Naar de inhoud

'een heel jaar maart?'

schrijfvloer 02 ~ afgerond, klaar
akke.beakke.be

Archief

229. Dolores Bouckaert

te gast bij Wim Helsen, Dolores Bouckaert met een tekst uit het dagboek van Etty Hillesum (1941-1943)

       Ik ben nu brandschoon vanbinnen.
       Vanavond was er nog even zijn stem door de telefoon, die mijn lichaam helemaal in opstand bracht. (...)
       En ik kon plotseling zo begrijpen de monniken, die zichzelf geselen, om het zondige vlees te temmen.
       En het was even een gevecht tegen mezelf, razend was ik en daarna grote helderheid en rust.
       En nu voel ik me heerlijk, brandschoon vanbinnen.
       S. is weer eens voor de zoveelste keer overwonnen. Zou het lang duren? (...)
       "Melodisch rolt de wereld uit Gods hand",
       deze woorden van Verwey gingen me de hele dag niet uit het hoofd.
       Ik wilde dat ik zelf melodisch uit Gods hand rolde.
       En nou goeienacht.

 

De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, de =-knop.
Bouckaert in gesprek met Helsen,
https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/4/winteruur-s4a43/ 
11min29

Over Dolores Bouckaert : https://www.hiros.be/nl/artiesten/detail/dolores-bouckaert-1
Over Etty Hillesum : https://nl.wikipedia.org/wiki/Etty_Hillesum 
Over het boek : https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_verstoorde_leven_(boek) 

Eerste indruk : een uitbundig iemand, die dame. Haar drukke manier van praten vermoeit mij eigenlijk.
Stel u voor dat ge met zo iemand twee à drie uur moet vergaderen. Hoofdpijn!
Maar als ik dan haar levensparcours hoorde dacht ik : doe maar meisje,
doe maar uitbundig en bijt in het leven als was het een appel en eet het klokhuis mee op.

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

228. schoeisel

winterlaarsjes / winterbottekes

Vanmorgen zat dit in de bus, een filmke van 15 seconden over een handige vader,
deze:
foto van ’t Net  Afbeeldingsresultaat voor https://www.youtube.com/watch?v=PM73djdgxZI
 

klank niet nodig,
https://www.youtube.com/watch?v=PM73djdgxZI 
00min15 

Het filmke deed me denken aan een tegengestelde situatie, aan een verhaal dat ongeveer zo gaat : 

Bij het buiten gaan van de klas had een klein jongetje het moeilijk om zijn laarsjes aan te trekken. 
De Juf knielde bij het bankje en met hijsen & sleuren en kalm blijven (want zo zijn juffen)
lukte het haar het ene laarsje -uuhg!- en daarna het ander laarsje -uuhg!- aan te trekken.

- Ziezo jongen! 

Waarop de kleine :

- Juf, Jú-úf, ze zitten raa-aar ... (dat toontje!) 

De Juf keek ongelovig naar de voetjes en zag dat er iets was.
Er was geen duidelijk links of rechts. Zo is dat bij moonboots. 
Kalm blijven nu. Kalm blijven leren juffen op de juffenschool.
En toch maar de laarsjes van voet wisselen, men weet nooit. 
Het was een heel corvee om die laarsjes
weer uit te  wrikken en weer aan te doen, deze keer elk laarsje aan het andere voetje. 

- Dat zijn mijn botten niet hoor, zei het jongetje terloops.

Nu beet de Juf op haar tong. Dat leren ze tijdens hun stages. 

- Waarom zegt ge dat nú pas, kameraad? 

En ze wrikte & trok & hijgde en werkte zich in het zweet tot de laarsjes weer van de voetjes waren. 

- Dat zijn de botten van mijn broer en Mama heeft gezegd dat ik die
  vandaag moest aandoen omdat het zo koud is. En zijn wanten ook.

Juf  zuchtte hoorbaar. Een hóórbare zucht? Schoot hier haar zelfbeheersing tekort? 
Plichtsbewust wrikte & hees ze weer aan de laarsjes tot die opnieuw aan de voetjes zaten.
Ze wreef zich het zweet van het voorhoofd: KLAAR! 

- Oké kleine man, en waar zijn uw wanten?

