Zo jong al
Deze week ging ik voor kattenbrokjes naar de dierenwinkel. Mijn poes, Lot, is nu één jaar. De enorme zak met kittenvoer is op. Het is tijd voor ander voer. Lot is volwassen! De winkel is niet zo groot en bestaat uit twee paden. Het ene pad werd geblokkeerd door een klant en de verkoper. Met een half oor hoor ik hun gesprek. De klant houdt een verhaal vol medische ellende, pillen artsenbezoek en onbegrip. De verkoper luistert geduldig. Ik vermoed dat dit wel eens lang kan gaan duren, dus help ik mezelf.
Ik wurm me langs de man en loop naar achter de zaak in. Daar zijn de schappen met kattenbrokjes. Een keuze maken is nog niet zo gemakkelijk. Je kan het zo gek niet bedenken of het is er. Voer voor katten die alleen binnen zijn, of juist buiten, voor kittens en senioren. Katten met een blaas dieet of katten van een speciaal ras. In een zak of juist los. Daarbij is er ook nog een groot prijsverschil. Natuurlijk wil ik dat mijn kat gezond blijft! Ik geniet van haar bewegelijkheid in de tuin. Ze is heerlijk speels en vliegt zo in de boom om vervolgens weer een arme kikker te plagen. Op haar voer wil ik natuurlijk niet bezuinigen. Dit alles afwegende kom ik tot mijn keuze. Ik koop nu niet zo’n grote zak. Eerst maar kijken of mevrouw het lust. ‘Lot, voer voor adults’, denk ik trots.
Tevreden loop ik terug naar de kassa. De verkoper is nu uitgepraat. De klant zie ik nog net de deur uit sjokken. ‘Akelig’ zegt de verkoper tegen mij, ‘die man heeft Parkinson, en dat zo jong al’. De man schatte ik zeker ruim 10 jaar ouder dan dat ik ben. Ik zet de zak met voer op de toonbank. ‘Dat is goed voer mevrouw, daar blijft uw kat gezond bij’. ‘Dat wil ik hebben’ zeg ik, ‘Ze is nog zo jong!’
