een mooi kaftontwerp:

948161-be3c6a17c67a8aa59c1c6e66b5a6130e.jpg


truman capote (zijn naam heeft hij van zijn cubaanse stiefvader
) leest als een trein, heel vervelend, kreeg pijn aan mijn ogen, zo vlug ging het...

(jaja, beste miss amelia, vond het woord vervelend ook niet zo best, ik bedoelde dat ik zo rap las dat mijn ogen begonnen te pikken en dat dit heel vervelend was, omdat ik moest stoppen met lezen.

maar wat je bedoelt, moet je ook schrijven op een zodanige manier dat de lezer dit ook zo begrijpt.

zal mijn blogbericht dus aanpassen.

dank je, miss amelia!

yasmin

(ps: natuurlijk ben ik een fan van truman capote, in cold blood was een roman om van achterover te vallen...
)

dus: ... leest als een trein, ik kreeg prikkende ogen, zo vlug ging het (wat heel vervelend was, want ik moest stoppen met lezen!)


948161-373186c31bb0a0142c07e5bd890c9b36.jpg

en chaja polak bewaar ik voor het laatst.


948161-88558466d865f71d9b4cea63c749db37.jpg


waw, een hele zomer leesplezier dus. en het is nog niet gedaan... gisteren kreeg ik ook nog in een mum van taal van stefaan van den bremt en een verrukkelijke dichtbundel van kathelijne vanderhallen,
woordzang!

oeps! misschien, misschien zou het wel verstandig zijn wat minder te lezen en wat meer te slapen, want gisteren zei ik per abuis eau de javel en ik bedoelde fruitsap, haha!

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

defence












heb daarnet zitten bedenken dat ik eigenlijk een bericht over les murray wou schrijven, maar op een of andere manier heb ik in het vorige bericht de voorrang gegeven aan ann cotten, misschien omdat het een dametje is, een leuke (jonge) dame nog wel, met een trendy kapsel, zo'n beetje krom op een schattige manier en haar teksten waren trouwens ook de eerste die ik las op de website van poetry international 2011*.

toch wil ik even terugkeren naar les murray. ook omdat ik binnenpretjes kreeg toen ik die dikkerd (en ik zeg dit met tederheid) ongegeneerd, lichtjes hijgend en met zwier zijn teksten zag voorlezen. in 1998 deed hij het ook, gehuld in een kleurige strepentrui en het is ook in dat jaar dat hij een toespraak hield met als titel defence*, de verdediging van de poëzie.

ik publi hier het deel van zijn betoog waar hij het heeft over het ontstaansproces van een gedicht, waarbij hij eerst en vooral uitgaat van de stelling dat
elke onbeschadigde mens 2 geesten en 1 lichaam heeft. de ene geest is die van het wakkere bewustzijn, de andere is de occulte geest van de dromen, die ons volledig in beslag neemt wanneer we slapen maar bovendien in de vorm van dagdromen aanwezig is als we wakker zijn. de geest van het dromen is verantwoordelijk voor het mysterie van de poëzie, het wakkere bewustzijn voor de vormgeving ervan, het lichaam voor het ritme en 'de emotionele dans'.

het lezen van defence is als een baken voor mij, een geruststelling ook. defence geeft me een verklaring voor de veelvuldige momenten van trance waar ik reeds mijn gehele leven 'last' van heb, en waar ik soms moet tegen vechten, omdat ik vind dat ik ook 'wakker en bewust' door het leven moet stappen om mijn dagelijks leven een beetje comfortabel in te richten.

toch ben ik van plan naar de toekomst toe mijn droomsessies
opnieuw meer ruimte te geven. in de winterse beslotenheid lukt dit hoogstwaarschijnlijk beter dan in de zomer, want als het zonnetje schijnt wil ik naar buiten...


'Wanneer ik mezelf bij het schrijven van een gedicht observeer, merk ik dat ik in een soort trance raak die mijn twee geesten en hun meesterknecht mijn lichaam met elkaar integreert
. De impuls een gedicht te schrijven kan van elk van de drie afkomstig zijn, en ze leveren alledrie hun bijdrage aan de creatieve trance. Het wakkere bewustzijn levert de woorden, de meeste ideeën en waarschijnlijk ook een groot deel van de vorm van het gedicht. De droom verleent het zijn tijdloze karakter en zijn mysterieuze en onaardse aura; ik vermoed dat in elk gedicht de meer gedurfde vluchten en associaties - waartegen het daglicht-bewustzijn zich zou verzetten als het niet op magische wijze tot zwijgen werd gebracht - worden aangedragen op het vliegende tapijt van ons droomleven. Het lichaam zorgt op zijn beurt voor gevoel en ritme, voor de vrije en gebonden dans van woorden en beelden, en het levert ook de wetten van de ademhaling die in het gedicht worden ingebouwd. Iemand met een diepe, ruime borstkas zal in sommige gevallen bijzonder lange verzen schrijven, gewoon omdat hij er de adem voor heeft. Wanneer je het gedicht aanvangt in de juiste fase van het groeiproces in jezelf, versmelten al die bijdragen in een duizelingwekkende gelijktijdigheid. Onderbreek je die innerlijke ontwikkeling te vroeg, dan is de kans groot dat het een verwarde, ongearticuleerde brei wordt; ben je er te laat bij, dan krijg je algauw een steriele, uitgeloogde tekst, als een programma.

De geïntegreerde trance waarin het gedicht is geschreven houdt bij mij nog enige tijd aan, enkele uren of dagen, en dan kan het nog een paar dagen duren voordat ze helemaal is verdwenen. In die tijd kan ik het gedicht polijsten, indien nodig veranderingen aanbrengen en de kwaliteit enigszins beoordelen. Pas wanneer de trance helemaal weg is, kan ik het gedicht tenslotte echt beoordelen, en soms blijkt achteraf dat de persoonlijke ervaring van de integratie beter was dan het resultaat. Carl Jung en vele anderen voor hem zouden die integratie-ervaring mijn ziel hebben genoemd, maar omdat ik niet teveel wil pretenderen en me niet wil verlaten op een woord dat in het gebruik zo is afgevlakt, heb ik het liever over mijn poëtische zelf. De versmelting van mijn drie gewone zijnsvormen verhevigt elk van die drie op zich, en veroorzaakt vaak zo'n hevige opwinding dat ik het niet al te lang achter elkaar uithoud maar moet opstaan en me naar buiten haasten om even tot rust te komen; dan kan ik terugkeren voor een tweede sessie. Het gedicht dat ik tijdens zo'n ervaring schrijf, bevat die ervaring zelf, ook nadat de trance in mij al is verdwenen, en dat des te duidelijker naarmate het gedicht beter is.

