kindergraf

De kapelaan kwam nogal eens bij een echtpaar waarvan de vrouw invalide was. Zij was nog jong,dertig jaren, en leed aan een ernstige vorm van rheuma. Het echtpaar had een zoontje van tien jaren, die misdienaar was.Na tien jaren was de vrouw weer zwanger geworden en zeer blij dat zij een zoon of dochter er bij zou krijgen.
De kapelaan leefde erg mee met het gezin waar ieder uitkeek naar de dag van de geboorte.
De kapelaan was elders in de parochie bezig toen de geboorte zich aankondigde. Het werd een zware bevalling en tot groot verdriet van de ouders en hun zoon werd de baby dood geboren.
Toen de kapelaan hiervan hoorde spoedde hij zich naar het huis van dit gezin en probeerde hen zo goed mogelijk te troosten.
De moeder vroeg hem of hij de engelenmis wilde doen.
Natuurlijk wilde de kapelaan dat.
Maar de pastoor wilde daar niet van horen. De baby was dood geboren en niet gedoopt. De pastoor liet een dood en niet gedoopte baby niet toe op de begraafplaats. Hij schreef voor dat het kindje zonder ook maar een officiële dienst van de kerk op een plaats achter het kerkhof begraven moest worden. In feite dus achter het prikkeldraad. De eigenlijke begraafplaats was voor hen die het doopsel van de kerk hadden ontvangen.
Het kindje was nu in het voorgeborchte waar het moest wachten op het laatste oordeel. Daar zaten alle niet gedoopte kinderen.
De kapelaan wist niet wat hij hoorde!!!
Hier werd de ouders tweemaal verdriet aangedaan. Eenmaal voor het dood ter wereld komen van de baby en dan nog eens voor het weigeren van een officiële begrafenis door de pastoor.
De kapelaan vertelde het de ouders en zei dat hij het hier niet bij zou laten zitten. Hij zou naar de bisschop gaan en hem hier over vertellen.
Er was een week verstreken en het kindje lag inmiddels op niet gewijde grond ergens ver weg van de andere graven.
Enkele weken later mocht de kapelaan bij de bisschop op bezoek en vertelde zijn verhaal. Hij vroeg of de bisschop het met de pastoor eens was en of dit nu in overeenstemming was met de boodschap van liefde en rechtvaardigheid.
De bisschop hoorde alles geduldig aan, fronste zijn wenkbrauwen en mompelde iets wat de kapelaan niet verstond.
Tenslotte liet hij de kapelaan weten dat hij persoonlijk contact zou zoeken met de pastoor. Maar de kapelaan kon de familie vertellen dat alles goed zou komen.
Een paar dagen later kwam een onthutste pastoor naar de kapelaan en zei hem dat de baby alsnog een engelenmis kreeg en begraven zou worden op gewijde grond. De kapelaan mocht de dienst doen. De bisschop had woord gehouden en de pastoor de les gelezen.
De verhouding tussen kapelaan en pastoor was echter verstoord.
Een reden voor de kapelaan om overplaatsing aan te vragen naar een ander parochie in het bisdom.



















