Naar de inhoud

Uitgeslapen wakker worden, informatie over slaap

Gids voor een betere nachtrust
akke.beakke.be

Berichten van 1 april 2009 tot 30 april 2009

Slaapmedicatie herbekeken.

Welke conclusies trekken auteurs van een belangrijk overzichtsartikel in Pharmacotherapy (1) over de verschillende soorten slaapmedicatie? Om tot gefundeerde aanbevelingen te komen zochten ze in een reusachtige medische database, MEDLINE genoemd, naar studies, verschenen tussen 1996 en 2006 over de behandeling van slapeloosheid en verkregen ze verder informatie vanuit recente professionele meetings.

Een groot aantal studies hebben aangetoond dat de aanpak zonder slaapmiddelen doeltreffend is in de aanpak van slapeloosheid. Als er toch naar slaapmedicatie wordt gegrepen is dat onder strikte voorwaarden en beperkt in de tijd, namelijk bij recente slapeloosheid, dus korter dan 3 weken aanwezig, als ze zeer ernstig is en bij hoge psychische nood. De behandeling wordt best gestopt na 1 tot 2 weken.

Benzodiazepines zoals lorazepam (Loramet bvb) zijn eerste keuze in de korte termijnbehandeling van acute slapeloosheid. Ze verbeteren de snelheid van inslapen en het doorslapen. Er is echter geen bewijs of ze blijven werken bij langdurig gebruik. Ook de officiële bijsluiter vermeldt dat ze enkel voor korte periodes mogen worden voorgeschreven, dat wil zeggen enkele dagen tot 2 weken en maximum 4 weken, inclusief de ontwenningsperiode. ‘Een langdurig ononderbroken gebruik is niet aangewezen’ staat letterlijk in de bijsluiter (2). De aanbeveling om na 2 weken te stoppen is dus helemaal niet uit de lucht gegrepen.

Welk bijwerkingen worden beschreven? Benzodiazepines verstoren de slaaparchitectuur, ze geven minder diepe slaap en REM slaap (nodig voor lichamelijk en geestelijk herstel). Ze kunnen sufheid overdag geven, ze verminderen de intellectuele prestaties en het geheugen. Bij stoppen geven ze ontwenningsverschijnselen en herval van slapeloosheid, met soms tijdelijk slechter slapen dan ervoor. Verder bestaat een verhoogd risico op vallen bij bejaarden.

Wat het meest voorkomt is ochtendsufheid, duizeligheid en hoofdpijn. Sufheid overdag komt vooral voor bij gebruik van langwerkende producten.

Mijn conclusie: hoewel benzo's bewezen hebben dat ze werken, moeten we ons er bewust van zijn dat ze gepaard kunnen gaan met een hele reeks bijwerkingen. Zeker op oudere leeftijd kunnen deze bijwerkingen meer tot uiting komen omdat je nieren en of lever de producten minder snel uit je lichaam verwijderen. Over de werkzaamheid bij langdurig gebruik bestaat geen bewijs.

Zie ook: 'Slaapmiddelen, moeilijker gestopt dan gestart.'


Zolpidem (stilnoct bvb) is een van de drie zogenoemde Z-slaapmiddelen en is uit die groep het meest gebruikte. De andere twee zijn zaleplon (sontata bvb) en zopiclone (imovane bvb)
Zolpidem werkt snel en kort, de halfwaardetijd bedraagt 2,5 tot 3 uur, het versnelt het inslapen en verhoogt de totale slaaptijd. Nochtans bewijst slaaponderzoek dat het aantal keren dat je 's nachts wakker wordt niet verschilt van placebo.

Hoewel studies mekaar tegenspreken, heeft een grote multicenter studie aangetoond dat het plots stoppen met zolpidem net zoals de benzo's aanleiding kan geven tot ontwenningsverschijnselen en terug slechter slapen.

Om gewenning en onafhankelijkheid bij langer gebruik te voorkomen kan een intermittente inname worden uitgeprobeerd. Je neemt dan vijf dagen na mekaar zolpidem en vervolgens twee nachten niets (of een placebo).