Wat ik in feite maak is een nieuw lichaam geschapen uit woorden en de effectieve ordening van woorden, waarin mijn ziel zoals die op een bepaald moment was, zal blijven voortbestaan. Anderen, die op de poëtische of misschien kunnen we beter zeggen artistieke ervaring zijn afgestemd, zullen de in mijn gedicht belichaamde werkelijkheid op hun beurt ervaren, en als ik me bijzonder goed van mijn taak heb gekweten, zal het alle anderen na hen net zo vergaan, zolang mijn taal nog wordt gesproken of vertaald kan worden. Wat mijzelf betreft, ik kan een gedicht nog na jaren herlezen en opnieuw iets van de trance van de integratie beleven, maar nooit meer met dezelfde intensiteit. Om dat opnieuw te ervaren, datzelfde niveau van innerlijke esthetische versmelting, zal ik een nieuw gedicht moeten schrijven. Of kennismaken met een ander kunstwerk dat me volledig in vervoering brengt. Ik heb al dikwijls verteld hoe ik voor het eerst naar boven ging in het Van Gogh-museum in Amsterdam en werd geconfronteerd met zijn schilderijen - op wat precies het juiste moment in mijn leven moet zijn geweest - ik heb me toen op een van die zachte banken laten zakken en eerst een tijdje geslapen, als had ik er behoefte aan me van die aanvankelijk verpletterende indruk te bevrijden. Ik hou nog steeds erg van zijn werk, maar dat heb ik nooit meer hoeven doen.

Er schijnt in dit leven, in dit stadium van onze evolutie, een intrinsieke wet te zijn die bepaalt dat we ons hele zelf - het volledig aanwezige besef van alles wat we zijn en kunnen zijn - weliswaar kortstondig maar niet als een stabiele, permanente toestand kunnen verdragen. De versmelting blijft voortbestaan in het produkt, maar niet in ons. Dit is naar mijn mening het essentiële model en de structuur van alle menselijke creatie, en de reden waarom we nooit ophouden te creëren, hoe armzalig de door ons vervaardigde ziel-lichamen ook mogen zijn. We hebben dat proces poëzie genoemd (poiesis: maken), duizenden jaren voordat er andere namen aan werden gegeven, en het is zo goed als zeker dat we het eerder hebben uitgedrukt in woorden, muziek en dans dan met andere middelen, hoewel grotschilders daar weleens tegen zouden kunnen protesteren, wanneer ze even uitrusten van het schroeien en inkleuren van hun slangen en bizons op de kalkstenen rotswanden.'


*http://international.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=19783&lang=dut&skin=pif
*http://www.poetry.nl/read/defence98


Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door nicole2 om 07:35 Reageer op dit bericht Stuur door

hoe ijdel moet ik zijn om dit gedicht te schrijven...
















(ann cotten)



In droomritme ademen als je wakker bent en ver van je bed,
dat is de gave. Tragisch zijn met een boek op je hoofd.


Les Murray, 'Het instrument'.

Iemand met een diepe, ruime borstkas zal in sommige gevallen bijzonder lange verzen schrijven, gewoon omdat hij er de adem voor heeft.

Les Murray, 'Defence', 1998
.


de 42ste uitgave van poetry international is weer eens verleden tijd, maar op het web kun je de voordrachten herbekijken en al de gedichten nalezen*. waarom ik al jaren zo gek ben op poetry international? omdat ik mij voorhoud dat daar in rotterdam het beste van het beste wordt getoond, op wereldniveau, en omdat ik mij daaraan eigenlijk altijd al een beetje wilde optrekken, of beter gezegd, omdat ik vaag de ambitie had dat niveau te bereiken. ondertussen besef ik wel, dat ik niemand hoef na te apen, dat ik gewoon zelf moet proberen mijn eigen 'gave' te ontwikkelen, door nooit op te houden met schrijven, door  'mijn tijd niet te gehoorzamen' en 'in droomritme te ademen terwijl ik wakker ben', niet bang te zijn tragisch rond te lopen 'met een boek op mjn hoofd'...  ik citeer hier de australische dichter les murray, voor een tijdje weer een van mijn absolute favorieten.

samengevat: mijn passie voor literatuur blijvend beleven.... ambitie is goed, overmoed is belachelijk, daarom de titel van dit blogbericht.

toch vind ik dat het bekijken van de livestream van de 42ste poetry international mij toch wel iets heeft bijgebracht: namelijk de overtuiging dat het de huidige tendens is ademlooslange teksten te schrijven. zonder hoofdletters, punten of komma's, zonder strofevorming, zonder vast metrum of rijm, zonder opvallend verschil met proza, of het zou het ontbreken moeten zijn van interpunctie en klassiek- correcte syntaxis.

een voorbeeld hiervan is het gedicht solidus,
van de duits-oostenrijkse ann cotten, dat op het eerse zicht een opsomming lijkt. bij nadere lectuur ontwaar je toch denkende en voelende links, ook lees je automatisch hele zinnen, paragrafen, betoogjes, die er eigenlijk niet staan, maar die zich in en buiten het gedicht vormen. in ons hoofd, in ons hart, in onze  tweede 'geest'  - waarover les murray het heeft in zijn schitterende 'verdediging' van de poezie*. waarom nog hele verzen neerschrijven als deze zich - in alle mogelijke varianten - toch automatisch in de geest van de lezer vormen?


SOLIDUS

De klinker bij Kinker / de daling in Staring / het Waterlooplein / de druipende naalden / de loop door de kamer / het deksel / het geeuwen / de blinkende daken / de stap van het type dat achter me loopt / de stappen op trappen / de vlekken op trappen / het kraken van gangen / de liefde in hallen / het mooie van versmaat / de hinkende versmaat / het scandeerhuis / de trucjes / de lasser / het liegende bed / de slogans op bussen / de zeiler op reis / het voorlaatste blaadje / het voorlaatste blad / de regen op daken / de duiven op bordjes / de zangval van zinnen / de passende maat / het beukende ritme / het smeulende peukje / de spiegel / de haven / de wratten / de arm

