QUINTEN MATSIJSDOORGANG
Wist U dat ... ?
- deze doorgang gelegen is tussen de Oude Koornmarkt en de Handschoenmarkt.

zicht op de Quinten Matsijsdoorgang (foto van Alfons Van Camp)
- de doorgang verwijst naar de Zuid-Nederlandse schilder
Quinten Matsijs. (foto van Wikipedia - portret door Jan Wierix)
- zijn naam ook geschreven of gespeld wordt als Quinten, Kwinten of Quentin, Massijs als Matsijs, Matsys, Massys, Metsijs, Metsys, Messijs of Messys.
- hij geboren werd te Leuven, ca 1466 en stierf te Antwerpen in 1530.
- hij beschouwd werd als de laatste belangrijke vertegenwoordiger van de Vlaamse Primitieven en ook een van de oprichters was van de Antwerpse School.
- hij buiten schilder, ook beeldhouwer, dichter en musicus was
- enkele van werken zijn : De wisselaar met zijn vrouw (1514) / De H. Maagd met het Kind Jezus / Maria Magdalena / Des. Erasmus (1517).
- er zich van hem een standbeeld bevindt bezijden de Amerikalei, op de Baron Dhanislei.
(foto van Alfons Van Camp)
-o-o-o-O-o-o-o-
QUINTEN MATSIJSLEI

Wist U dat ... ?
- er ook aan het stadspark een lei naar hem genoemd werd, nl. Quinten Matsijslei, die gelegen is tussen de Loosplaats en de Rubenslei.

zicht op de Quinten Matsijslei (foto van Alfons Van Camp)
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
P.S. : bijkomende gegevens van onze medewerker en freelancer Frits Schetsken :
Nr.50 HERENHUIS MORETUS DE THEUX In 1806 koopt Paul-Frans Moretus een terrein van liefst 40 hectare van de familie Van Spangen. Als de naam Moretus je bekend voorkomt, klopt dat. Paul-Frans is een rechtstreekse afstammeling van 16de-eeuwse voorvader Jan I Moretus, de man die via zijn huwelijk met Martina Plantin erfgenaam wordt van de beroemde drukkerij-uitgeverij Plantijn.
Helaas kan Paul-Frans zijn droom om zijn domein te verkavelen niet waarmaken omdat er plots hinderlijke zaken gebeuren met zijn grond. In 1817 wordt twee-en-een-halve hectare onteigend om er de lunet Herentals op aan te leggen voor de verdediging van Antwerpen – vandaag is dat ons Stadspark. En om dat nog wat erger te maken, mag er in een straal van 585 meter niets gebouwd worden, zodat een naderende vijand geen schuilplaats vindt. De ramp wordt nog erger, wanneer in 1835 de spoorlijn van Mechelen naar Antwerpen dwars door dat als Terlist bekend staande terrein wordt aangelegd. Dus als zoon August bij de verdeling van pa’s erfenis deze grond in de schoot geworpen krijgt, is die amper iets waard.
Maar het tij keert compleet, wanneer in 1859 de zogeheten servitude wordt opgeheven, waardoor er vanaf dan wél gebouwd mag worden. August start meteen met verkavelen vanaf 1860 en er kan zowaar nog een perceel gratis af voor de bouw van de Sint-Jozefskerk aan de huidige Loosplaats. Bij een overeenkomst tussen August en het stadsbestuur wordt een brede weg aangelegd tussen de Herentalse Vaart (ongeveer waar nu de Van Eycklei loopt) en de Lange Kievitstraat. Hij wil die nieuwe weg naar zijn vriend en academiedirecteur Nicaise De Keyser noemen, dus De Keyserlei. Dat wordt aanvankelijk op 8 januari 1868 goedgekeurd, maar al op 28 november van datzelfde jaar komt men daarop terug en wordt Nicaise vervangen door Quinten. In 1872 wordt die Quinten Matsijslei nog wel verlengd tot aan de Quellinstraat, zoals het nu nog steeds is.
Als zoon René na de dood van zijn vader in 1871 de resterende grond erft, zal hij daar tussen 1879 en 1884 een uiterst fraaie woning in neo-Vlaamse renaissancestijl op laten zetten. Niet dat hij dringend onderdak nodig heeft, hij woonde al zijn hele leven bij pa op kasteel Schoonselhof in Wilrijk – en dat was toen geen begraafplaats. René trouwt in 1872 op z’n 30ste met de 20-jarige Louise-Marie de Theux de Meylandt, wier vader de in Limburg wonende katholieke staatsman Barthélémy de Theux de Meylandt is, lid van het Nationaal Congres en driemaal premier van België. Met zo’n vrouw wil je natuurlijk ook een optrekje nabij de stad, al hebben ze inmiddels ook het Wilrijkse kasteel Steytelinck in bezit als woning.
Ingenieur-architect Jan Frans Stordiau zorgt voor het gebouw, helemaal ingedeeld zoals het een man van adel past, met een prachtige trap in de inkomhal, zowat het enige dat vandaag van de pracht van dat interieur resteert. Op de gevel brengt beeldhouwer Louis Dupuis een achttal medaillons aan die naar personages uit de hoogdagen van het bedrijf Plantin-Moretus verwijzen: stichter Christoffel Plantin, zijn twee schoonzonen Jan I Moretus en Frans van Ravelingen - de eerste leidt de Antwerpse drukkerij, de tweede het filiaal in de noordelijke universiteitsstad Leiden -, Jan Poelman, die de firma vertegenwoordigt in de Spaanse universiteitsstad Salamanca, Balthazar I Moretus die als hun opvolger het Plantijnse huis tot zijn toppunt brengt en schoolvriend van Pieter Paul Rubens was, Justus Lipsius uit dezelfde periode als de vorige twee, humanist en filoloog, Benedictus Arias Montanus, de geestelijke die namens de Spaanse koning Filips II de supervisie had over de Biblia Regia, de veeltalige bijbel en het meesterwerk uit 1568-1573 van Christoffel Plantijn en Cornelius Kiliaan, de corrector van die bijbelteksten als medewerker van Plantijn, die zelf ook een woordenboek samenstelde. Boven die medaillons zie je nog een groot aantal maskerkoppen als ondersteuning van de raamdorpels van de hogere verdieping, die allerlei figuren uitbeelden, zoals een gaper, nar, Moor …. Boven de ingang het merk van Plantijn, de Gulden Passer, het symbool voor het motto Labore et Constantia (werken en volhouden), want het ene been van een passer staat stil, terwijl het andere beweegt.
Na de dood van René in 1895 blijft zijn vrouw Louise nog afwisselend hier en in Wilrijk wonen en na haar overlijden in 1923 erft oudste zoon graaf Charles Moretus-Plantin dit huis. Maar hij is burgemeester van Stabroek en woont daar op kasteel Ravenhof en verkoopt deze woning dan ook in 1950 aan de Federatie van Onderlinge Bijstand, een initiatief van de socialistische mutualiteit. Er wordt een kliniek in gevestigd met spreekkamers voor artsen, een apotheek en kantoren. Als eind jaren 1970 de FOB een nieuwe hoogbouw aan de belendende Plantin-Moretuslei betrekt, koopt de Stad in 1979 het oude huis om er het politiecommissariaat van de Vierde afdeling in onder te brengen, dat nu een Regiokantoor is.
o-o-o-O-o-o-o-
|