Zolpidem poogt meer selectief op slaap te werken  en zou minder bijwerkingen moeten geven dan de klassieke benzo’s. Nochtans is het lijstje mogelijke bijwerkingen lang: hoofdpijn, ochtendsufheid, moeheid en duizeligheid komen het meest voor. Verder wordt in mindere mate beschreven: sufheid overdag, gebrek aan werkzaamheid, verwardheid, desoriëntatie, dwanggedachten, delirium en zelfs psychose.

Sommige mensen durven 's nachts een tweede tablet innemen als ze niet goed kunnen slapen. Dit is niet zo'n goed idee, omdat twee tabletten zolpidem de ademhaling onderdrukken en bij mensen met slaapapneu het zuurstofgehalte in het bloed doet dalen. Indien maximaal 1 tablet wordt genomen, lijkt er geen negatief effect op het functioneren overdag en is de kans op afhankelijkheid, gewenning of slechter slapen na het stoppen eveneens minimaal. Nochtans vermeldt zelfs de bijsluiter dat een ’zeker’ verlies van efficiëntie kan ontstaan na herhaaldelijk gebruik gedurende enkele weken. Het gebruik kan leiden tot een lichamelijke en psychische afhankelijkheid, waarna een plotse stopzetting gepaard gaat met ontwenningsverschijnselen, zo lezen we verder.

Zaleplon (bvb Sonata) werkt net als zolpidem selectiever op slaap dan de klassieke benzo’s. Het werkt erg kort, na 1 uur is de helft van dit product reeds uit het lichaam verwijderd, zodat het vooral nuttig is bij inslaapproblemen.

Zaleplon geeft minder verstoring van het geheugen en de spierwerking dan zolpidem. Hoofdpijn wordt het meest gemeld als bijwerking, andere neveneffecten komen maar voor bij een klein percentage van patiënten, en als ze ontstaan zijn ze ook sneller verdwenen dan bij zolpidem.

Eszopiclone wordt als laatste Z-product besproken, het is een variant (S-isomeer) van zopiclone, beter gekend als Imovane. Ook dit product werkt selectiever op slaap dan de benzodiazepines, maar in minder mate dan zolpidem en zaleplon. De eliminatie-halveringtijd bedraagt 5 uur.

Uit studies blijkt eszopiclone niet alleen het inslapen te verbeteren, maar evengoed het doorslapen als de totale slaaptijd. Het zou minder na-effecten geven de dag erna.

Typisch voor dit product is de kans op een onaangename smaak in de mond, dit komt namelijk voor bij 34% van de gebruikers. Verder kan ook hoofdpijn of duizeligheid optreden. Bij langer gebruik werd minder gewenning vastgesteld en minder ontwenningsverschijnselen na het stoppen. Dit blijkt echter niet uit de bijsluiter, die evengoed als de voorgaande producten waarschuwt voor gewenning en ontwenningsverschijnselen.

Zijn deze Z-slaapmiddelen zoveel beter dan de klassieke benzo's? Even kijken wat de officiële aanbevelen hierover besluiten.

Het Brits Nationaal Instituut voor Gezondheid (2) concludeert dat er onvoldoende bewijs is om onderscheid te maken tussen de benzo's en Z-slaapmiddelen, betreft efficiëntie, bijwerkingen of risico op afhankelijkheid. De Z-slaapmiddelen dienen met dezelfde voorzichtigheid te worden genomen als de benzo's. Ook de Nederlandse standaard biedt de keuze aan tussen de 2 groepen.

Het besluit in de Belgische Folia (3) van oktober 2002 luidt: er zijn geen argumenten dat de z-slaapmiddelen doeltreffender zijn dan de benzo's. Bovendien is hun bijwerkingprofiel vergelijkbaar, met inbegrip van tolerantie en afhankelijkheid.

Trazodone (bvb Trazolan) is een antidepressivum met kalmerende werking, en wordt almaar meer voorgeschreven voor de behandeling van chronische slapeloosheid, ondanks dat het niet goedgekeurd is door de FDA als slaapmiddel. Factoren die hierin een rol spelen zijn onder andere het idee dat er minder bijwerkingen zouden zijn, de lage kost en het feit dat je het kunt blijven doornemen.

Echt stevig bewijs via degelijke studies dat de werking van trazodone ondersteunt, ontbreekt echter. De belangrijkste bevindingen zijn een verbeterde slaapkwaliteit gedurende de eerste 2 weken en een vermindering van het 's nachts wakker worden. Er werd geen verbetering gezien van het inslapen of van de totale slaaptijd.