Het schuine verzetten / de hand onder water / het radicale

het kiepen van flessen / het kieken in huis / het knippen in niksigs / de stromende lucht / de verbeterde grap / en kevers / en breuken / en drinken / en tonnen 

en banden die piepen

en randen / en plagen / en laarzen / atomen / atomen in banken / verbindingen / slogans / en zwendel / en schuren met reeën en hooi / vervaging in nachten / verscheping in kisten / insomnia / kraken / en volume control / en dammen / en blaten / en blikken, gewiekste / zich legende kisten / en kennis / en schisma’s / tropismen en neuken / ontglippende sokken / het gonzen van dieren / register van dingen / het gloeien van wangen / het trekkende lachen / het malle van grappen / het op zijn van wijn / het dweilen van vloeren / het kijken naar striemen / het jij-woord / het zwellen / het glippen van riemen / de hoogbouw / het hondje / verdelers / vervangers / en kammen / en dimmen / en liefjes / kantines / en floppen / en kusjes / en raspen / en kieuwen / de longen in stalletjes / slingeren rond


de verdichting die ann cotten hanteert is heel intens. ik krijg vaag het vermoeden dat zij hiermee aantoont hoe woorden en zinsdelen zich in onze geest wentelen en nestelen en hoe moeilijk het is een taal te verzinnen die door iedereen op dezelfde manier wordt geinterpreteerd. dit geldt niet alleen voor de literatuur, maar ook voor de gewone 'dagelijkse' communicatietaal. dus ook voor de taal van de media die, zoals we weten, met de juiste manipulatieve truuks, ongelooflijk veel invloed kan hebben op het maatschappelijk bestel, op onze manier van denken en voelen.

een onrechtstreeks bewijs dat woordentaal niet volstaat om te communiceren en tegelijk ook een aanwijzing dat de slogan: 'de taal is het volk' en dus afgeleid daarvan, het talige eenheidsideaal larie en apekool is en het democatisch denken en voelen grandioos in de weg staat.

een bevrijding vind ik het, dat deze gedichten bestaan en toonaangevend zijn. een troost voor alle dichters en ook voor alle mensen die berispt worden omdat zij weigeren binnen de lijntjes te kleuren.


http://www.poetryinternational.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_name=www

http://www.poetry.nl/read/defence98: 'Elke onbeschadigde mens heeft twee geesten en een lichaam. De ene geest is die van het wakkere bewustzijn, de andere is de occulte geest van de dromen, die ons volledig in beslag neemt wanneer we slapen maar bovendien in de vorm van dagdromen aanwezig is als we wakker zijn'.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

ik heb het land









ik wil eerlijk bekennen dat ik sinds enkele weken, maanden, het land heb.

samen met de heerlijke temperaturen in april en mei steeg dit gevoel van onbehagen zienderogen. net alsof bij mij het omgekeerde plaatsgrijpt: hoe meer zon, hoe meer melancholie. ik heb het land aan dit land, aan de mensen van dit land. ik heb het land aan mijn huisje, aan mijn geliefden.

ik heb het land aan mijn illusies, aan mijn verbeelding. ik heb het land aan het feit dat ik het land heb, want tegelijk ervaar ik een soort angst: gaat dit stoppen, dit liefhebben? ga ik dit niet langer tolereren, deze dingen, deze lichamen om me heen? zij die bewegen, geluiden maken, stellingen verkondigen, grapjes maken, me aanraken, voortdurend om aandacht vragen, ga ik ze wandelen sturen? zal ik, zoals indertijd greta garbo met zwarte bril, verkondigen: I want to be alone?
ach, ach, als ik jonger was, zou ik diep in mijn dip duiken en het allemaal nog geloven ook. maar ik word eind deze maand 65 en ik weet: misschien is het tijd om weer beginnen te tokkelen.

want deze onrust, deze irritatie, dit rommelen en dreinen, is niets anders dan....literatuur. fijn toch, dat dit kan: het broeden omzetten in poëzie en me dan met een zucht van opluchting opnieuw bezighouden met het leven, het echte leven
,  dat volgepropt lijkt met leuke dingen (zoals mijn gepland verjaardagsfeestje, haha!)

men noemt dit relativeren, geloof ik.


gisteren gekeken en geluisterd naar poetry international (livestream) en om te beginnen genoten van de gulle, schijnbaar nonchalante gedichten van truong tran uit vietnam.

zowaar een zielsgenoot ontdekt!



approach it as you will but do so knowing that the line which connects the perceptions to the perceived is crossed with the line of the needs and necessities and there at the crossing are the casualties fragments to stories some still struggling to find the beginnings

bezie het zoals je wilt maar doe het in het besef dat de lijn die de waarnemingen verbindt met het waargenomene doorsneden wordt door de lijn van de noden en noodzaken en waar ze elkaar snijden bevinden zich de slachtoffers fragmenten bij verhalen sommige nog zwoegend op zoek naar een begin




consider the path of a falling leaf the distance in between the branch and the earth the slightest breeze could alter its course now consider yourself as that falling leaf falling falling and where did you come from and where are you now

kijk naar de weg die een vallend blad aflegt de afstand tussen de tak en de aarde de minste windvlaag zou zijn richting kunnen veranderen bekijk jezelf nu als dat vallende blad vallend vallend en waar kwam je vandaan en waar ben je nu




perhaps in another time our story would be different there would be no leaving and thus no returning you would be the teacher in a northern village and i the fisherman we would live quietly to the background singing of cicadas the whispering of the ocean’s breath and poems like weeds would go from the cracks of our lives perhaps in that life the frog and the scorpion are better off as lovers

in een andere tijd zou ons verhaal misschien anders worden er zou geen weggaan zijn dus geen terugkeren jij zou de leraar zijn in een dorp in het noorden en ik de visser we zouden rustig samenwonen met op de achtergrond het sjirpen van krekels het fluisteren van de zeeadem en gedichten zouden als onkruid uit de scheuren van ons leven groeien misschien zijn de kikker en de schorpioen in dat leven beter af als geliefden



(ik kan niet anders dan zeggen: waw en wat een troost is poëzie!)



Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

de digitale revolutie (2) hanne rouweler, dichteres en e- uitgeefster

publishing on demand

 

onlangs aan den lijve ondervonden wat zoiets als publishing on demand (pod) is: een systeem waarbij je als auteur van een eigen publicatie maar net zoveel boekjes moet laten drukken, aankopen en verspreiden als je zelf wil. ook kunnen je boekjes meestal gedownload worden als e-book. dus: gedaan met papierverspilling, geen stoffige kartonnen dozen met vergane onverkochte dichtbundels meer op zolder!

demerpress, een kleinschalige e-uitgeverij, gevestigd in diepenbeek (limburg), heeft reeds een fraaie lijst poëzieuitgaven op haar naam. vele auteurs die in het gevestigde literaire circuit niet aan bod komen kregen de kans om hun pennenvruchten picco bello gedrukt te zien. de enthousiaste lady achter al dat moois is de nederlandse dichteres hannie rouweler (op de foto met haar man joris iven).


zij wil poëzie toegankelijk maken voor iedereen, haar motto is: poetry for all!



