De oplossing van het conflict ligt in de vorming van twee staten: waar Palestina begint en Israël ophoudt - daarover zijn de meningen verdeeld.

De territoriale ontwikkeling van Israël (wit) en de Palestijnse gebieden (oranje). 1. Palestina vóór 1948; 2. UNO-plan van 1947; 3. vóór 1967; 4. huidige situatie.
Er zijn ontelbare grenzen in Israël: historische, zoals die van het UNO-verdelingsplan van 1947, wapenstilstandssituaties uit de verschillende oorlogen, erkende staatsgrenzen met Jordanië en Egypte. De meeste explosiviteit vindt men echter in de zogenaamde vóór-1967-grens, die de staat Israël officieus scheidt van de bezette westelijke Jordaanoever. Zowel de Palestijnse autoriteit, de Amerikaanse president Obama als de meerderheid van de internationale staten beschouwen deze als de basis van een toekomstige twee-statenoplossing. De huidige Israëlische regering onder leiding van Benjamin Netanjahu wijst deze als “militair onverdedigbaar” af.
De omschrijving “vóór-1967-grens” verwijst naar de zesdaagse oorlog van 1967, waarbij Israël Oost-Jeruzalem, de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook (plus de Golanhoogte en het Sinaï-schiereiland) veroverde. In het tijdperk voorafgaand aan deze oorlog, met de grenscorrecties als gevolg, was de grens dezelfde als de wapenstilstandslijn uit de eerste oorlog in het Nabije Oosten van 1949. En omdat deze lijn tijdens de onderhandelingen tussen Israël en de Arabieren met groene inkt op de kaart gemarkeerd werden, wordt deze grens ook de “groene lijn” genoemd.
Bezette of controversiële gebieden?
In de regio ten westen van de Jordaan wonen 1.5 tot 2.3 miljoen Palestijnen. Dat Israël dit gebied niet zomaar aan hen wil afstaan, heeft verschillende redenen. Sinds de bezetting van 1967 zijn er daar ongeveer een half miljoen Joden bijgekomen. Die nederzettingen wil Israël in het kader van een vredesakkoord grotendeels bij het eigen territorium inlijven en de Palestijnen elders met grond schadeloos stellen.
De UNO heeft in verschillende resoluties duidelijk gemaakt dat grondgebieduitbreiding, zelfs bij een verdedigingsoorlog, wettelijk niet toelaatbaar is. Bezette gebieden te bevolken is in tegenspraak met de 4de Conventie van Genève. Israël verdedigt het standpunt dat de westelijke Jordaanoever het laatst binnen de Ottomaanse Rijk (tot 1923) bij een soevereine staat hoorde en dat sindsdien het eigenlijk aan niemand toekwam. Daarom kan Israël er aanspraak op maken want het gaat – volgens Israël – om “controversiële” en niet om “bezette” gebieden.
Hiermee samenhangend verwijst Israël naar de tekst van de beroemde UNO-resolutie 242 uit 1967, die letterlijk de terugtocht “uit bezette gebieden” eist en niet uit “dé bezette gebieden” met de interpretatie dat het zich slechts uit een deel der in 1967 veroverde gebieden moet terugtrekken. De Palestijnen hebben daar een andere mening over.
Israël heeft nood aan een strategische basis
Netanjahu’s weigering de vóór-1967-grenzen te accepteren berust erop dat Israël aan zijn oostelijke grens met de regio van de westelijke Jordaanoever slechts beschikt over een breedte van 20 km of minder: te weinig om een verrassingsaanval op het dichtbevolkte Tel Aviv te kunnen afweren. Met de verovering van de westelijke Jordaanoever kreeg Israël een buffer, of “een strategische basis” volgens militaire begrippen.
Mauro Mantovani van de ETH Militaire Academie (Zurich) verklaarde dat dit in de eerste plaats voor een tegenstander van buitenuit geldt, die in staat is een “expansieve aanvalsoperatie” uit te voeren. De Palestijnen komen – nog steeds volgens Mantovani – slechts in beperkte mate hiervoor in aanmerking, want zij gaan ermee akkoord hun gebied te demilitariseren. En dan blijven er slechts de terroristische aanslagen…
Juist voor de rechts-nationale kringen, die momenteel in de regering zetelen, is buiten het militaire aspect ook de religieus-historische betekenis van westelijke Jordaanoever niet te onderschatten. Zoals Netanjahu het Amerikaanse Congres mededeelde, beschouwt hij Israël vanzelfsprekend niet als “vreemde bezettingsmacht”: “Geen enkele verdraaiïng van de geschiedenis kan de 4000 jaar oude banden tussen het Joodse volk en het Joodse land ontkennen. Mocht Israël zich ooit gedeeltelijk uit de westelijke Jordaanoever terugtrekken, dan zal dit als gebaar van goede wil gebeuren.”
Twee mislukte pogingen
Zowel Israël als de Palestijnen hebben kaartenspecialisten, die bij de vredesonderhandelingen hun posities op papier moeten zetten: de Palestijnen wat ze willen bereiken, de Israëli’s wat ze willen opgeven. Een vergelijk werd er tot op heden niet gevonden.
