Kinderspelen
Herman 71 jaar:
Ik bracht mijn jeugd door in een dorpje in de Kempen. We speelden van 's morgens tot 's avonds buiten, heel het dorp rond. Onze kinderspelen waren onschuldig: zeepbellen blazen, een vlieger oplaten, ... We hadden geen gesofistikeerd speelgoed.
Daarnaast speelden we deugnietje: belletje trek, blaaspijpen met vliertakken. Spannend was eksters of kauwen vangen en ze leren spreken, vogeleitjes roven uit nesten, portemonnee trek: een klein zwart portemonneetje op de grond leggen met eraan een touwtje onder zand. Wij zaten achter een struik om het vlug naar ons te trekken als iemand het wilde oprapen.
In de tijd van Driekoningen deden we aan sterzingen, en in bietenoogst zochten we grote bieten uit waarvan we het vruchtvlees uithaalden en er een kaarsje instaken?. 's Avonds liepen we ermee rond, of we plaatsten die op de vensterbank om wat schrik aan te jagen.
In de oorlog speelden we 'oorlogje': marcheren, schieten naar elkaar; bombarderen. Of we speelden 'paardenkeuring'. De Duitsers keurden de paarden in onze streek: de sterkste werden opgevorderd. Dat speelden we na. We speelden ook graag 'oorlog'. We marcheerden dan door het dorp, zingend of we verdeelden ons in twee kampen en vochten met stokken als geweren; wie aangeraakt werd was dood.