- Die zitten in de tippen van die botten, Juf.

m - met dank aan AV – EZW-12/2011, HiH-01/2016, bijgewerkt -

Geschreven door maart om 00:48 Reageer op dit bericht

227. Sven Nys

te gast bij Wim Helsen, Sven Nys met een tekst die bij zijn kinesist boven de tafel hangt

                      
                Mensen zijn niet gemaakt voor een gemakkelijk leven,
                mensen willen een boeiend leven.
                En gemakkelijk is nooit boeiend.

  Sven Nys

De knop voor de ondertiteling staat rechts onderaan, de =-knop.
Nys in gesprek met Helsen,
https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/4/winteruur-s4a42/
09min47

Over Sven Nys : https://nl.wikipedia.org/wiki/Sven_Nys 
Over zijn filosoof-kinesist, Guy Verbist : https://www.gva.be/cnt/dmf20160302_02160953/in-de-eerste-plaats-een-enorme-vriend 

Geschreven door maart om 00:47 Reageer op dit bericht

226. de stem als wapen

'k Zit al meer dan een week te worstelen met een gedicht over de stem als wapen/verbaal geweld.
Het bestaat dat gedicht, alleen, het geraakt niet tot bij mij. Of toch niet intijds.
Anders gezegd, de bevalling is niet voor binnenkort. 
Is iemand ook met dat onderwerp bezig? 'k Wens u het allerbeste, want hier wil het niet vlotten.

Onderwijl heb ik me wel een verhaal herinnerd.
Het moet gebeurd zijn in de late jaren 70 of de vroege jaren 80.

Er is rond Bastenaken een jaarlijkse herdenkingsmars voor de gesneuvelden van het Ardennenoffensief. 
Die slag vond plaats van 16 december 1944 tot 25 januari 1945 en werd gewonnen door de geallieerden. (Wiki)

Europese Mars van Herdenking en Vriendschap.

Dit is een vierdaagse mars, voor burgers en militairen, er nemen dus legerafdelingen aan deel.
Ook Duitse legerafdelingen, want er staat Vriendschap in het vaandel van de mars.

Het verhaal ging zo : 

“Een 50 meter voor ons marcheerde een Duits peloton.
Die mannen zetten een marslied in. Een Duits marslied klinkt als een krijgslied.
Dat klinkt helemaal anders dan wanneer de Britten of de Amerikanen zingen.

Achter de bocht lag een kleine boerderij en de boer (60j?)
was daar aan het werk met zijn riek, mest opruimen van de weg.

Toen het Duits peloton voorbij stampte chargeerde de boer plots met zijn riek.
En hij meende het.
De Duitsers werden in de flank aangevallen en wisten niet wat hen overkwam.
Chaos, schrik, paniek. 

Het Belgisch peloton moest tussenkomen. 

Naderhand vertelde de boer dat hij als jonge gast tijdens de oorlog
van de Duitsers verschrikkelijke dingen had gezien en meegemaakt.
En bij het horen van dat krijgslied … 

Volgens de Duitse officier hadden zij er niet op gerekend dat een Duits marslied
nog zou gekend zijn bij de bevolking, laat staan reacties losmaken.

Hij, de oudste van het peloton was geboren in 1951. 
Tot de laatste dag van de vierdaagse heeft dat Duits peloton niet meer gezongen.”

Wat zouden Duitse marsliederen amper veertig jaar later
al uit het collectief geheugen van de plaatselijke bevolking verdwenen zijn ?

Waarom denkt het heerschap dat alle Duitse gruwel al verwerkt is?

Alles al vergeven en vergeten van wat men in zijn jonge jaren heeft moeten zien en meemaken?
Komaan zeg! De dwaze arrogantie van die Duitse officier … 

m - EZW-11/2014, HiH-01/2016 - met dank³ aan HJ te L - https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_de_Ardennen ,
http://walloniebelgietoerisme.be/nl/content/europese-mars-van-herdenking-en-vriendschap-emhv

Geschreven door maart om 03:37 Reageer op dit bericht

225. nattigheid

over de pispot en de pluviometer

“Thuis was de pispot een winters gebruiksvoorwerp.
Onze WC was buiten in de hof en ’s zomers moesten wij maar naar buiten gaan.
In de winter was het toegelaten om de pot te gebruiken in de kamer.
Natuurlijk, omdat wij toen met drie broers de pispot gebruikten, gebeurde het wel eens
dat deze een stoot kreeg met alle gevolgen van dien in de kamer ’s nachts.
Wanneer de pispot naar beneden gedragen werd zijn er ook op de trap ongevallen gebeurd.” VG   

'k Heb ooit een verhaaltje gehoord over schooljongens die de regenmeter van de school gingen 'bijvullen'.
Het heeft een tijdje geduurd eer de brave broeder het doorhad.
Dat was omdat de jongens overmoedig werden en het ding ook op dagen zonder regen kwamen bijvullen. Tja.