916642-2d4f63de55bd6b4338cdd30a4841084a.jpg


ik denk hierbij: poetry for all poets! want dank zij de inspanningen van hannie en haar team hebben heel wat bundels het daglicht gezien en auteurs, of het nu debutanten zijn of ervaren schrijvers, major- of zogenaamde minor- poets: zij  kunnen toch maar een nieuwe uitgave op hun naam schrijven!


want volgens hannie bestaan er geen slechte gedichten. als een gedicht niet klopt is het doodgewoon geen gedicht. ook nog: wie bepaalt de waarde van goede of slechte literatuur? de academici, die geen weg weten met hun intellectuele hoogmoed? het volk, dat een zwak heeft voor simpele frietgedichten en literaire abstracties in de prullenmand gooit? of een paar zelfverklaarde literaire goeroes, dikwijls leden van het mannelijk geslacht die zich opstellen als (en ik deze term leen ik gezwind van hannie) acp's, arrogant chauvinist pigs? haha, ik overdrijf, want ik ken natuurlijk ook ernstige en waardige literatoren met een suikeren hart en een zwak voor vrouwenliteratuur.


maar ik wil het hier niet hebben over de emancipatie van vrouwelijke auteurs. gezwind keer ik terug naar hannie en haar toch wel heel sociaal project  'poëzie voor allen' en vooral: haar profilering als dichteres. het is ok je volledig in te zetten om een goed auteur te worden en jezelf op superieure manier te managen en te promoten, maar anderen de gelegenheid geven ook eens mee te doen - dan ben je reeds op een hoger trapje beland, los van het pure ego-trippen dat zoveel literatoren kenmerkt.


zodra hannie terug in mijn vizier kwam (want ik kende haar naam reeds uit een ver verleden, hoogstwaarschijnlijk had ik al poëzie van haar gelezen)  ben ik gaan surfen op internet, nieuwsgierig als ik was naar haar persoon en haar gedichten. en ja, ik kon ontelbare web-adressen openen waarop de bio- en blblio-gegevens van hannie in volle glorie prijken. en o wonder, zij is niet alleen dichteres en uitgeefster, maar ook een begenadigde schilderes.

 

 

hannie rouweler, een beminnelijke vrouw

 

een gedicht dat vermoed ik, kenmerkend is voor het huidige profiel van hannie rouweler is 'het langzaam stromen van water', een gedicht gepubliceerd in de bundel rozentuin, klavierklanken (waar ondergetekende ook een bijdrage in leverde!) en waarin zij het langzaam stromen van de rivier de dommel associeert met 'het gaan van een beminnelijke vrouw, 's zomers in een ruisend kleed met bloemen in haar haar, in de lente als een schuchter meisje, in de winter een bevroren uiltje dat uiteindelijk de seizoenen weerstaat en voeling heeft met de eeuwigheid’.


ik heb zo een vaag gevoel dat hannie in dit gedicht zichzelf portretteert: is zij niet die beminnelijke vrouw, bijwijlen schuchter en die soms spreekt als was zij met een laagje ijs bedekt (dat, ahum, door zijn lagere dichtheid blijft bovendrijven maar zo het leven onderwater voor de eeuwigheid bewaart) - een nuchtere vrouw, die het leven naar zijn werkelijke waarde schat?


maar ach, laat ik a.u.b. de nodige afstand bewaren: de persoonlijkheid van een dichter of dichteres afleiden uit de analyse van zijn teksten is er volkomen naast. beweren dat hannie beminnelijk is, schuchter, ijzig: dit is mijn interpretatie. eigenljk een beetje grof, zo onrechtstreeks en ongevraagd willen binnendringen in iemands persoonlijkheid. hannie schreef me trouwens onlangs: ‘dichter en mens moet je altijd scheiden, hoewel ze elkaar invullen en aanvullen’.  


zei descartes niet: wie verborgen heeft geleefd, heeft goed geleefd. ik breek hierbij dus een lans voor het respecteren van de kunstenaar als privé-persoon. het echte leven moet zo eenvoudig en bescheiden mogelijk worden geleefd, het leven als kunstenaar moet vervat worden in zijn (of haar) kunst. of is dit weer een te ver doorgedreven stelling, lopen die twee ‘levens’ automatisch in elkaar over?

 

 

en altijd opnieuw dat stromen van water

 

ik ga in deze drie volgende gedichten toch op bezoek bij hannie, speurend  naar invul - en aanvulmateriaal. mijn bedoeling is een glimp op te vangen van wat haar als mens en dichteres boeit – als kennismaking is dat voor mij voldoende, de rest is... tja...literatuur!

 

in gezichtsvormen en in leeg station, drukt zij een ervaring uit die ik zó herken, in de setting zou ik zó zelf hebben kunnen meespelen. hannie creëert  2 x een content waar ik makkelijk kan inkomen (is wat ons, dichters en dichteressen bindt, niet eenzelfde soort gevoeligheid): namelijk het weerzien van geliefden in een droom of in een soort déjà-vu (men meent een geliefde persoon te herkennen, maar het is maar verbeelding). toch lijken de personages reëel, zij bewegen, spreken, glimlachen.

 

in een paar verzen, schijnbaar los uit de pols, weet de dichteres hannie rouwelier hier een moment op te roepen dat ons diep meevoert naar de duistere regionen van het onderbewustzijn, de herinnering, de droom. en altijd opnieuw dat stromen van water, dat meegevoerd worden door de wolken, het voorbijglijden van de tijd, de eindeloosheid...

heb ik hier dé sleutel ontdekt tot de poëzie van hannie?

 


      GEZICHTSVORMEN

      Ik heb je weer gezien en ik kon
      weer in je geloven omdat
      je handen langzaam bewogen
      en je voeten helder waren

      zoals het water dat langs ons stroomde
      toen de zon schaduwen wierp
      van onze lichamen op de zwarte aarde.
      De woorden klanken meevoerden

      als een vlucht ganzen boven onze hoofden
      voorbij de wolken vlogen,
      waardoor het leek alsof geen einde naderde.
      Ik zag je terug en het was niet meer in duisternis

      en ook niet in het licht waarin men vele dingen
      meent te bespeuren die er niet zijn. We waren
      even samen tot elk van ons weer verdween in de
      openingen van het verleden, achter gesloten vensters.



       LEEG STATION

       Ik zag mijn broer
       aan de overkant op het perron staan

       enkele seconden gleden in stilte voorbij
       op een verlaten station in Twente

       met tussen ons een dubbelspoor
       voor treinen uit beide richtingen.

       Hij keek mij aan en een glimlach
       verscheen op zijn gezicht.

       Net voordat ik hem wilde wenken,
       zijn naam riep, kwam een sneltrein voorbij

       vond achter kleine ramen geen teken,
       geen gestalte die op hem leek.

