AAN PARKINSON
Mijnheer Parkinson,
Jij bedreigt mijn ganse leven,
Je laat mij trillen en ook beven.
Je belet mij om normaal te lopen,
Altijd lijk ik wel bezopen.
Ontspannen zitten is niet aan mij besteed,
Omdat jij het altijd beter weet!
Maar, mijnheer Parkinson,
Ik smeek je, blijf af van mijn brein
Want ik wil voor altijd, ALTIJD, mezelf wel zijn!
Jij maakt mijn soepele spieren stijf
En stuurt nare trillingen door gans mijn lijf!
Vroeger kon ik prachtig schrijven,
Dat mocht van u ook zo niet blijven!
Op papier kan ik geen leesbaar woord meer zetten,
Het schrijven van een brief wil jij mij ook beletten!
Draaien of keren in bed is er ook niet meer bij
Op je rug en daarmee basta en niet op je zij!
Kracht heb je mij ontnomen uit mijn handen
Daardoor leg je mij aan banden!
Mijnheer Parkinson, mag ik jou vragen
Wacht je nog een tijdje met een invalidewagen?
Je vreet al mijn energie op uit mijn lijf,
Daardoor ben ik veelal vermoeid en stijf!
Eigenlijk beheers je mijn leven al zo lang
Dat maakt mij kwetsbaar en ook bang!
En mijnheer Parkinson, sluit aub je trukkendoos
Want je maakt mijn lichaam zwak en broos!
Maar mijnheer Parkinson, denk je nu echt dat ik dit aanvaard?
Of dat je bij mij de baas bent aan de haard?
Denk dan maar vlug iets anders beste man,
Want je vliegt eruit de dag dat ik dat kan!
Ik zal je vertrappelen onder mijn hiel, je buik en je rug
Die dag zal ik juichen en blij zijn en je komt niet terug
Alleen mijn vrienden wil ik aanvaarden, dus niet jij
Want bij mijn echte vrienden ben jij zeker niet bij!
En weet beste man, hoe slim je ook bent
Bij mij is het basta, ik geraak je nooit gewend!
Ik wil je niet meer zien in mijn omgeving
Dus vertrek maar en liefst met mijn beving
Over spierpijn zal ik maar niet klagen
Dat moet ik al jarenlang verdragen
En weet toch dit : die fysieke ongemakken
Zijn nog gedeeltelijk aan te pakken!
Maar mijnheer Parkinson blijf aub van mijn VERSTAND
Want anders loopt ALLES heel zeker uit de hand!
Wil de jong-Sijm/ Jos VdC