De belangrijkste bijwerkingen zijn hoofdpijn en slaperigheid overdag. Ook duizeligheid, droge mond, misselijkheid en/of overgeven, moeilijke stoelgang, lage bloeddruk en zichtproblemen worden beschreven. Zelden treden meer ernstige bijwerkingen op zoals hartritme- of hartdoorbloedingsstoornissen.

Vooral bij ouderen of bij mensen met reeds bestaande hartklachten moet hier voldoende aandacht aan worden besteed.

(1) Therapeutic Options for Sleep-Maintenance and Sleep-Onset Insomnia
         Anna K. Morin, Pharm.D. et all
         Pharmacotherapy 2007;27(1): 89-110
(2) Compendium 2008.
(3) www.prodigy.nhs.uk/insomnia
(4) www.bcfi.be  Folia, oktober 2002.

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Slapeloosheid en zelfdoding.

We weten dat slaapgebrek psychische en lichamelijke gevolgen heeft, maar nu blijkt uit recent onderzoek dat aanslepende slaapproblemen ook een duidelijk verhoogd risico betekenen voor zelfdodinggedrag. En dit is vastgesteld ook bij afwezigheid van psychische aandoeningen.

Dr. M. Wojnar (Universiteit  Michigan) volgde bijna 6000 personen gedurende een jaar en wie kampte met slaapproblemen bleek drie keer meer kans op een zelfdodingpoging te hebben dan wie geen slaapklachten ondervond!

Zowel het moeilijk inslapen, het slecht kunnen doorslapen als 's morgens te vroeg wakker worden was geassocieerd met zelfdodinggedachten, -plannen en - pogingen.

Deze bevindingen werden onlangs voorgesteld op het World Psychiatric Association International Congress on Treatments in Psychiatry, in Florence, Italië.

Aandacht aan het probleem zelfdoding in superbelangrijk, het is immers de belangrijkste doodsoorzaak van vroegtijdig overlijden, namelijk ongeveer 30.000 personen per jaar in de VS overlijden door zelfdoding. En bijna 400.000 bezoeken aan de spoedgevallen in de VS zijn te wijten aan niet fatale pogingen.

Het juiste mechanisme waardoor slaapproblemen zelfdodinggedrag beïnvloeden begrijpen we nog niet duidelijk, legt Dr. Wojnar uit. maar we gaan ervan uit dat slaaptekort een negatieve invloed heeft op iemands denken, wat zijn beoordelingsvermogen en het controleren van impulsieve gedachten vermindert.

Combineer dit met toegenomen vermoeidheid en een gevoel van hopeloosheid en je krijgt een gevaarlijke mix die leidt tot zelfdodinggedachten en - gedrag. Daarnaast is het mogelijk dat een slechte slaapkwaliteit je eigen serotonineproductie verstoort, wat aanleiding kan geven tot psychische problemen en zelfmoord.

Zie ook: slapeloosheid en depressie.

Wat het onderliggend mechanisme ook is, Dr. Wojnar benadrukt terecht het belang om slaapproblemen op te sporen en te behandelen.

Bron: Medscape Medical News, Chronic Sleep Problems Linked to Increased Risk for Suicidal Behavior. Caroline Cassels

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

We hebben meer slaap nodig.

De negatieve invloed van aanslepend slaaptekort op de gezondheid wordt steeds duidelijker. In het kader van een Europees project bestuderen onderzoekers van het CHU Vésale in Charleroi de invloed van slaaptekort op de waakzaamheid en op de markers van risicofactoren voor hart- en vaataandoeningen.

Het Europees project Sleep Restriction (Marie Curie) wordt gecoördineerd door de universiteit van Helsinki en geeft ons een beter inzicht in de slaapmechanismen. Zes verschillende partners namen er aan deel, waaronder het laboratorium voor experimentele geneeskunde van de ULB in het CHU van Charleroi (Hôpital Vésale, Montigny-le-Tilleul). De bedoeling was om moleculaire, fysiologische, gedragsmatige en sociologische elementen aan te tonen als gevolg van slaaptekort, waaronder ook bv. zwaarlijvigheid, hart- en vaatziekten of suikerziekte.