Een ernstige poging werd in 2000 ondernomen door de toenmalige regeringsleider (en huidige minister van landsverdediging) Ehud Barak. Hij bood de toenmalige Palestijnse president Jasser Arafat 94% van de westelijke Jordaanoever (met uitzondering van Jeruzalem) en het verlaten van 63 nederzettingen. Israël zou slechts deze in de onmiddellijke nabijheid van de grens en Kiryat Arba bij Hebron als enclave behouden en de Palestijnen in ruil een procent van de Negevwoestijn afstaan. Arafat weigerde. Het is onwaarschijnlijk dat de Palestijnen ooit een beter aanbod zullen krijgen.
In 2008 verlangde regeringschef Ehud Olmert van de Palestijnse president Mahmud Abbas 6.5% van de westelijke Jordaanoever voor de Joodse nederzettingen en was zelfs bereid tot 5.9% te gaan. Abbas bood 1.9% en toonde zich bereid de Amerikaanse bemiddeling voor het verschil te aanvaarden. Olmert drong aan op zijn handtekening, maar Abbas twijfelde. Enkele dagen later moest Olmert wegens corruptiebeschuldigingen aftreden.
Netanjahu laat niet in zijn kaarten kijken
Hoeveel land Netanjahu aan de Palestijnen wil afstaan is niet bekend. Uit zijn toespraak van dinsdag kwam slechts tot uiting dat het voor hem persoonlijk “pijnlijk” zal zijn. Een permanente herinnering wat dat concreet zou kunnen inhouden, is de 759 km lange versperring tussen Israël en de regio ten westen van de Jordaan. Die wijkt duidelijk af van de vóór-1967-grens en vervormt de Palestijnse gebieden in een lapjesdeken.
Floriaan Terbeke
(wordt vervolgd)
Bron: 20 Min.online
1 reactie op dit bericht
En ook
Winston Churchill: schreef "Het is overduidelijk terecht dat de verspreide Joden een eigen thuis krijgen, en waar anders dan in Palestina waar zij al 3.000 jaar sterk mee verbonden zijn? Het is goed voor de wereld, goed voor de Joden, en het is ook goed voor de Arabieren, want zij kunnen delen in de voordelen en de vooruitgang door het zionisme."
Men zag een ding over het hoofd: de toenemende Jodenhaat in de Arabische wereld.
De grootmoefti van Jeruzalem, Al-Hoesseini (1895-1974) schreef in een pamflet
"Arabieren, vergeet niet dat sinds mensenheugenis de Jood de grootste vijand is,van je voorouders en van jullie. Laat je niet door hem misleiden, want hij is het die Christus - vrede zij met Hem - martelde en die Mohammed - vrede en aanbidding zij met Hem - vergiftigde. En nu wil hij jullie weer slachten, net zoals in het verleden!"
Onder zijn leiding ontstonden er pogroms tegen de Joden in Palestina. In 1929 werd bij het bloedbad van Hebron de eeuwenoude Joodse gemeenschap daar aangevallen en werden 67 Joodse mannen, vrouwen en kinderen op afschuwelijke wijze vermoord. De andere ongeveer 700 Joden vluchtten de stad uit. Ook in andere steden en dorpen vielen vele slachtoffers.
Overigens kwam de voorspelling van Winston Churchill over de vooruitgang van Palestina wel uit. De Britse onderzoekscommissie Peel constateerde in haar rapport in 1937 dat de Joden een enorme impuls gaven aan de Palestijnse maatschappij:
"Elk jaar wordt het contrast groter tussen de moderne en goed georganiseerde Joodse gemeenschap en de ouderwetse Arabische wereld. Dit blijkt overal, wellicht het meest op cultureel gebied."
Diezelfde Commissie Peel was de eerste die - al in 1937! - een tweestatenoplossing aanbeval, als oplossing voor het geweld. Dit werd door de Joden geaccepteerd. Het werd echter door de grootmoefti geweigerd. Uit Islamitisch oogpunt was het onmogelijk om ook maar een centimeter 'Islamitische grond' af te staan.
Het zodanige verdelingsplan van de Verenigde Naties in november 1947 - om Palestina in een Joodse en een Arabische staat te verdelen - wordt geweigerd. En weer organiseert de grootmoefti bendes om de Joodse gemeenschap in Palestina aan te vallen. Hij roept militaire hulp in van de omringende Arabische landen. De bedoeling is "de Joden de zee in te drijven". Wat dus grandioos mislukte
Verder kent zowat iedereen de geschiedenis.
De Palestijnen worden alleen door hun Arabische/Islamitische vrienden gebruikt om te propageren hoe slecht de Joden wel zijn, echter nooit wordt gesproken over de circa 1 miljoen Joden die werden verdreven uit de Arabische staten - wat dus toch wat plaats zou moeten maken voor de Palestijnen.
Uit Pakistan werden na de oprichting veel meer Hindoe's en Sikhs verdreven (naast de honderdduizenden die vermoord zijn), zij werden opgevangen en paste zich zonder problemen aan in Indië. Waarom kan dit niet voor de Palestijnen in de omringende landen?