Een mens is een levende paradox. Heel belangrijke en zelfs ingrijpende gebeurtenissen worden soms onbewust uit het geheugen gewist, andere feiten met een eerder anekdotisch gehalte blijven dan weer op het netvlies gebrand. Vriend aan huis bij Willem Elsschot, en uitgever Albert Pelckmans kon daarover meespreken.

Albert Pelckmans : “Op een voormiddag krijg ik op mijn kantoor een telefoontje van de centraliste door – Mr. De Ridder aan de lijn. Hij kondigde zich nooit aan in een vriendenrelatie. Je moest aan de tonaliteit van zijn stem maar weten dat hij het was.
“Bert, komt ge deze namiddag ook?”
Ik zeg: “Fons, wat is er te doen.?” Een Nederlander – ik zal zijn naam niet noemen – had met hem een afspraak gemaakt, en Fons zag er tegen op te lang met hem alleen te zijn.
“Komt ge ook?”
Dat was geen vraag van hem, maar een gebod.
Ik zei dus dat ik om half vijf bij hem zou zijn. Ik kom daar. Fine was bij haar dochter in Mechelen, Fons en die Nederlander zaten in de veranda aan een tafel voor een vijfliter stoop jenever. Ik zag direct dat die Hollander smoordronken was, en maar lulde. Nu, het meest onzedige voor Elsschot was dat je dronken werd.
Drinken zoveel je wilt, zoveel je kunt, maar dronken worden dat je raaskalde dat vond hij echt onfatsoenlijk.
Nu, hij had die man, bij wijze van test, te drinken gegeven uit een waterglas.
Ik kreeg ook een borreltje en ging erbij zitten aan tafel. Maar toen gebeurde het ergste.
“Mijnheer Van Elsschot”, zegt die Nederlander, “Van Elsschot, mag ik mijn laarzen uittrekken?”,
“Zeker vriend”, zegt Fons. “Zeker.”
Maar even later werd het hem toch te bar. “Het spijt me, maar ik kan niet meer blijven. Mijn vriend komt me feitelijk halen om me naar Mechelen, bij mijn rouw en mijn dochter te brengen.”
“O, pardon.”
Die man staat op, en die loopt, door zijn gastheer uitgeleide gedaan, op zijn sokken naar buiten. Wat daarna gebeurde is alleen door een Elsschot te beschrijven. Fons komt terug binnen, strijkt – de voor hem typische slurpgeluiden makend – links en rechts over zijn snor, bekijkt die schoenen met een niet te meten blik van uiterste verachting, gaat nog even zitten, nipt van zijn glaasje.
“Gaan we?” Zegt hij.
Op dat moment gaat de bel.
Zonder een woord te spreken neemt hij die twee schoenen met de vingertoppen vast, doet de voordeur open, gooit ze door een kier buiten, en doet de deur weer dicht.
Later, in de wagen, wordt er geen woord gesproken. Als vriend moest je zijn stiltes respecteren. We rijden Antwerpen uit en na een half uur, we zijn Kontich voorbij, verbreekt hij ineens het zwijgen.
“Dat had ik toch niet mogen doen”, zegt hij.
Die affaire had hem de hele tijd dwarsgezeten. Hij had berouw.

Stilleven door Elsschots kleinzoon, Willem Dolphyn
Berouw: het woord is gevallen. Als hyperfijnbesnaard kunstenaar was voor hem de weg van spijt naar berouw ultra kort. Ook en nog meer bij het anekdotische overstijgend gebeuren. Met het schrijden der jaren had hij hoe langer hoe meer het knagend gevoel dat hij veel verkeerd had aangepakt en ging hij gebukt onder de verloedering van het leven. Des temeer omdat het hem voorkwam dat hij er nooit veel tegen gedaan had. In zijn slotboodschap aan zijn kleinzoon Tsjip van zijn gelijknamige roman schrijft de toen al wat oudere auteur onder meer het volgende: “Dat hij veel moet doen wat ik heb nagelaten en veel laten moet, wat ik heb gedaan.” Typischer Willem Elsschot kan niet.
Raymond
5 reacties op dit bericht
Beste Gerolf
Door bedrog, leugens en misleiding zit hij, en z'n broer, en z'n zoon, te graaien en te parasiteren op de rug van de Vlamingen, het volk wat tot op heden alles nog recht houdt maar die óók dagelijks door het franskiljons zootje incl. die parasiterende figuren, de vrienden van die karikatuur, vernederd, gepest en beroofd worden van hun noodzakelijke financiële middelen.
Hoelang nog?
Op 07-06-2009 kunnen we anders starten met een gigantische ingreep op die misdaad.
Ik zou zeggen DOEN.
@ Beste Jos,
Maar, terug on-topic: Het komt wéér een uit: van Annemans kan men steeds een gevat repliek verwachten (en de pannenlat Van Rompuy stond waarschijnlijk met z'n mond vol tanden)
dedju
goed bestuur ??
Gauwdief