Hoe dat afgelopen is weet ik niet meer. Honderd keer schrijven
'ik mag niet in de pluviometer van Broeder Aardrijkskunde plassen' en thuis laten tekenen?  

pluviometer - foto hendrik Mertens Gerelateerde afbeelding
m – EZW-01/2014, herwerkt - https://nl.wikipedia.org/wiki/Regenmeter , Afbeeldingen van pluviometer

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

224. over persiflage

gemakkelijk gaat ook - dacht ik ooit 

Ooit wou ik het mezelf eens gemakkelijk maken.
Het was in het 3de middelbaar, ’67-’68, ik zal 15j of 16j geweest zijn.

In het middelbaar kregen we de opdrachten voor Nederlands Opstel een week op voorhand.
Dat vond ik prachtig. Maar in het derde werden er plots verhandelingen verwacht van ons.
Dissertaties, werd dat toen met een groot woord genoemd. Geen opstellen meer, maar uiteenzettingen. 
Ik vond dat we al genoeg uiteenzettingen te horen kregen op school,
elk lesuur van de dag hoorden wij uiteenzettingen en nu moesten we er nog zelf gaan schrijven ook? 

Geen vertelsels meer schrijven. Dat vond ik jammer en zelfs erg.
Voor Nederlands Opstel schreef ik op een week soms drie opstellen en dan liet ik mijn Ma kiezen welk in zou indienen.
De andere opstellen ruilde ik voor huistaken van wiskunde,
dat leek me een eerlijke vergoeding, die taken kopieerde ik zonder gêne.
Eigenlijk was ik toen spookschrijver zonder dat ik het woord kende.
Dat ruilen voor wiskundetaken gebeurde natuurlijk in stilte, zonder medeweten van Ma.

Dissertaties. Verhandelingen dus. Uiteenzettingen. Dat was mijn meug niet.
Dan ging ik liever fietsen met het aanbiddertje van dienst en tegen de limietdatum
zou ik wel iets ineen flansen dat ik kon indienen bij die nieuwe van Nederlands. 
Het moest gaan over spreuken. Dat zou rap gefikst zijn.
Thuis hadden we het boek : Citaten, Spreuken en Gezegden. Het rook nog naar nieuw.

Ik plukte er een flink aantal spreuken & gezegden uit, dat duurde efkes, en slalomde daarna met mijn pen vlotjes
via een aantal schaamteloze clichés en lachwekkende trivialiteiten
van de ene spreuk naar de andere tot ik een A4-blad vol gewrochten had. Ziezo.

Zegt men niet ‘Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens’ maar ook ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’?
Mogelijk twintig van dit soort scherpzinnigheden had ik aan mekaar gebreid tot de laatste lijn van de tekst.
Als dit voorgelezen wordt in de klas kunnen we allemaal eens goed lachen, vond ik.
Want het schrijfsel was een persiflage, een pastiche,
eerder iets voor de schoolkrant dan om in te dienen als taak voor Nederlands.

Er werd niks voorgelezen. Zelfs niet als voorbeeld hoe het niét moet, dat plat cliché-werk.
De lerares deelde de taken rond en bij mij tikte ze op mijn lessenaar :
in ’t vervolg uw verhandeling zelf schrijven, hé juffrouwke. Mijn mond viel open (denk ik).
Daar zat ik letterlijk met stomheid geslagen.
Niet alleen nam ze dit gewrocht au sérieux, zij dacht zelfs dat ik die rommel van iemand anders had!
Om een eigen flutschrijfsel werd ik beschuldigd van … plagiaat? 

