interessant
Onderzoekers hebben aangetoond dat de wand tussen de celkern en de rest van de cel met het ouder worden steeds meer toegankelijker wordt voor bepaalde proteïnen. Dit kan verklaren waarom bij ziekten als Parkinson en andere neurodegeneratieve ziekten zich mysterieuze filamenten ophopen in de hersenen.
Doordat de wand van de celkern steeds meer toegankelijker wordt, kan ook het eiwit tubulin de celkern binnentreden. Tubulin kan daar vervolgens lange filamenten vormen die schade kunnen toebrengen aan de chromosomen in de celkern.
Deze tubulin filamenten zijn bij de ziekte van Parkinson vooral te vinden in het hersendeel dat de substantia nigra wordt genoemd. De cellen van de substantia nigra produceren de neurotransmitter dopamine. Bij de ziekte van Parkinson sterven deze hersencellen af, waardoor de substantia nigra te weinig dopamine produceert.
De celkernwand beschikt over transportkanalen die uit 30 verschillende soorten eiwitten zijn samengesteld. Deze kanalen reguleren het transport van andere moleculen de celkern in of uit.
De onderzoekers hebben met behulp van cellen van de worm Caenorhabditis elegans en van ratten aangetoond dat deze transportkanalen gedurende het hele leven van de cel in de celkernwand blijven. Het is echter nog niet helemaal zeker of de transportkanalen ook niet vervangen worden, wanneer zij beschadigd zijn. Als de transportkanalen bij beschadiging niet worden vervangen, kan het verklaren waarom een verouderde celkernwand meer toegankelijker wordt voor bepaalde moleculen.
Onderzoekers denken nu dat Parkinson wellicht behandeld kan worden als men de veroudering van de celkernwand tegengaat. Eventueel kan zelfs veroudering van de hersenen in het algemeen worden tegengaan met een dergelijke behandeling.
Men is nu van plan om onderzoek te doen of men de afbraak van de zenuwcellen kan tegengaan als men de beschadigde transportkanalen in de celkernwand dicht maakt.
