       Hij verdween zoals hij was gekomen,
       mijn broer, op die dag waarop niets terugkwam.

 


het gedicht als touchscreen


ik wil nog een derde gedicht noteren, dat hannie rouweler geschreven heeft voor haar dochter: na al die tijd van vage dromen, gepubliceerd in van alles 1 + 1,  de jubileumuitgave van demerpress.


ik vind hier een heel leven terug. hannie beschrijft hoe het was toen haar dochtertje nog een ukkie was, hoe zij heeft genoten van haar kinderlijke verbeelding. hoe zij zich de huizen en plaatsen herinnert waar zij samen verbleven. hoe haar kind plots schoksgewijs volwassen werd en de grote dag aanbrak: in het wit gekleed, met om haar hals een fijn kettinkje: een huwelijk, het grote loslaten. maar dit proces resulteerde niet in een onoverkomelijke afstand: de band blijft desondanks bestaan, niets kan hen scheiden.


mooi verhaal. maar toch wil ik de aandachtige lezer ook wijzen op de intense verdichting van dit gegeven. hoe de dichteres in enkele verzen een heel menselik bestaan omschrijft, hoe zij werelden kan concentreren in enkele woorden. niet alleen laat zij verzen tegen elkaar opbotsen of in gesprek gaan, ook de witruimtes omvatten oceanen. op twee plekken van dit gedicht is dit overduidelijk: twee volkomen wat ik noem ‘onaangekondigde verzen’.


het eerste vers in je stralende blauwe ogen gooit hannie abrupt op het papier. het lijkt een vers dat eigenlijk een aanvulling had moeten zijn van een ander, bijvoorbeeld ‘ik zag het geluk in je stralende blauwe ogen’. maar neen, hannie begint haar vertelling met een bijwoordelijke bepaling van plaats. het onderwerp en het werkwoord, daar laat zij naar raden. het kan ook zijn dat een hele paragraaf, een hele reeks verzen, een opmerking, een stelling aan deze bepaling voorafgaat.


de lezer mag deze items, deze bewustzijnslagen, zelf aanvullen, mag zelf graaien in zijn verbeelding... als dat geen sublieme vorm van verdichting is, dan weet ik het niet meer! en het beginvers van de derde strofe, je meteen gevonden kan worden is schijnbaar ook een ‘stuk’ van een vers, dat hier midden in het gedicht wordt gegooid.  maar door dit procédé zet hannie weer de lezer aan het werk: hij kan gissen naar en fantaseren over wat vooraf is gegaan en wat zou kunnen volgen...


hannie is, vind ik (en ik gebruik deze termen voorzichtig), een redelijk klassieke dichteres, zij schrijft zachte, vloeiende verzen. een meesteres in de dichtkunst, die haar vak grondig beheerst. maar door bovenstaande gedurfde procedure balanceert zij op een supermoderne schommel. dit is poëzie van deze ‘schokkende’ tijd. haar gedichten zijn als touchscreens, je tikt ertegen met je vinger en ja, een waaier van mogelijkheden opent zich...


 

NA AL DIE TIJD VAN VAGE DROMEN



In je stralende blauwe ogen.
Namen gaf je aan alle dingen:
'kijk, mijn schaduw is een donkere spiegel.'
Ik raakte de tel kwijt van zelf bedachte woorden.

Dat ik na zoveel jaar, zoveel straten, dorpen, steden,
voorbij al die woningen die ik met je deelde
weer geluk vind in een glmlach. Weelderige ogen.
Geen omwegen om eindeloos in te verdwalen.

Je meteen gevonden kan worden. Blindelings
in die grote dag, wit gekleed. Om je hals
een fijn kettinkje. Op je huid zonlicht zichtbaar.
Als meisje groeide je schokoksgewijs, naar dit moment.

Ik vergeet bijna dat ik je moeder ben. Zoveel afstand
is genomen. Zoveel andere bruggen over diezelfde rivier.
Niets kan ons scheiden. Je blijft mijn kind. Alles hetzelfde.



tot slot: toch nog enkele kiekjes!




916642-8465177e4bbd5af87f8a651eb8ecde13.JPG

twee vrouwen...(noot van Hannie: geschonken aan de dichteres CHAWWA Wijnberg, Middelburg) Acryl op papier, potlood.


916642-0acb3b164c76b8255d6e4e231ab1abd3.JPG


de droom van irma... acryl op canvas..(noot van Hannie: gekocht door een vrl hoogleraar, Heerlen).





916642-bb7c3697bac0aae06ed11f194f957eac.jpg


neen, neen, dit is niet hannies dochter uit het gedicht, maar haar kleindochtertje elise... een dotje! (Hannie: MIJN POPPEMIEKE….)


links:

http://www.demerpress.be/

http://stores.lulu.com/hannierouweler


Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

de digitale revolutie (1) schrijven met i-durf


916589-6989ceef3e91af183e2bab4b76f47c77.png

schrijven met i-durf

 

zaterdag 14 mei jl. op de schrijfdag in hasselt* (georganiseerd door creatief schrijven*) een workshop gevolgd omtrent de digitale revolutie: ‘schrijven met i- durf’. lesgeefster was de sublieme an mertens*, 'multimediaal verhalenschrijfster'. wablief? kun je tegenwoordig verhalen (en gedichten) publiceren op internet? super! en ze ook lezen op e-readers, i-pods, e-pads, of tablets door simpelweg te touchscreenen? jawel!



916589-7ab861f8808ba0716fac92c14266117b.jpg



zaterdag heb ik dus van deze heel leuke docente vernomen dat er oneindig veel mogelijkheden bestaan om te schrijven op internet, met een schitterend spectrum aan tools om je content zo fraai mogelijk vorm te geven. tof! gedaan met honderden euro's te besteden aan het verzenden van manuscripten naar uitgevers, die toch alleen maar geïnteresseerd zijn in hun marktaandeel, of 500 tot 1000 (!) euro te moeten betalen voor enkele tientallen bundeltjes uitgegeven in eigen beheer. gedaan met aanschurken bij literaire kliekjes om toch maar via via ergens gepu te raken, gedaan met leuren met boekjes op doodsaaie literaire avondjes... internet, here I come!


ben weer eens overenthousiast! heb droombeelden van pagina's en pagina's (op een site met de subversieve naam hotglue.me*),  krioelend van leuke teksten en gedichten van me, geïllustreerd met foto's, videofilmpjes en een layout die vrolijk resulteert in de ultieme kick. maar oeps! daar val ik met beide voeten op de grond! heb namelijk al een website - dedeze dus - en ik kan mooie foto's downloaden. haha, toch al heel wat!


hierbij direct enige noodzakelijke links. op het u-tube-filmpje een verslagje van de schrijfdag, daarna een kleine profilering betreffende het fenomeen an mertens, het adres van haar hoogstoriginele blog en... hotglue, hét toverwoord van de schrijfdag,!

haha, ik laat de lezers op hun honger zitten ...maar wie er bij was, weet waar ik het over heb... even deze links openen is een absolute aanrader!