Er werden gecontroleerde studies uitgevoerd met gezonde vrijwilligers die gedurende een tiental dagen minder lang sliepen. "Bij een bepaalde proef sliepen vrijwilligers drie basisnachten gedurende acht uur, nadien vijf nachten gedurende vijf uur, gevolgd door drie nachten recuperatie. Waarom vijf nachten? Om enigszins een normale werkweek na te bootsen, waarin we de neiging hebben om het aantal uren slaap te beperken, om die dan te recupereren tijdens het weekend."

Het onderzoek wees op een stijging van de oxidatieve stress tijdens de vijf nachten van vijf uur slaap. Merkwaardiger is dat er na één of twee nachten basisslaap geen onmiddellijke recuperatie optrad. Na de eerste recuperatienacht was er zelfs bij het ontwaken een hogere oxidatieve stress. Oxidatieve stress wil zeggen dat er een overdaad aan vrije radicalen in het lichaam aanwezig is en wordt aanzien als de oorzaak van vrijwel alle chronische ziekten en het normale verouderingsproces. Vrije radicalen zijn zuurstofverbindingen die ontstaat als bijproduct van het omzetten van zuurstof tot energie in ons lichaam en kunnen onze eigen lichaamcellen beschadigen.

Waarom was er zelfs bij het ontwaken een hogere oxidatieve stress? "Omdat er wellicht een ophoping is van stress die ook na de eerste recuperatienacht aanhoudt. Zo zien we bijvoorbeeld dat tijdens de recupslaap het hartritme in alle slaapstadia hoog blijft. Er is blijkbaar een ophoping van stress die na één nacht nog steeds gedeeltelijk aanwezig is. De hypothese is dat we in het dagelijkse leven slaap tekortkomen en dat we die nooit volledig kunnen recupereren. Verdere studies moeten dit nog bevestigen."

Het weekend alleen kan het slaaptekort van de week niet goedmaken. Zou een middagdutje geen oplossing zijn? "In een bepaalde studie konden vrijwilligers na de middag een half uur slapen. We merkten dat dit middagdutje niet alleen een positieve invloed had op de waakzaamheid in de namiddag, maar dat hierdoor ook de ontstekingsreactie na de recuperatienacht beperkt werd. Die positieve invloed wordt verklaard door het feit dat de mensen heel moe zijn en dus onmiddellijk in een diepe slaap vallen. Tijdens de recuperatienacht zou de slaap immers iets minder diep zijn. Dat zou één van de factoren zijn die een rol spelen, maar de gegevens worden nog verder onderzocht."

Hoe wordt diepe slaap in de hand gewerkt? "Mensen met veel lichaamsbeweging slapen dieper. Remmend hierbij zijn stimulerende middelen, sigaretten, koffie, minder lichaamsbeweging en hogere leeftijd. Om dieper te kunnen slapen, is meer lichaamsbeweging ten stelligste aanbevolen."

Myriam Kerkhofs en haar medewerkers onderzochten de waakzaamheid overdag en kwamen tot de conclusie dat vooral de eenvoudige dagtaken het meest onder het slaaptekort te lijden hebben. "Wanneer mensen niet zeer aandachtig moeten zijn, raken ze vrij makkelijk verstrooid. Voor complexere handelingen is de motivatie groter en wordt er ook een grotere inspanning geleverd."

Volgens verschillende studies verloren we in 50 jaar tijd één uur slaap. Dat heeft ongetwijfeld gevolgen op het dagelijkse leven, en de laatste tijd komt er nog meer druk op de ketel: door de economische crisis zou meer dan een kwart van de Amerikanen slecht slapen. Dat blijkt uit een studie bij 1.000 volwassenen, die wijst op een stijging van het aantal mensen met slaapstoornissen met 13% sinds 2001. Het aantal Amerikanen dat elke nacht minder dan zes uur slaapt, steeg van van 13 tot 20%, terwijl 10% minder langer dan acht uur slapen.