En ik kreeg 2/20 omdat ik mijn naam en de datum zonder fouten geschreven had.
Ik had gerekend op 10/20. Waarvan 9/10 voor woordenschat en grammatica, en een 1/10 voor stijl,
maar dat had ik er voor over, want elk amusement heeft zijn prijs.
Die 10/20 zou ik dan wel ophalen in de loop van het trimester.

En nu stond daar 2/20. Wegens ‘geen eigen werk’. Wegens plagiaat dus. 

Op de schoolbus en thuis mocht iedereen het weten : die nieuwe van Nederlands was een achterlijke tuttebel. 
Mijn tweede verhandeling was weer zoiets vol evidenties en platitudes en dat schrijfsel vond ze dan wel goed.
Hoe meer rommel ik schreef hoe beter mijn punten werden. Wat was het verschil met de eerste verhandeling?

Op het einde van het trimester was er oudervergadering en ik had mijn Ma mijn spreuken-verhandeling meegegeven en
haar op het hart gedrukt dat ze vooral naar die 2/20 moest vragen, want ik had me daar danig verslikt in die quotering. 

Ma vond het lastig dat ze ook bij de leerkracht Nederlands moest gaan aanschuiven,
gewoonlijk was ze er van af na die van wiskunde. 

Ma kwam thuis van de oudervergadering. Deze keer was ik nog wakker, ik zat op de trap te wachten. 

De redenering van de lerares over die allereerste verhandeling :
een kind van mijn leeftijd kon onmogelijk al zoveel spreuken kennen.  


Maar die kwamen toch uit dat boek! Uit het boek met spreuken en gezegden!
Dat is toch een naslagwerk! Dat boek heeft zij toch ook in huis! Gelijk een woordenboek!
Leraressen, beroepsmensen, hebben thuis toch hun documentatie ! 

Niks van.
Deze lerares had dat boek niet, ze kende het niet, ze had er nooit van gehoord.
Ze had er zelfs niet over gelezen in de boekenrubriek van een krant die een boekenrubriek had. 
En daardoor werd toen mijn persiflage ofte pastiche beschouwd zijnde niet-eigen werk,
als geschreven door een ouder en wijzer iemand.
Alsof iemand die ouder en wijzer was zich aan zo’n prulwerk zou wagen.
Voor mij was het slikken: een lerares, een beroepsmens, had bij eens herlezen na drie maanden,
nog altijd niet gemerkt dat het schrijfsel een lacheding was … ? Nog altijd niet? 

Gelukkig hadden we de twee jaren daarop leerkrachten van een ander gehalte. 

m – HiH-01/2016, bijgewerkt
persiflage :https://www.dbnl.org/tekst/bork001lett01_01/bork001lett01_01_0017.php#p080 , pastiche: https://www.dbnl.org/tekst/bork001lett01_01/bork001lett01_01_0017.php#p050 

Geschreven door maart om 04:27 Reageer op dit bericht

223. van uit het raam

16h40 – wolken kijken

Er trekt een trein wolken van west naar oost :
een sprinkhaan,
een building uit Dubai,
een nijlpaard,
een profiterolleke in 't groot,
een vies beest,
iets uit Webdinges,
een discokrab,
de hele Japanse archipel en
het kapsel van Sela Sue.

Dat alles op de rug belicht door een westelijk avond oranje-roze.
De  onderste delen van die wolken zijn van hieruit gezien blauw-grijs.

En op het einde van de wolkentrein volgt een eigenaardig gans grijs klein afsluitertje.
Een scheetje?

m - EZW-01/2012, bijgewerkt

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

222. oren voor Dino

De kleinzoon van Oma was in Flintstones boeken aan het bladeren,
voorzichtig, want dat zijn verzamelstukken van Opa.

- Waarom hebben dino's nooit oren? vroeg hij.
- Dino’s hebben wél oren, antwoordde zijn nicht, die 16 en al wijzer was.

Er volgde een gesprek over de oren van dinosauriërs.
Het gesprek werd levendiger, géén oren >< wél oren.
De Jurassic-strips werden erbij gehaald, tot ongenoegen van Oma,
want die beeldverhalen zijn óók verzamelstukken van Opa. 
Eigenlijk dienen Opa’s boeken vooral om af te blijven.

- We kunnen die oren googlen, zei de jongedame hoopvol.

