christina guirlande
gisteren kreeg ik van een onbekende dame, maartje slot, een felicitatie voor mijn vertaling van het gedicht van sirkka turkka. zij voegde er aan toe:
nog niet zo lang geleden leerde ik een dichteres kennen met een naam die klinkt als een ruiker bloemen, of neen, als een bloemenkrans: christina guirlande*.
ik geloof dat ik reeds vele gedichten van haar vluchtig gelezen heb in de loop der jaren, in tijdschriften en bloemlezingen... mijn werk als leerkracht gaf me trouwens niet veel tijd om dieper in te gaan op alles wat las. hoogstwaarschijnlijk zal ik haar poëzie vroeger niet modern genoeg of te damesachtig gevonden hebben. ondertussen ben ik wijzer geworden en ik kijk ook naar andere dingen dan het eigentijdse: namelijk vakkennis, volgehouden inspanning, afwerking, inhoud, achtergrond, beschaving, het menselijke, zoiets als waardigheid... christina heeft tijdens haar schrijversloopbaan veel van dit alles verworven, zij is een van de ankers in onze huidige literaire landschap, daar ben ik van overtuigd! sinds een tijdje sturen wij mekaar prettige mails (zij gaf mij bijvoorbeeld ook een pluimpje omtrent de vertaling 'uit de losse pols' van het gedicht van sirkka turkka) en ik kreeg tot mijn groot genoegen een primeur in mijn mailbox: een verukkellijke cyclus gedichten over rozen, samen met foto's van haar sublieme tuin.
ik wil hier geen recensie
schrijven, geen diepgaande analyse betreffende christina's poëzie, niet
naar referenties zoeken of naar verwantschappen, neen! christina is
christina, met al haar kunde en vakmanschap, haar vermogen te ontroeren
en de lezer mee te slepen in haar verrukking om zoveel schoonheid.... ik koos drie gedichten voor
dit bericht. onder elk gedicht een kleine reactie. voorts, beste lezers,
vuur ik deze poëzie vol ontroering op u af!
Cyclus GEDICHTEN OVER ROZEN
II.
Rosa ‘New Dawn’
Roos als een parelmoeren kus,
draai mij geen rad voor de ogen,
wuif als de weerlicht de
waanbeelden weg, zeg dat je
echt bent en weet wat je doet
met je teerroze meisjesblozen.
Roos, neem mijn wensen voor lief,
hou geen blad voor de mond
in de nijdige wind. Laat niet toe
dat ik perken te buiten ga en
uitzinnig de dag wil prijzen
nog voor de avond gevallen is.
heel prettig vind ik hier dat
christina tegen de new dawn roos praat. zij verweeft handig talige
uitdrukkingen (iemand een rad voor de ogen draaien, als de weerlicht
wegwuiven, je wensen voor lief nemen, geen blad voor de mond nemen, de
perken te buiten gaan) in haar monoloogje, schermt met alliteraties,
splitst woordgroepen, zodat zelfs een lidwoord achteraan het vers in
zijn dooie eentje staat en het geheel oogt heel natuurlijk en aangenaam om lezen...
III.
Rosa ‘Phillis Bide’
Als honigtranen: regen op het abrikozengeel.
Hun parels glijden bloem voor bloem in
zachte kistjes van fluweel. Wie draagt ze later
om haar hals, wie leent ze uit als pand
wanneer ze plots, liaan geworden, zich
haar oude naam herinnert ‘Perle d’Or’.
Tot eind november geeft ze weerwoord
aan de wind, tot ze haar schatten opbergt
en zich overgeeft. Zoals ze nu de juliregen
twijnt, juwelen rijgt, de zon weerkaatst
en waterdruppels omzet in concert voor
carillon en glasharmonica.
met het heerlijk
beginvers over honing en abrikozen glijden we hier een fluwelen wereld
binnen. het is net of we, zoals dauwdruppels, toegelaten worden in het
zachte hart van de roos. mooi vind ik het beeld van de rozenliaan, een
slinger van gouden rozen, die door de glans van regenparels
ineengestrengeld lijken, de zon weerkaatst in de druppels en het
geheel schittert en twinkelt en waarempel, je hoort muziek, een beiaard
of een glasharmonica. hoe muzikaal en speels, dit gedicht!
VI.
Rode roos blauwe maan
(Bij het schilderij ‘red rose blue moon’ van Georgette Van Noppen)
Ik lig als een wig tussen aarde en maan, tussen
wachtende blauwe aarde en zeldzame blauwe
maan, en de hemel dreint blauwe tranen.
Ik trek mij op aan de rode roos, aan het groen
van haar blad en haar takken, de doornen deren
mij niet. Haar geur maakt de wonden zoet.
Wind is afwezig en toch suist een bries door mijn
lange losbandige haren, bezoekt mijn albasten huid.
Ik ben vrouw en van alle tijden, het rode van
hartenbloed, het blauwe van maan en water, de koortsige
kramp van het kind. Mijn angstdroom: dat ik een leven
lang de verwonde roos van een schietschijf ben.
Christina Guirlande
juli2010
dit is mijn lievelingsgedicht. het begint subliem, ach, al dat blauw, al dat blauw... en eindigt met een vers 'op de rand van de afgrond'. laten we niet naïef zijn: elke dag riskeren we, om het even waar we ons bevinden, in het centrum van een schietschijf terecht te komen en dodelijk gewond te raken.... christina profileert zich hier als 'een vrouw van alle tijden', haar 'lange losbandige haren' suggereren een suizende levenskracht, het rode hartenbloed wijst op warmte en hartstocht, het denken aan een koortsig kind appeleert aan haar moederrol en achter dit alles zweeft de angstdroom een verwonde roos te zijn.
met dit gedicht overstijgt deze dichteres zichzelf, zij is waarlijk van alle plaatsen en van alle tijden... bravo, christina!
* http://users.skynet.be/guirlande/bio.htm








































1 reactie op dit bericht
Wens je een fijne paasmaandag