De zonnewende (Latijn: solstitium oftewel zonnestilstand) is de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke of zuidelijke positie bereikt. Op aarde wordt deze positie gemarkeerd door de beide keerkringen.
Naarmate de zon zich schijnbaar beweegt in de richting van de noordelijke keerkring worden de dagen op het noordelijk halfrond langer, en op het zuidelijk halfrond korter. Wanneer de zon zich schijnbaar naar de zuidelijke keerkring beweegt, is dit precies andersom. De zonnewende is het moment waarop de zon precies boven de noorder- of Kreeftskeerkring dan wel zuider- of Steenbokskeerkring staat.
Het middelpunt tussen beide punten wordt bereikt als de zon precies boven de evenaar staat. Er is dan sprake van een equinox of nachtevening. Dag en nacht zijn dan overal op aarde even lang.
- De zomerwende of midzomer (Latijn: solstitium aestivum), die op het noordelijk halfrond in de zomer plaatsvindt, luidt het begin in van de zomer. De dag, meestal 21 juni, maar soms ook al 20 juni, is dan het langst.
- De winterwende of midwinter (Latijn: solstitium brumalis), die op het noordelijke halfrond in de winter plaatsvindt, luidt het begin van de winter in. Deze dag, meestal 21 december, soms 22 december, is het kortste.
De zomerwende op het noordelijk halfrond valt samen met de winterwende op het zuidelijk halfrond, en vice versa. De datum valt niet altijd precies op de aangegeven datum, maar vaak ook op de voorafgaande dag.
Van een aantal schriftloze culturen weten we, dat men het verschijnsel van de zonnewende kende en mogelijk zeer van belang achtte (bijv. Stonehenge en het Goseck observatorium). Denkbaar vierde men ook toen al feesten tijdens beide gebeurtenissen. Deze feesten spelen in diverse moderne culturen nog steeds een rol.
