
Harold, de buidelrat, is zich een hoedje geschrokken. Sinds een tijdje beeft zijn rechtervoorpoot. Hij kan het niet tegenhouden, sterker zelfs, als hij er op gaat letten, wordt het erger. Hij probeert van alles. Hij zet hem klem tussen de takken van een boom, gaat er op liggen, gaat tegen een boom of een grote steen aan zitten met de bevende poot.niets helpt. De andere dieren weten ook geen raad.
"Tja", mompelt Geert, de mol, ik heb wel eens van een soort vis gehoord, daarbij schijnt het normaal te zijn, een sidderaal heet die, maar daar heb jíj natuurlijk niets aan." Dàt leek Harold ook, al zei hij maar niets, per slot van rekening was het aardig dat er dieren meedachten. "Weet je wàt?", kwam Aad de uil met een idee, "ga eens praten met Jan de bever, die beeft al jaaaaren en hij lijkt toch niet ongelukkig." Dat lijkt Harold geen slecht idee en hij vertrekt naar de beek, waar Jan woont.
"Tja", zegt Jan, "het kwam en het ging niet meer en ik kan er wel mee leven. Ik stamp dagelijks wat bessen fijn, eet wat zoethout en zo gaat het best hoor. Je moet vooral niet bij de pakken neer gaan zitten. Als je beeft, weet je tenminste dat je leeft!" Ja, dáár is natuurlijk geen speld tussen te krijgen en enigszins peinzend vertrekt Harold hij weer naar huis en dat bevende voorpootje? Dat komt vanzelf mee. Het hoort bij hem.toch?
_________________________________________
fijn he lotgenote Thea is schrijfster van kinderverhaaltjes
ik ga nu terug in mijn nestje