Jij


jij
jij bent het vuur in mijn hart
jij bent het beetje hoop in mijn leven
jij bent de druppel als ik huil
jij jij bent alles
en daarom wil ik zeggen
IK HOU alleen van jou
Jij

Een knopje om terug te gaan

De knoop

Engelen

Tocht door gevoelens

Op weg naar de dageraad

Mag ik...

Ooit nog eens?

Ik ben er voor jpu

Gesloten oren

The Eagles
.Geen van de vier oprichters was geboren in Californië. Gitarist/toetsenist Glenn Frey ontvluchtte de koude winters en de beklemmende muziekscene van zijn geboortestad Detroit en introduceerde een Rhythm-and-blues-geluid. Drummer Don Henley was bijna afgestudeerd in Engelse literatuur. Gitarist/mandolinist/banjospeler Bernie Leadon had een passie voor country en bluegrass die een sterke invloed had op het vroege geluid van de band. Bassist Randy Meisner was een liefhebber van auto's en fietsen en verkeerde eigenlijk liever bij zijn familie dan dat hij zijn tijd besteedde aan het bespelen van een basgitaar in een rockband.
De band werd geformeerd in 1971 toen John Boylan - toen manager van Linda Ronstadt - Frey, Leadon, and Meisner losweekte van hun bezigheden. Ze misten nog een drummer totdat Frey Henley belde die hij had ontmoet in The Troubadour in Los Angeles. Twee maanden lang vormden Eagles de band achter Ronstadt maar na afloop van deze tournee besloten de mannen een eigen groep te vormen.
Nadat de The Long Run-tour in 1980 was afgesloten werd een tijdlang niets van de band gehoord en hadden alle leden solocarrières met wisselend succes. In het begin van de jaren negentig werd het album Common Thread ter ere van de Eagles uitgebracht. Een van de makers, Travis Tritt, stond er op dat op de video voor Take It Easy alle leden van de Eagles zouden optreden. Toen de video af was besloten de leden (in 1994) om de band weer bijeen te brengen.
Don Felder werd in 2001 uit de band gezet vanwege contractbreuk. September 2005 kwam dit voor het gerecht.
Hieruit ontstond een live-album getiteld Hell Freezes Over (naar aanleiding van een uitspraak van Henley die zei dat de groep weer bijeen zou komen 'als de hel bevriest' - een populaire Amerikaanse uitdrukking) en een single Get Over It die over hetzelfde onderwerp gaat.
Een nieuwe controverse ontstond nadat de band op 12 september 1996 tijdens een optreden voor de Democratische Partij in Los Angeles het nummer Peaceful Easy Feeling opdroeg aan Saddam Hoessein.
In 1998 werd de band opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame en gedurende de ceremonie traden alle zeven leden gezamenlijk op.
Hierop volgden een aantal reunion-tours die vooral opvielen door de hoge toegangsprijzen die alle records braken.
Een nieuw Eagles-album (het eerste studioalbum sinds 1979) krijgt de naam The Long Road Out Of Eden. Het album kwam uit in oktober 2007. Inmiddels is ook de eerste single uitgebracht. Het heeft de naam "How Long" gekregen. De single gaat een beetje terug naar het begin van the Eagles.
Er zijn twee bijzondere dingen te melden over het album. Het eerste is dat het album enkel nieuwe nummers bevat. Het tweede stond in een van de verstuurde nieuwsbrieven. Volgens deze nieuwsbrief zou het album enkel te verkrijgen zijn via walmart.com, Sam's Club, Wal-Mart, en eaglesband.com.
Ter promotie van het album trad de band op 1 april en 3 april 2008 op in Ahoy Rotterdam als onderdeel van hun 'Long Road Out Of Eden World Tour'.
Vera Mann
.
Willy Nelson - Always On My Mind
.Nelson en zijn zus Bobbie Lee werden, nadat hun vader overleden en hun moeder weggelopen was, door hun grootouders opgevoed. Nelson kreeg vanaf zijn zesde jaar muziekles via een schriftelijke cursus. Hij leerde gitaarspelen, zijn zus speelde piano. Tijdens hun middelbareschooltijd leerde Bobbie Bud Fletcher kennen, een violist, en zowel Willie als Bobbie gingen deel uit maken van Fletchers muziekgezelschap "The Bohemian Fiddlers".
Na zijn eindexamen moest Nelson in dienst, en hij ging bij de luchtmacht. Hij verliet de luchtmacht echter al snel in verband met rugklachten. Na zijn korte diensttijd ging Nelson een jaar naar de universiteit maar hield ook dat voor gezien. Uiteindelijk werd hij diskjockey bij een country radiozender in Fort Worth, Texas. Ook zong hij af en toe country liedjes in de plaatselijke cafés. In 1956 verhuisde hij naar Vancouver, Washington en begon zijn muzikale carrière vorm te krijgen. Hij nam een nummer van Leon Payne op ("Lumberjack"). De single verkocht redelijk maar brak niet echt door. Nelson bleef dj-werk doen en zong regelmatig in clubs en cafés. Hij schreef een liedje ("Family Bible") en verkocht dat voor vijftig dollar, en dat nummer werd een hit voor Claude Grey in 1960. Het werd naderhand ook door veel artiesten gecoverd en word door velen beschouwd als een gospel klassieker.
