Wat ik mij wens.

Prachtig gedicht van Rudolf Otto Wiemer, vertaald door Harry Gielen.Wat ik mij wens.
De onvermoeibaarheid waarmee de lijster blijft zingen als het donker wordt.
De moed van het gras om na zoveel winter groen te worden.
Het geduld van de spin die niet baalt om het vernielen van haar web.
De kracht in de nek van de boomklever.
Het onveranderlijke woord van de kraaien.
Het zwijgen van de vissen gisteren.
De vlijt van de houtwespen, de lichtheid van hun raten.
De onomkoopbaarheid van de spiegel.
De wakkere aard van het uurwerk.
De slaap van de larve in de akker.
De lust van de salamander aan het vuur.
De hardheid van het ijs dat de kou trotseert, maar dat smelt in het prille licht van de liefde.
De gloed van hout dat verbrandt.
De armoede van de wind.
De puurheid van de as die blijft.



