* http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=KAxr_4bH7MM


* http://www.creatiefschrijven.be/


* An Mertens schrijft, redigeert en vertelt verhalen. Ze experimenteert met analoge en digitale vormen van vertellen, als lid van Constant (vzw voor kunst en nieuwe media) en via persoonlijke projecten als Boektegoed (Bronks, Bib Elsene), CIAO/CU (digitale vertelling + roman), Space Stories (The People Speak)...


zie ook:


http://www.adashboard.org/colapsekode/?page_id=120


http://www.adashboard.org/


* http://hotglue.me/. hotglue is a visual tool for creating websites directly in the web-browser.


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

de villanella en de sestina (2)









Dylan Thomas


DO NOT GO GENTLE INTO THAT GOOD NIGHT


Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rage at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.


Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.


Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.


Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.


Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.


And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.



in vorig blogbericht legde ik wel tot in de puntjes uit wat een sonnet en een sestina is, maar ik vergat te vermelden dat een middeleeuwse villanella uit vijfvoetige verzen bestaat, opgebouwd rond twee rijmklanken en verdeeld over vijf terzienen en een kwatrijn. de eerste en de laatste regel uit de eerste strofe komen volgens een vast schema in de andere strofen als keervers terug en vormen aan het eind van het gedicht een refrein.


een villanella oeioei, als ik dit woord hoorde vond ik dit super, ik dacht aan een mooie villa, van een meisje dat nella of zo heette, maar het is dus een schijnbaar aartsmoeilijke dichtvorm.


het lijkt erg ingewkkeld en dat is het ook wel een beetje, maar een recept uit de keuken van peeter goossens is dat ook, temeer daar hij aanraadt twee keer verse frituuroiie te gebruiken om frietjes te bakken, haha....


de beroemdste villanella is bovenstaand gedicht van de ierse dylan thomas (Swansea, 27 oktober 1914 – New York City, 9 november 1953)  - een van mijn vroegere lievelingsdichters, nu opnieuw in de schijnwerpers gezet door jan decleir in een programma dat in onze zalen speelt met de titel under the milkwood.


dylan thomas schijnt geen moeite te hebben met al die versvoeten en rijmklanken en keerverzen, maar ik geloof dat ik zelf zou zwoegen als ik het eens zou uitproberen!


Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

de villanella en de sestina (1)

Katryn Simmonds (1972)


‘Quirky, witty, moving. Katryn Simmonds’ gift is to find joy and beauty in unexpected places. She invests the everyday world with an extraordinary luminosity.’  Jackie Kay.  


de laatste dagen diende zich, in zijdelingse en echte gesprekken omtrent literatuur, volgend item aan: het gebruik van klassieke vormen in hedendaagse poëzie. catharina boer, een collega - dichteres in rozentuin, klavierklanken*, grijpt bijvoorbeeld in het jaar 2011 terug naar de petrarcaanse sonnetvorm. om een sonnet te schrijven moet je ontegensprekelijk het vak beheersen, je schrijft twee strofen van elk vier vijfvoetige jamben, die samen het octaaf vormen, en twee strofen van elk drie vijfvoetige jamben, die samen het sextet vormen. zelf heb ik dit nog nooit geprobeerd, laat staan dat ik me zou wagen aan een middeleeuwse villanella of een sestina.


de sestina is een ingewikkelde versvorm, uitgevonden door de 12de eeuwse occitaanse troubadour arnaut daniel. ze bestaat uit zes strofen van zes regels, gevolgd door een strofe van drie regels, waarbj de eindwoorden van elk vers uit de eerste strofe in een bepaalde volgorde terugkeren.  ook in de afsluitende drieregelige strofe worden ze ale zes herhaald. 


een sestina schrijven, dat doet de britse auteur Kathryn Simmonds in haar gedicht 'S ZONDAGS IN DE HUIDWASSALON * dus wel. simmonds veroorlooft zich echter vrijheden met de strakke structuur. ze doet dat door in sommige strofen het eindwoord te vervangen door een woord dat daarop rijmt.


maar het resultaat is een om van achteroveropjebuiktevallen gedicht. zij beschrijft in een surrealistische scène hoe enige mensen naar het wassalon gaan, niet om hun kleren te wassen, maar om  hun vel af te stropen en dit in de wasmachine te stoppen.


katryn simmonds slaagt erin gewone gebeurtenissen een metafysische dimensie te geven. de naakte staat van de personages laat hen toe diep in hun ziel te kijken:


Nu zijn huid/ wordt gezwierd, bekijkt de man zijn hart. De dames zijn druk/ met hun lijf, of tillen zacht hun borsten op, sluitwerk/ waar een ziel achter verborgen zit.


hier komt het dus, katryn's pièce de résistance: een lyrisch, exuberant, theatraal gedicht, dat ondanks de inhoud niet zwartgallig is, maar geestig, humaan en warm.


'S ZONDAGS IN DE HUIDWASSALON

Het wekeljks bezoek aan geurige stoom. Ernaast,
op straat, valt bijbelse regen, die zegt: wees rein.
Niemand binnen, merkt het; te druk met het werk
een machine te kiezen, pasmunt te zoeken, te zien
of de temperatuur ok is. Men tracht het product
nergens te strooien dan in het bakje. Andere huid

begint voor plastic patrijspoorten te draaien. Huid
van een Thai, een Keniaan, een Jamaicaan naast
een blauwig wit, getaoeëerd goedje, mislukt
vol vlekken en striemen, elke haarsoort net en rein.
Een dikkerd zit op een bank gebogen, je kunt zien
hoe hij uitgebreid vouwen scheidt, alles in het werk

stelt om zijn penis los te pullen. Een secuur werk.
Zijn borstkas zwelt als hij worstelt met zijn voorhuid,
broos als sushi, dan de ballen, totdat we zien
hoe zijn immense satijnen kont los raakt. Naast
hem pelt een meisje haar arm, hanschoen van fijn grein
zonder pezen. De man stroopt, nog steeds gebukt,

zijn vette klauw, raapt zijn vel op, het meisje drukt
glossy lagen om haar heupen, onderbreekt dat werk
voor de knieënklus, de lastige tenen. Reine
bedwelmende damp stijgt op wanneer ze haar huid
als een avondjurk over haar arm drapeert. Naast
haar kleedt een oude vrouw zich omzichtig uit, misschien

om haar ellebogenrag niet te scheuren, misschien
om haar moedervlek te sparen. Ze stopt en plukt
aan de schram op haar slaap, gefrommeld als een haast
versleten rits. Het is een kies, delicaat werk
dat alles los te tornen, het wrikken aan de huid
die nu dun is als mottenvlerken, tot haar fijn

skelet vol kreukelzijde hangt, en haar lijf ein
delijk wordt bevrijd. Zo wachten ze en overzien
hun lijstje, staren naar de machine. Nu zijn huid
wordt gezwierd, bekijkt de man zijn hart. De dames zijn druk
met hun lijf, of tillen zacht hun borsten op, sluitwerk
waar een ziel achter verborgen zit. Buiten, naast

de deur, rimpelt regenhuid de schemerstraten. Water rukt
op door gaten, het zwiept de straten rein, en we zien
hoe alles nieuw oogt, ernaast gaat men door met het werk.