Nelson verhuisde naar Nashville (Tennessee) in een poging een platencontract te krijgen. Dat lukte aanvankelijk echter niet. Hij tekende wel een contract met Pamper Music die zijn liedjes wel zagen zitten, maar zijn performance niet. Zo schreef hij onder andere het nummer Night Life voor zanger Ray Price, een nummer dat als meest-gecoverde countrysong ooit te boek staat. Nelson ging mee op tournee met Price, als bassist van de toerband. Gedurende deze periode werden veel van Nelson's nummers hits voor andere artiesten. Zo zong Billy Walker het nummer "Funny How Time Slips Away", Faron Young zong "Hello Walls", Roy Orbison zong "Pretty Paper", en (wellicht de bekendste van allemaal) Patsy Cline zong "Crazy". Uiteindelijk sloot Nelson in 1961 een platendeal met Liberty Records en bracht hij vanaf datzelfde jaar diverse singles uit, waaronder "Willingly" en "Touch Me" (beiden met zijn vrouw Shirley Collie). Hij wist deze lijn echter niet voort te zetten en zijn carrière kwam tot stilstand. Zijn privéleven was destijds ook nogal kleurrijk: hij was alcoholist, verloor baan na baan en werd verschillende keren betrapt op verboden wapenbezit.
In 1965 kwam Nelson onder contract bij RCA Records, en scoorde hij een paar kleine hits. Hij raakte echter gefrustreerd door de platenindustrie die hem in een keurslijf probeerde te dwingen, verbrak zijn contract, keerde de muziekwereld de rug toe en verhuisde naar Austin, Texas. Daar aangekomen besloot Nelson, geïnspireerd door de muziekscene aldaar, weer muziek te gaan maken. Zijn populariteit in Austin groeide razendsnel, en Nelson kon zijn eigen muziek maken, beïnvloed door rock and roll, jazz, swing en folk. Ook Nelson's levenslange passie voor hardlopen begon in deze periode in Austin.
In Austin tekende Nelson een contract met Atlantic Records. Hij bracht in 1973 een single uit ("Shotgun Willie") die uitstekende kritieken kreeg maar slechts matig verkocht. Het album "Phases and Stages" uit 1974 (geïnspireerd door zijn echtscheiding) bevatte de single "Bloody Mary Morning". Na dit album verhuisde Nelson weer van platenlabel en ging naar Columbia Records. Hier kreeg hij complete creatieve vrijheid over zijn werk. Het resultaat was het immens populaire album Red Headed Stranger (1975). Hoewel Columbia Records het in eerste instantie niet zag zitten om een album uit te brengen met slechts piano en gitaar, zette Nelson (ondersteund door Waylon Jennings) door, en het album werd een enorme hit, deels vanwege de populaire coverversie van het nummer "Blue Eyes Crying In The Rain".
Tegelijk met Nelson behaalde ook Waylon Jennings grote successen aan het begin van de jaren zeventig. De twee werden al snel in één adem genoemd in een genre dat bekend werd als "Outlaw country" ("outlaw" vanwege het feit dat het zich niet hield aan de Nashville-standaard). Nelson's imago van "outlaw" (letterlijk: vogelvrij verklaarde) kreeg nog meer gestalte toen in 1976 hij samen met Waylon Jennings, Jessie Colter en Tompall Glaser het album "Wanted: The Outlaws" uitbracht. Dit album werd een groot succes en werd met platina bekroond. Hierna bracht Nelson nog twee albums uit die beiden de platina status behaalden: "Waylon and Willie" (met Waylon Jennings), en "Stardust", een album vol met ongebruikelijke, op strijkinstrumenten gebaseerde popnummers die geproduceerd waren door Booker T. Jones. Veel critici voorspelden dat "Stardust" Nelsons carrière zou ruïneren, maar uiteindelijk bleek het één van zijn meest succesvolle albums te zijn.
