Zaterdag 1 december 2007
Tot ziens Ingrid,

Het schip
Ik sta op de kade
en kijk naar
het wegzeilende schip.
Het bolt zijn witte zeilen
om de wind te vangen
die het naar de blauwe oceaan zal drijven.
De boot is
een toonbeeld
van schoonheid en sierlijke kracht,
en ik blijf hem nastaren
tot hij enkel nog
een lint lijkt
een wit wolkje
daar waar de zee en de lucht
onmerkbaar in elkaar overgaan.
'Kijk hij is verdwenen"
zegt iemand naast mij.
Verdwenen?
Hoe verdwenen?
Uit mijn gezicht verdwenen,
dat is al.
Maar hij vaart daar nog altijd,
met romp en masten en zeilen,
net zoals hij was
toen we hem hier van ons zagen wegvaren,
en net zo in staat
om zijn levende vracht
naar de plaats van bestemming te brengen.
Maar dat zie ik niet meer,
alleen maar omdat zijn beeld
aan mijn ogen onttrokken is.
En juist wanneer iemand naast mij zegt:
"Kijk, hij is weg"
gaan er ginds
aan de andere kant
blijde stemmen op
die roepen:
"Kijk, daar komt hij"
Zo gaat het ook als iemand sterft
Ik sta op de kade
en kijk naar
het wegzeilende schip.
Het bolt zijn witte zeilen
om de wind te vangen
die het naar de blauwe oceaan zal drijven.
De boot is
een toonbeeld
van schoonheid en sierlijke kracht,
en ik blijf hem nastaren
tot hij enkel nog
een lint lijkt
een wit wolkje
daar waar de zee en de lucht
onmerkbaar in elkaar overgaan.
'Kijk hij is verdwenen"
zegt iemand naast mij.
Verdwenen?
Hoe verdwenen?
Uit mijn gezicht verdwenen,
dat is al.
Maar hij vaart daar nog altijd,
met romp en masten en zeilen,
net zoals hij was
toen we hem hier van ons zagen wegvaren,
en net zo in staat
om zijn levende vracht
naar de plaats van bestemming te brengen.
Maar dat zie ik niet meer,
alleen maar omdat zijn beeld
aan mijn ogen onttrokken is.
En juist wanneer iemand naast mij zegt:
"Kijk, hij is weg"
gaan er ginds
aan de andere kant
blijde stemmen op
die roepen:
"Kijk, daar komt hij"
Zo gaat het ook als iemand sterft