Maar op woensdagnamiddag wordt er niet gecomputerd, dus ook niet gegoogled.
Op woensdagnamiddag doet men bij oma de dingen samen.
Zoals samen nadenken over oren van dino’s, bvb. 
Dino’s moeten wel oren gehad hebben, want anders
horen ze de andere niet komen en dan worden ze opgegeten.
De jongste wou weten wie er dino’s opeet. 

- De andere dino's, de grote, de vleeseters.
- Eten de grote de kleine op ?
- Natuurlijk! 

En hij toonde haar de afgrijselijkste dino-tanden uit een Jurassic-strip van Opa.
Die tanden deden het bij de kleinste. 

- Dat zijn monsters, zei ze, dat zijn geen dino's.
- Dat zijn de échte dino's, antwoordde haar broer.
- Mijn Dino heeft geen oren, zei ze, en dan eten ze hem op en … 

Haar knuffel bij Oma is een lichtblauwe dino die Dino heet en geen oren heeft.
Dan kan hij de monsters niet horen komen en die eten hem dan op.
Het vooruitzicht was verschrikkelijk.

Oma nam de kleine in haar armen en beloofde onmiddellijk
dat Dino bij Opa en Oma op bed zou slapen en zij hebben een pillicht op de kamer.
Een pillicht houdt de monsters weg, dat weet iedereen.
De jongste was maar half gerustgesteld.

- En misschien moeten zijn oren nog groeien hé, ging Oma door.
- Ja, snikte de kleinste na, misschien komen ze nog.
- Dat doet de oren-fee, troostte Oma.

Een tanden fee, dat kent de kleinste, zij zorgt dat men grote-mensen-tanden krijgt.
En er is dus ook een oren-fee, zij zorgt dat men grote oren krijgt.

- Dat uw Dino grote oren krijgt, verbeterde Oma rap, kinderoren zijn zo al groot genoeg.

Toen haar volkje de deur uit was, schoot de ze in gang.
Kast open, schuiven open, dozen open, op zoek naar geschikte lapjes stof om oren van te maken. 

- Ge hebt toch tijd tot volgende woensdag? zei ik.
- Nee, morgen slaapt ze hier.

Lichtblauwe badstof had ze niet meer, wel lichtgroene. En veel andere lapjes.
De lichtgroene stretch had ooit gediend voor een grotere knuffel,
maar die was al zo bleekgewassen dat er voldoende kleurverschil zou zijn
om met dit lapje de nieuwe oren voor Dino te maken.

Het werden appelgroene oren aan de buitenzijde met bloemetjeskatoen aan de binnenzijde.
Er lag ook Schotse ruit in de lapjesdoos, maar voor een prinsesje mochten het bloemetjes zijn. 
De jongste is zo een meisje-meisje.
Ze legt soms autootjes van haar broer in een bedje 'want in de garage is het koud hoor'. 

- Nu hoop ik maar dat ik versteviging heb liggen, of vlieseline. Anders moet ik nog naar Kapellen rijden.
- Versteviging? vroeg ik, dummie zijnde.
- De oren mogen iet-of-wat stevig zijn, anders vallen ze slap, dan worden dat oogkleppen.
- En die versteviging komt dan …
- Binnenin, gelijk bij kragen en manchetten.
- Dat is toch hard voor een knuffel ?
- Laat mij doen ! 

Versteviging en vlieseline waren in huis, ze moest niet meer naar Kapellen rijden.
Gelukkig maar, want het was tijd om aan het eten te beginnen.
Om de diepvriezer te openen wil dat zeggen, er stonden immers nog oren op het agenda.

- Hierzie, hutsepot. Ontvriezen. Doe gij dat maar.
- Zal ik aardappelen schillen?
- Die zitten er al in!
- Zal ik de tafel dekken?
- Doe maar, riep ze vanuit haar naaihok.

Ik deed naar beste vermogen wat me gezegd was. 
Daarop ging ik naar huis en bedacht dat ik zelf wat meer eenpansgerechten moest invriezen,
hutsepot, ragouts en andere stoofschotels …
maar LM en ik hebben zelden nog onvoorziene omstandigheden. Toch niet van die aard.

Donderdag kort na de middag belde ze:
- Mijn oren zijn klaar. Komt ge kijken? 
Ze had er aan doorgewerkt tot lang nadat bij mij het licht uit was
en dat wil wat zeggen. Dus ging ik kijken.

