015- Macaroni of Goudkuifpinguïn- (Eudyptes chrysolophus)
Speciefieke kenmerken: Marcaroni of Goudkuifpinguïn kan men enkel verwarren met schlegel pinguïn. Macaroni en schlegelpinguïns zijn de grootste van de kuifpinguïns. ze hebben beide een oranje gele kuif, die elkaar raakt boven op de kop Schlegelpinguïns hebben een witte keel, terwijl marcaronis een zwarte keel hebben. Grootte: Macaronipinguïns zijn 60 tot 70cm groot. Vrouwtjes zijn gewoonlijk iets kleiner dan de mannetjes. Gewicht: Hun gewicht varieert gedurende het jaar tussen 4 en 5,5 kg. Broedplaatsen:Macaronispinguïns broeden op de Sub Antarctische eilanden ten zuiden van Amerika en Afrika. Grote kolonies worden aangetroffen op South Georiga, Crozet Island, Kerguelen Island en Mac Donald Island. De totale broedpopulatie wordt op 12.000.000paren geschat. status: Kwestbaar omdat de populatie sterk dalend is.
Broedgedraag: Macaronispinguïns nestelen in eenvoudig, in modder of zachte bodem uitgegraven kolen tussen de rotsen. Op zee leven de paren gescheiden, ze zijn enkel tijden de broedperiode samen. Er worden 2 eieren gelegd, waarvan slechts één wordt uitgebroed. Broetijd wordt gedeeld door beide ouders in lange, afwisselende "shiften". De eieren komen na 33 tot 37 dagen uit. de eerste 23 tot 25 dagen wordt het jong behoed dooer de vader, terwijl het vrouwtje dagelijks voor eten zorgt. Daarna vormen de jongen kleine crèches, ze worden alle 1à2 dagen gevoed tot ze uiteindelijk na 60 tot 70dagen klaar zijn om uit te "vliegen" naar zee. Ze broeden voor het eerst na ongeveer 6 jaar Voeding: Ze leven bijna uitsluitend van krill, voor 5% aangevuld met inktvisjes