|
Helmut Lotti, niet precies “my liewelingspersoon” en niet altijd even logisch, kreeg volgens Gazet van Antwerpen gisteren “sommige Vlamingen” over zich heen vanwege uitspraken die hij deed in het RTBF-programma “Bonnie & Clyde”.
Hij kreeg daar onder andere volgende vraag te verwerken: “In hoeveel talen zing je eigenlijk ?”. Waarop hij antwoordt: “Zestien of zeventien”. “En in welke het liefst ” ? “Engels en Spaans”, antwoordt Lotti. “En”, nu komt het, “in het Vlaams” ? “Nee, Vlamingen spreken Nederlands met een verschrikkelijk accent, een beetje zoals Oostenrijkers Duits spreken. Voor mij zou het niet natuurlijk klinken om in het Nederlands te zingen, en niet in het Vlaams. Je moet Nederlands zingen, want het moet geciviliseerd klinken. Vlaams dat klinkt … het is eigenlijk een dialect”. En toen kreeg hij dus een aantal “flaminganten” over zich heen. Die hadden hem verkeerd begrepen, zei Lotti nadien: “Waar ik van baal, is dat Vlamingen zeggen dat ze Vlaams spreken. Wij zijn Vlaams, maar wij spreken Nederlands. Vlaams is een verzameling van dialecten, waar ik op zich niks tegen heb, maar dat is niet onze standaardtaal.” En daar heeft Lotti gelijk in. Hij heeft ongelijk als hij veralgemeent en zegt dat (alle) Vlamingen “ Nederlands met een verschrikkelijk accent” spreken en vergeet dat de meeste Nederlanders (zeker zij die denken dat zij de standaard uitmaken) dat eveneens doen. Hij heeft ongelijk als hij zegt dat je in het Algemeen Nederlands, met de correcte uitspraak, moét zingen en vergeet dat je er ook voor kan kiezen slechts een beperkt publiek te bereiken door in een, vanzelfsprekend streekgebonden, dialect te zingen (ik versta als West-Vlaming zelfs de overal in Vlaanderen bejubelde Flip Kowlier niet). Hij heeft ongelijk als hij zegt dat Vlaams “eigenlijk een dialect” is of “een verzameling van dialecten”, want dat is het niet. En hij had ongelijk door niet meteen op de vraag van de RTBF te antwoorden wat hij later zei: “Waar ik van baal, is dat Vlamingen zeggen dat ze Vlaams spreken. Wij zijn Vlaams, maar wij spreken Nederlands. Vlaams is een verzameling van dialecten, waar ik op zich niks tegen heb, maar dat is niet onze standaardtaal”. Want in dat laatste heeft hij gelijk: er is niet zoiets als een “Vlaamse taal” of “het Vlaams”. Onze gemeenschappelijke taal, al spreken we dan thuis en in onze streek een dialect, is het Nederlands. Als Vlamingen zeggen dat ze “Vlaams” spreken, praten ze alleen maar het Franstalige Herrenvolk na. Dat laatste heeft het immers al een paar eeuwen over “le flamin”, het patois dat de Vlaamse keuterboertjes spreken. Alleen al de gedachte dat de Vlamingen én de Nederlanders tot het besef zouden komen dat ze dezelfde taal spreken (en dat ze daarom, bijvoorbeeld, eindelijk mogen ophouden tv-series die in het Algemeen Nederlands zijn gesproken - wat geldt voor bijvoorbeeld “Flikken” of “Flikken Maastricht” - te ondertitelen) en zo uiteindelijk misschien weer tot de conclusie dat ze tot een en hetzelfde volk behoren, bezorgt dat Franstalige Herrenvolk namelijk de koude rillingen. Vlamingen die het hebben over hun “Vlaamse taal” praten het Franstalige Herrenvolk naar de mond. Ze bevestigen de franskiljons in hun grootheidswaanzin. Zij spreken immers toch maar mooi (beweren ze toch, al is dat niet zo) het Frans dat “overal ter wereld” wordt gesproken, terwijl “le flamin” nergens anders dan in het aan Belgisch-francofone grenzen gebonden Vlaanderen wordt gehanteerd. Zolang Vlamingen niet leren inzien dat ze, onder andere, via hun taal deel uitmaken van hetzelfde volk als de Noord-Nederlanders, de Zuid-Vlamingen en de Afrikaners, zullen de Franstaligen geen enkel probleem hebben ze te kleineren. Wat zichzelf kleineert, hoeft niet eens meer gekleineerd te worden. Wel, ik laat mij niet kleineren. Ik ben Nederlandstalig. En u ? Björn Roose
|
De Tulpencrisis

.
In de 17e eeuw (1630 - circa 1637) ontstond er in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden rond de tulpenbol een bizarre tulpenmanie, ook wel "tulpencrisis", "tulpengekte", "tulpomanie" of "bollengekte" genoemd: plotseling werden tulpenbollen speculatieve handelswaar. De gekte dreef de prijzen op tot exorbitante hoogte, zelfs tot de bol zijn gewicht in goud waard was. De rage was eind 1636, begin 1637 op zijn hoogtepunt. In februari 1637 zakte de 'bollenmarkt' even plotseling in als zij ontstaan was; veel bollenspeculanten bleven berooid achter. En toen kwam graaf Lipmans met zijn lange snuit. En nu is hij er weer.

De tulpen hebben Nederland ooit in een diepe financiële crisis gestort. En kijk nu eens.
























1 reactie op dit bericht
Naar het schijnt...
De "turken" hebben dan dit gebied veroverd en verwoest; maar de tulpen vonden ze zo mooi dat die gasten de geplukte bloemen in hun tulbant staken (tulipan) en ermee rondparadeerden lijk kraaien met pauwenveren.
Vandaar komt de verklaring waarom men verkeerdelijk zegt dat de tulpen uit turkye komen.
Onze Noorderburen waren (en zijn nog... zie maar die bankaffaire) slimme gasten; daardoor zagen ze ook vette profijtjes in het zèlf telen van die bloemen.