* http://www.lulu.com/product/pocketboek/rozentuin-klavierklanken/14407277

* Poëziekrant 7/8, 2010, p.51

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

christina guirlande


891978-a2434e11fd6c57ee44e041c65bcf12bf.JPG


gisteren kreeg ik van een onbekende dame, maartje slot, een felicitatie voor mijn vertaling van het gedicht van sirkka turkka. zij voegde er aan toe:

nog niet zo lang geleden leerde ik een dichteres kennen met een naam die klinkt als een ruiker bloemen, of neen, als een bloemenkrans: christina guirlande*.


ik geloof dat ik reeds vele gedichten van haar vluchtig gelezen heb in de loop der jaren, in tijdschriften en bloemlezingen... mijn werk als leerkracht gaf me trouwens niet veel tijd om dieper in te gaan op alles wat las. hoogstwaarschijnlijk zal ik haar poëzie vroeger niet modern genoeg of te damesachtig gevonden hebben. ondertussen ben ik wijzer geworden en ik kijk ook naar andere dingen dan het eigentijdse: namelijk vakkennis, volgehouden inspanning, afwerking, inhoud, achtergrond, beschaving, het menselijke, zoiets als waardigheid... christina heeft tijdens haar schrijversloopbaan veel van dit alles verworven, zij is een van de ankers in onze huidige literaire landschap, daar ben ik van overtuigd! sinds een tijdje sturen wij mekaar prettige mails (zij gaf mij bijvoorbeeld ook een pluimpje omtrent de vertaling 'uit de losse pols' van het gedicht van sirkka turkka) en ik kreeg tot mijn groot genoegen een primeur in mijn mailbox: een verukkellijke cyclus gedichten over rozen, samen met foto's van haar sublieme tuin.


ik wil hier geen recensie schrijven, geen diepgaande analyse betreffende christina's poëzie, niet naar referenties zoeken of naar verwantschappen, neen! christina is christina, met al haar kunde en vakmanschap, haar vermogen te ontroeren en de lezer mee te slepen in haar verrukking om zoveel schoonheid.... ik koos drie gedichten voor dit bericht. onder elk gedicht een kleine reactie. voorts, beste lezers, vuur ik deze poëzie vol ontroering op u af!


891978-100f65cc266552fc6bca2b76c6865462.JPG


Cyclus  GEDICHTEN OVER ROZEN


II.

Rosa ‘New Dawn’

Roos als een parelmoeren kus,

draai mij geen rad voor de ogen,
wuif als de weerlicht de
waanbeelden weg, zeg dat je
echt bent en weet wat je doet
met je teerroze meisjesblozen.

Roos, neem mijn wensen voor lief,

hou geen blad voor de mond
in de nijdige wind. Laat niet toe
dat ik perken te buiten ga en
uitzinnig de dag wil prijzen
nog voor de avond gevallen is.


heel prettig vind ik hier dat christina tegen de new dawn roos praat. zij verweeft handig talige uitdrukkingen (iemand een rad voor de ogen draaien, als de weerlicht wegwuiven, je wensen voor lief nemen, geen blad voor de mond nemen, de perken te buiten gaan) in haar monoloogje, schermt met alliteraties, splitst woordgroepen, zodat zelfs een lidwoord achteraan het vers in zijn dooie eentje staat en het geheel oogt heel natuurlijk en aangenaam om lezen...


III.

Rosa ‘Phillis Bide’

Als honigtranen: regen op het abrikozengeel.

Hun parels glijden bloem voor bloem in
zachte kistjes van fluweel. Wie draagt ze later
om haar hals, wie leent ze uit als pand
wanneer ze plots, liaan geworden, zich
haar oude naam herinnert ‘Perle d’Or’.

Tot eind november geeft ze weerwoord

aan de wind, tot ze haar schatten opbergt
en zich overgeeft. Zoals ze nu de juliregen
twijnt, juwelen rijgt, de zon weerkaatst
en waterdruppels omzet in concert voor
carillon en glasharmonica.


met het heerlijk beginvers over honing en abrikozen glijden we hier een fluwelen wereld binnen. het is net of we, zoals dauwdruppels, toegelaten worden in het zachte hart van de roos. mooi vind ik het beeld van de rozenliaan, een slinger van gouden rozen, die door de glans van regenparels ineengestrengeld lijken, de zon weerkaatst in de druppels en het geheel schittert en twinkelt en waarempel, je hoort muziek, een beiaard of een glasharmonica. hoe muzikaal en speels, dit gedicht!


VI.

Rode roos blauwe maan

(Bij het schilderij ‘red rose blue moon’ van Georgette Van Noppen)

Ik lig als een wig tussen aarde en maan, tussen
wachtende blauwe aarde en zeldzame blauwe
maan, en de hemel dreint blauwe tranen.
Ik trek mij op aan de rode roos, aan het groen
van haar blad en haar takken, de doornen deren
mij niet. Haar geur maakt de wonden zoet.

Wind is afwezig en toch suist een bries door mijn
lange losbandige haren, bezoekt mijn albasten huid.
Ik ben vrouw en van alle tijden, het rode van
hartenbloed, het blauwe van maan en water, de koortsige
kramp van het kind. Mijn angstdroom: dat ik een leven
lang de verwonde roos van een schietschijf ben.

 

Christina Guirlande

juli2010


dit is mijn lievelingsgedicht. het begint subliem, ach, al dat blauw, al dat blauw... en eindigt met een vers 'op de rand van de afgrond'. laten we niet naïef zijn: elke dag riskeren we, om het even waar we ons bevinden, in het centrum van een schietschijf terecht te komen en dodelijk gewond te raken.... christina profileert zich hier als 'een vrouw van alle tijden', haar 'lange losbandige haren' suggereren een suizende levenskracht, het rode hartenbloed wijst op warmte en hartstocht, het denken aan een koortsig kind appeleert aan haar moederrol en achter dit alles zweeft de angstdroom een verwonde roos te zijn.

met dit gedicht overstijgt deze dichteres zichzelf, zij is waarlijk van alle plaatsen en van alle tijden... bravo, christina!


