Gedragsmatige aanpak van angst

Flink wat zaken kunnen kinderen angstig maken. Soms hebben ze overdag iets akeligs gehoord of gezien, of ze kunnen ook in werkelijkheid iets bedreigends meemaken. Een ernstige ziekte, ruzies tussen de ouders, een echtscheiding en zeker misbruik of mishandeling hebben een grote impact op het gevoelsleven van een kind. Vooral omdat het kind de neiging heeft om alles op zichzelf te betrekken en zichzelf ook als oorzaak te zien van de moeilijkheden. Dit zadelt je kind niet alleen met angst op maar ook met schuldgevoelens.In de aanpak van angst zijn de ouders erg belangrijk. Zij fungeren als ‘hulpmiddel’ om een gedragsverandering bij hun kind te bewerkstelligen. Goede afspraken en samen aan dezelfde kant van het touw trekken zijn dan ook erg belangrijk.
We passen vier specifieke principes toe. Deze worden trouwens erg duidelijk uitgelegd in het boek ‘Bang om te gaan slapen’ van Ludo Driesen (zie referenties).
1. Geleidelijke benadering van de angstsituatie.
2. Beloning van gewenst gedrag.
3. Blokkering van de angstgedachten en de angstgevoelens.
4. Bevorderen van het probleemoplossend denken.
1. Geleidelijke benadering van de angstsituatie.
Kinderen die bang zijn om te gaan slapen zullen proberen om met veel fantasie het moment dat ze naar bed moeten zolang mogelijk uit te stellen. Als ze angstig zijn heb je als bezorgde ouder de neiging om je kind te troosten of je wil liefst voorkomen dat het angstig wordt. Je ontwikkelt de verkeerde gewoonte om je kind bij je in bed te nemen of je laat het op de divan in slaap vallen om het slapend in zijn bedje te leggen. Sommige ouders blijven ten einde raad bij hun kind tot het naar dromenland is vertrokken. Hoewel dit een instantoplossing biedt, is het een straatje zonder einde. In plaats van de angst te ontvluchten moeten kinderen geleidelijk aan worden geconfronteerd met de angstwekkende situatie. Ze moeten leren om alleen in hun eigen bed en in hun eigen slaapkamer in slaap te vallen.
Vermits de ouders een grote rol spelen in het vermijdingsgedrag van hun kind is het noodzakelijk om net die ouderlijke aanwezigheid geleidelijk aan te verminderen. De voorgestelde hulpmaatregelen zullen natuurlijk intensiever zijn naarmate de angst groter is. Als het kind weinig angst heeft zijn ze eerder beperkt. Wat de maatregelen ook zijn, ze worden langzaam afgebouwd zodat kinderen met angst geleidelijk meer en meer geconfronteerd worden met de angstige situatie.
Niveau 1: voorzie een goed bedtijdritueel, laat een lampje branden en laat de deur open.
Niveau 2: je kind blijft in zijn eigen slaapkamer en in zijn eigen bedje, maar krijgt regelmatig een kort bezoek van een van de ouders (om de tien à vijftien minuten). Naarmate de angst verbetert wordt de tijd tussen twee bezoekjes verlengd.
Niveau 3: idem als niveau 2, maar de ouders blijven in een naburige kamer zodat het kind de aanwezigheid van zijn ouders beter hoort en zich veiliger voelt. Deze nabijheid wordt langzaam afgebouwd naarmate de angst verbetert.
Niveau 4: de ouders blijven in de kamer van het kind maar gaan er regelmatig uit, waarbij de tijd van wegblijven wordt opgebouwd. Bij nog meer uitgesproken angst zit de ouder in een stoel naast het bedje van hun kind. De stoel wordt progressief richting deur en naar een andere kamer verschoven naarmate de angst vermindert.