Op het voeteinde van hun bed lag het pillicht dat de monsters weg houdt en daarnaast stond Dino.
Met oren als ovale vliegvleugels, elk iets groter dan zijn kopje.
Een lichtblauw dino-kopje met bloemetjesoren in een appelgroen randje.
Dino heeft wel degelijk de nacht veilig doorgebracht op het bed bij Opa & Oma.
Mét pillicht. En de oren-fee was langs geweest ook. Dit kon niet meer stuk.

- Schattig, écht schattig, zei ik. Die grote oren doen een beetje denken aan Gizmo. Van de Gremlins.
- Begint gij nu ook niet hé, zuchtte ze, eerst Jurassic-monsters, nu Gremlins.

Over Gizmo-oren zou ik nooit nog met een woord reppen. Beloofd.
Het belangrijkste was dat Dino nu oren had.
Vlinderoren, elfenoren, toveroren … het was een zalige geruststelling. 
En de Oma, zij zag dat het goed was.

m – HiH-01/2016, herzien -

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

221. een mail

een vriendelijk woordje

Gisterenavond kreeg ik een mail waarin stond dat ik een schat ben.
Aha, dacht ik, daar is 1 medemens tot een conclusie gekomen. Nu die zeven miljard anderen nog.
En ik heb heel goed geslapen.

Vanmorgen, in het ochtendgrauw, vond ik zeven miljard toch wat veel.
En een schat ben ik natuurlijk niet.
Maar door die mail heb ik wel heel goed geslapen.

m – HiH-01/2016, ongewijzigd hoor!

Geschreven door maart om 00:00 Reageer op dit bericht

220. gewrichtsbanden

bang in het donker, of toch onrustig

Binnen liep ik in het donker het hele huis door, zodanig dat mijn Moeder soms schrok wanneer ze het licht aandeed
en me ergens tegenkwam. En Ma doen schrikken, dat mocht niet, want zij was hartpatiënte sinds haar 16de.   
Ma doen schrikken, daar stonden straffen op. Zodus kreeg ik soms een draai om de oren
omdat ik weer eens het licht niet aangestoken had. Wees dan al eens zuinig hé!

Vanaf mijn 14de ben ik buiten voorzichtiger geworden in het donker.
Ik had mijn voet verzwikt, de gewrichtsbanden waren gescheurd en dat vroeg twee weken herstel.
Een heel gedoe met spanverband, want een plaaster was niet nodig, of was niet aangewezen, dat weet ik niet meer.
Én, met een spanverband kon ik niet fietsen. Chot, wat heb ik die zwakke gewrichtsbanden ooit vervloekt!         

Op mijn 22ste gewrichtsbanden verrekt, of verrokken, zo heette dat toen. Drie weken herstel, tijdens een drukke periode.
Op mijn 28ste weer eens, nu gescheurd, er was vier weken herstel nodig. Gelukkig viel dit tijdens het verlof.
Op mijn 36ste weer zoiets, al zes weken herstel nodig, met werkverlet deze keer, wat ik verschrikkelijk vond.
Naarmate ik ouder werd, werd de herstelperiode langer. 

Nog later werd ik wat schrikkig in het donker buiten. Omdat ik niet meer voldoende zag waar ik mijn voeten zette.
Een losliggende stoeptegel of een verdwaalde kiezelsteen is al voldoende om te zwikken.
Als ik me goed herinnerzijn gescheurde gewrichtsbanden pijnlijker dan een gebroken been.

'k Moet er niet aan denken dat het me nu, op 65+ zou overkomen.
Hoe lang zou de herstelperiode nu zijn? Twaalf weken? Langer?
Een aantal weken buiten werking zijn is gewoon geen optie meer.     
Daarom is het uitkijken waar ik mijn voeten zet. En daarvoor heb ik daglicht nodig.
Ik ga niet meer buiten in het donker. Alles kan wachten tot bij daglicht.

In de donkere wintermaanden zet LM de vuilniszakken buiten.
Op zulke dagen herinner ik me waarom ik met hem wel wou trouwen.
Hij houdt me overeind.

m - EZW-10/2013, HiH-01/2017, herwerkt 

Geschreven door maart om 02:21 Reageer op dit bericht

Meer van 'een heel jaar maart?'

↑ Terug naar de berichten