|
De mannetjesmerel, bijna één met het donker. Zijn zwarte veren lijken het licht op te slokken. Alles om hem heen verdwijnt, behalve die ene felle tegenstelling: de gele snavel. In mijn tuin, die overdag zo vertrouwd is, brengt hij ineens iets geheimzinnigs. Het donkere voelt niet somber, maar rustig en krachtig.

.
|