Niveau 5: als het kind zo angstig was dat het alleen maar in het bed van de ouders in slaap kon vallen wordt het kinderbed als eerste stap mee in de kamer van de ouders gezet. Daarna wordt de aanwezigheid van de ouders afgebouwd. Als alles goed gaat kan het kinderbed terug in zijn eigen slaapkamer worden geplaatst.
Tip: om dit laatste voor te bereiden is het herinrichten van de kinderkamer erg zinvol.
2. Het principe van de beloning.
Beloon het durfgedrag van je kind om alleen in zijn eigen bed te blijven liggen. Dit belonen van gewenst gedrag is een krachtig instrument om het slaapprobleem te verbeteren.
Je kunt zowel sociale beloningen gebruiken zoals lofprijzingen en aanmoedigingen, als materiële beloningen. Het is erg stimulerend om je kind punten te laten verzamelen als het de afspraken nakomt en voorzie een agenda of boekje waar deze beloningspunten in kunnen gekleefd worden. Spreek af welk cadeautje je kind krijgt voor hoeveel punten en voorzie best kleine en grotere beloningen. Zo kan je kind zowel naar iets groters uitkijken en toch ook tussendoor snellere succesjes boeken en iets kleiners verdienen zoals een speelgoedje, een ijsje, prentboek of een cd. Naast sociale of materiële beloningen kun je ook een activiteit afspreken, iets dat je graag samen doet zoals een bezoek aan een pretpark, een dagje aan zee…
Deze beloningen worden afgebouwd als het angstprobleem overwonnen is.
3. Blokkering van angstgedachten en angstgevoelens.
Als je kind angstige gedachten voelt opkomen is het bijzonder nuttig om deze zo goed mogelijk te vervangen door gedachten die tegengesteld zijn aan angst.
Prettige gevoelens, gedachten over leuke, blije herinneringen, over dingen die je kind goed gedaan heeft en waar hij trots op is, vormen een krachtig middel tegen angstige gedachten. Het fantaseren van een verhaal waarin een ‘held’, een sterke figuur waar je kind bewondering voor heeft, is erg leuk om mee te werken. Bij kinderen vanaf ongeveer het tweede of derde leerjaar kan zulk verhaal in een autosuggestieoefening worden verwerkt. Dit geeft nog betere resultaten omdat je meer op het onbewuste niveau werkt en je suggesties kunt toevoegen die het zelfbeeld versterken. Ook ontspanningstechnieken kunnen worden gebruikt om het niveau van spanning en angst te verminderen.
4. Het bevorderen van probleemoplossend vermogen.
Overdag kun je je kind aanmoedigen om over zijn angst te praten of om ze te tekenen en te proberen er zelf een oplossing voor te bedenken. Het zelf bedenken van oplossingen geeft je kind een booster van zelfvertrouwen.
Laat je kind zoveel mogelijk zelf aan het woord en temper je neiging om in zijn plaats oplossingen aan te bieden. Probeer vooral om goed te luisteren naar je kind zonder zijn probleem te minimaliseren.
Dit is belangrijk om een nachtmerrie of een angst bij het inslapen emotioneel te verwerken. Maar je kunt dit ook heel praktisch benaderen door bijvoorbeeld extra maatregelen te nemen tegen diefstal als je kind angstig is voor inbrekers of door rookverklikkers en brandblusapparaten te voorzien bij angst voor brand.
Alleen deze maatregelen treffen is uiteraard niet voldoende. Je kunt tenslotte geen versterkte burcht maken van je huis, en dan nog, waar houdt het op? Ze zijn wel nuttig in combinatie met de andere principes.
Het is belangrijk om je kind uit te leggen dat bepaalde angsten wel gegrond zijn, maar dat de kans daarop wel erg klein is. Met andere woorden: de angst is groter dan de kans.
Voor de invloed van stress op de slaap bij kinderen, klik hier.
Bron: Driesen Ludo. Bang om te gaan slapen. Garant, Antwerpen Apeldoorn. 2004.
Uitgeslapen wakker worden. Standaard Uitgeverij, Anwerpen. 2007.