891978-d25d9a7815768786586cbd53d790fa6b.JPG


* http://users.skynet.be/guirlande/bio.htm
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

brodsky

 

 

 

 

Wat gebeurt er als de espresso op de bodem van je kopje voor je gevoel de enige zwarte stip is aan de horizon?*


Volgens de Russische Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky is een gedicht een gesprek tussen de schrijver en zijn lezer, het met elkaar delen van twee eenzaamheden. In The Brodsky Concerts brengt acteur Dirk Roofthooft de essentie van zijn poëzie over op het publiek. De muziek van Kris Defoort onthult wat voor de woorden onmogelijk is. Samen brengen ze een hommage aan Brodsky’s poëzie, aan haar melodie en haar rijm, aan de grote metafysische thema’s die de poëzie van Brodsky met zich meedraagt: de zin van het leven, de dood, met of zonder geliefde je bewegen door tijd en ruimte, verbondenheid met iets of niets, zijn tussen iemand en niemand.

*Dirk Roofthooft naar Joseph Brodsky

(tekst en foto geknipt en geplakt van http://www.lod.be/)

 

dit heb ik er voor over gehad om naar de meesterlijke vertolking van de poëzie van joseph brodsky (of brodskii) door dirk roothooft te gaan luisteren: een drie uur durende treinreis naar een uithoek van dit landje, een slapeloze nacht in een nochtans heerlijk comfortabele sofa, een shoppingsessie in hasselt die ik eigenlijk niet wilde maar die ik mezelf had aangedaan en last but not least een verplichte recup die een paar dagen lang duurde.


maar ik werd heerlijk beloond: een subliem optreden, het beste sinds jaren.

dirk roofthooft beleefde brodsky's po
ëzie als groeide en stulpte ze doorheen zijn gehele lichaam. als openbloeiende bloesems barstten de woorden los, in de stiltes tussen de woorden zinderden de echo's voortdurend na, het was bijna hallucinant wat dirk roothooft met deze verrukkelijke voordracht bereikte: in mijn hoofdje reciteerde ik en scandeerde ik en zong ik zijn woorden mee.

zelfs al kende ik die woorden niet, toch had ik het gevoel dat ik zelf (woelend en wiegelend als altijd) in de gedichten van brodsky woonde.

en kris defoort het fantastische klankbord!

op de koop toe werd mij op mijn logeeradres een overheerlijk dessert van croissants en boterkoeken gemarineerd in suikerroom met een geklutst ei, met als sidekick twee bollen vaniileijs van het ijsboerke, aangeboden. mmmmmffff!

avond voor 200 % geslaagd, zou ik zeggen, voor herhaling vatbaar.

hieronder nog drie schitterende (ik tokkelde sjitterende, daar gaan we weer, wanneer kan ik nu eens ernstig zijn?) gedichten van joseph bordsky, uit de cyclus romeinse elegieën. weer heb ik het gevoel dat ik zelf met mijn rug tegen een koude tegelmuur leun in het snikhete rome, dat ik kijk naar de ondergaande zon in de villatuinen, ik voel het droge laurierblad op mijn schedel, ik luister naar brodsky's gefluister en dromerig stap ik in het sacrale licht.....


 

VI

Omhels de zuivere lucht, à la de takken der pijnbomen hier:

aan de vingers blijft niet meer dan aan een glas of tule kleven.

Ook de vogel keert uit de wolken niet blauwer weer,

en onszelf kun je moeilijk miniatuurgoden heten.

Juist omdat we nietig zijn zjin we gelukkig. Hoogten,

verten enz. zijn van de gladde huid afkerig.

Lichaam en ruimte zijn nu eenmaal elkaars tegenpolen.

En dat maakt ons dan weer ongelukkig, voor eeuwig.

Leun liever tegen de portieken, doe je sandalen uit,

door je hemd voelt de schouder de kou van de stenen,

en kijk hoe de zon in de villatuinen ondergaat,

hoe het water, dat ons de welsprekendheid leerde,

neerstroomt uit roestige sleutelgaten,

zonder iets te herhalen, behalve de nimf met de ocarino,

behalve het feit dat het koud en nat is,

en het gezicht verandert in een ruïne.

 

X

 

Privé-leven. Verscheurde gedachten. Angsten.

De gewatteerde deken is vormlozer dan Europa.

Dank zij het blauwe hemd en het gekreukte jasje

heeft de spiegel tenminste nog iets om te tonen.

Laten we theedrinken, gezicht, om de lippen te scheiden.

De kamer drukt zwaar op de lucht als belasting.

Troepen gaaien fladderen op uit de pijnboomrijen,

één toevallige blik uit het raam en daar gaan ze.

In Rome zit een man papier vol te schrijven.

De staart van een letter – een rat die voorbijflitst.

Zo worden de dingen in hun perspectief kleiner,

omdat dat hier perfect is. En over het ijs van de Tanais

sjokt men langzaam voort tot men uit het zicht verdwijnt,

de schedel bedekt met gedroogd laurierlad,

rillend van de koude, in de richting van de Tijd,

die buiten het bereik ligt van elke grootmacht.

 

XII

 

Buig je hoofd, neig je oor naar wat ik Jou toevertrouw:

Ik ben je dankbaar voor alles, voor de botjes van de kip,

voor het gesjerp van de schaar die de leegte voor mij knipt,

want, niet waar, ook die is van jou.

Ze is zwart, akkoord. Oké, ze heeft niets,

geen arm, geen hand, zelfs geen ovaal als gelaat.

Hoe onzichtbaarder een ding, des te echter het is,

des te zekerder dat het ergens bestaan heeft op aard,

des te meer is het overal.

Jij was de eerste met wie dit gebeurde, niet waar?

Slechts wat niet in tweëen te delen valt,

dat blijft door een spijker bij elkaar.

Ik was in Rome en ik heb er zoveel licht gevangen

dat een ruïne er alleen maar kan van dromen!

Op mjn netvlies blijft een gouden stuiver hangen.

Genoeg om heel de duisternis mee door te komen.



 

Spiegel Internationaal, moderne poëzie uit 21 talen, samengesteld door Maarten Asscher en Laurens Vancrevel, Meulenhoff Amsterdam, 1988, p.204

 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van een lief okerkleurig scharminkel

↑ Terug naar de berichten