Dat slaaptekort wordt soms in verband gebracht met overgewicht en stoornissen in de stofwisseling. Dat was echter niet het onderwerp van de Belgische studie. "De strijd tegen zwaarlijvigheid is vrij complex, maar we merken wel dat de slaapduur in de VS vermindert terwijl tegelijkertijd zwaarlijvigheid toeneemt. En wat doen we als we niet slapen? We eten, kijken naar televisie, en maken kans op nog meer stress. Dat kan allemaal een rol spelen. Mensen denken dat ze ongestraft hun slaaptijd kunnen inkorten: we wonen ver ons werk, staan vroeg op om files te vermijden, komen laat terug thuis…"

"In elk geval moeten we klachten over slaapstoornissen en slaperigheid in het oog houden en mensen de raad geven het nodige aantal uren slaap in acht te nemen. Dat verschilt wel sterk van persoon tot persoon. Tekenen van slaapstoornissen, onweerstaanbare slaapdrang, snurken,… verdienen zeker de nodige aandacht en verder onderzoek."

Bron: Artsenkrant, Nr. 1985 - 17.03.2009, We hebben meer slaap nodig, Martine Versonne.
  

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Zenuwstimulator behandelt slaapapneu.

Moeilijk behandelbare gevallen van slaapapneu kan men nu ook behandelen met een implanteerbare zenuwstimulator die tijdens de slaap verhindert dat de tong de keelholte afsluit. De nieuwe behandeling werd voor het eerst toegepast in het multidisciplinair slaapcentrum van het UZA.

Bij obstructief slaapapneu wordt de keelholte tijdens het slapen regelmatig geheel of gedeeltelijk door de tongbasis afgesloten. Dat leidt tot zuurstoftekort, luidruchtig snurken, verstoord slaappatroon, slaperigheid overdag met kans op autoongevallen, en op lange termijn tot levensbedreigende hart- en vaataandoeningen. In België treft deze aandoening niet minder dan 4% van de volwassen mannen en 2% van de vrouwelijke bevolking.

Er werden voor slaapapneu reeds heel wat behandelingen beschreven en toegepast. Naast de klassieke hygiënische maatregelen – afslanken en vermijden van alcohol- bestaat de standaardbehandeling momenteel uit een beademingsmasker of CPAP (Continuous Positive Airway Pressure) waarmee de patiënt elke nacht dient te slapen. Een andere methode is het gebruik van een specifieke en op maat vervaardigde mondprothese, het zogenaamde MAD (Mandibular Advancement Device).

"Bij 70% van de patiënten zijn deze behandelingen doeltreffend. Voor de overige patiënten, die de CPAP of MAD niet verdragen of hiermee onvoldoende resultaten bereiken, moeten we dus andere oplossingen zoeken", zegt NKO-arts Prof. Paul Van de Heyning.

Na enkele jaren dierexperimenteel onderzoek werd nu een nieuwe methode ontwikkeld, het Inspire II-systeem, op basis van ritmische stimulatie van de tongzenuw. Dit toestel bestaat uit een implanteerbare neurostimulator, een druksensor en een zenuwelektrode. De druksensor wordt tussen de ribben geplaatst en moet op het einde van de uitademing een signaal doorgeven naar de stimulator, die zoals voor een pacemaker, onder het sleutelbeen wordt ingeplant. Vandaar loopt een elektrode, eveneens onder de huid, naar de tongzenuw. Bij elke stimulatie worden de tongspieren geprikkeld met verhoging van de spierspanning als gevolg. Zo wordt bij iedere ademhaling voorkomen dat een afsluiting van de luchtweg optreedt.

De ingreep zelf is weinig belastend voor de patiënt en vergt hooguit twee overnachtingen in het ziekenhuis. Nadien kan in het slaaplab de stimulatie fijn worden afgesteld op maat van de patiënt.

"Het is zeker niet de bedoeling om in de toekomst alle patiënten met slaapapneu met deze methode te behandelen. Deze ingreep richt zich tot een welbepaalde groep patiënten, die met de klassieke methoden niet geholpen worden. Ze ondergaan een strenge selectie en moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals o.a. een apneu-index hoger dan 30 en een BMI van hoogstens 32. Het gaat dus om moeilijk te behandelen gevallen, die aan bepaalde voorwaarden beantwoorden", benadrukt Van de Heyning.

De behandeling wordt momenteel uitgevoerd in het slaapcentrum van het UZA, onder leiding van Prof. Paul Van de Heyning (NKO) en Prof. Wilfried De Backer (pneumologie).

Bron: Artsenkrant Nr. 1983 - 10.03.2009, Jean-Marie Segers.
 

Geschreven door Bruno Ariens om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Uitgeslapen wakker worden, informatie over slaap

↑ Terug naar de berichten