Nelson begon in 1979 met acteren. Hij had rollen in "The Electric Horseman", "Honeysuckle Rose", "Barbarossa", "Red-Headed Stranger", "Wag the Dog" en "Gone Fishin". In 1986 acteerde hij in de film "Stagecoach", naast Johnny Cash, Kris Kristofferson en Waylon Jennings, waarmee hij later ook de country-supergroep The Highwaymen vormde. Nelson acteert nog steeds, maar treedt tegenwoordig meestal aan in kleine rollen. Ook gastoptredens zoals bijvoorbeeld in Miami Vice en The Simpsons gaat Nelson niet uit de weg. Zijn meest recente filmoptreden is zijn rol van Uncle JesseThe Dukes of Hazzard. Ook in de voor 2007 geplande opvolger "The Dukes of Hazzard: Return of General Lee" speelt Nelson mee. in de bioscoop-remake van
In de jaren tachtig had Nelson diverse hits. Hij zong "Always On My Mind" de hitparades in, en ook het duet "To All The Girls I've Loved Before" (met Julio Iglesias) haalde wereldwijd hoge hitnoteringen. Ook zijn albums uit deze periode verkochten goed.
Medio jaren tachtig vormde Nelson samen met Kris Kristofferson, Waylon Jennings en Johnny Cash de supergroep "The Highwaymen". Ondanks hun enorme succes (platina albums, wereldtoernees) taande Nelson's populariteit en moest hij het al snel hebben van liefdadigheidswerk zoals het op poten zetten van de "Farm Aid" concerten in 1985. Hij werd ook berucht vanwege zijn excessieve uitgaven: hij bezat een privé-vliegtuig, een eigen (kleine) stad, een enorm landgoed en een eigen golfbaan.
In 1990 kreeg Nelson van de IRS (de Amerikaanse inkomstenbelastingen) echter een aanslag voor achterstallige belastingen en moest hij $16.7 miljoen ophoesten. Hij kon dit slechts betalen door zijn bezittingen van de hand te doen. Hij bracht een dubbelalbum uit ("The IRS Tapes: Who'll Buy My Memories?"), waarvan de opbrengsten rechtstreeks naar de IRS gingen. Veel van zijn bezittingen werden geveild en verkocht aan vrienden die het hem vervolgens weer teruggaven of voor een symbolisch bedrag aan hem verhuurden. In 1993 had hij al zijn schulden afbetaald.
In september 2006 werd Nelson in Louisiana aangehouden voor het bezit van drugs. In de tourbus van zijn band vond de politie 100 gram 'magic mushrooms' en 700 gram marihuana.[1] Nelson werd snel weer vrijgelaten, maar zal zich voor de rechtbank moeten verantwoorden.
In 2005 vormde Nelson samen met twee zakenpartners het bedrijf Willie Nelson's Biodiesel (ook bekend als "BioWillie"). Dit bedrijf verkoopt biologische brandstof aan tankstations. De brandstof wordt gemaakt van soja-olie en kan in dieselmotoren worden gebruikt zonder dat die daarvoor aangepast dienen te worden. Nelson maakt ook deel uit van een adviescommissie die poogt het gebruik van Cannabis te normaliseren. In 2005 organiseerde Nelson samen met zijn familie een benefiet-golftoernooi om de problematiek veroorzaakt door illegale verkoop van softdrugs onder de aandacht te brengen. Nelson lijkt zelf niet helemaal onbekend met het fenomeen: het gerucht gaat dat hij tijdens een bezoek aan president Jimmy Carter op het dak van het Witte Huis een blowtje heeft gerookt.
In januari 2005 trad Nelson als slotact op tijdens een benefietconcert waarvan de opbrengsten ($120.000.-) naar de door de tsunami getroffen gebieden in Zuid-Oost Azië gingen.
Nelson is vier keer getrouwd geweest en heeft zeven kinderen. Uit zijn eerste huwelijk met Martha Matthews heeft hij drie kinderen - Lana, Susie en Billy (overleden in 1991. Nelson scheidde van Matthews in 1962. Van 1963 tot 1971 was hij getrouwd met Shirley Collie. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1971 trouwde hij met Connie Koepke. Zij kreeg twee dochters, Paula Carlene en Amy. Het paar scheidde in 1988. Sinds 1991 is Nelson getrouwd met Annie D'Angelo. Ze hebben twee zoons, Lukas Autry en Jacob Micah.
Paul Mc Cartney
.Paul McCartney werd geboren in het Walton ziekenhuis waar zijn moeder werkte als vroedvrouw, niet ver van zijn ouderlijk huis in Liverpool. Toen zijn moeder Mary Mohin McCartney in 1956 stierf aan borstkanker, stortte Paul zich op de Rock 'n' Roll. In 1957 leerde hij via een gemeenschappelijke vriend John Lennon kennen, werd lid van diens band The Quarrymen en schreef samen met hem, George Harrison en Ringo Starr geschiedenis als lid van The Beatles. Hij schreef veel van het materiaal van de Beatles samen met John Lennon, alhoewel ze maar af en toe samen een lied schreven - meestal schreef de een het grootste stuk, en maakte de ander het af. Hun relatie was meer een wedstrijd dan een samenwerking, maar door een afspraak die ze al vroeg maakten kregen alle songs voor de Beatles Lennon-McCartney als credit.
Paul werd over het algemeen gezien als de knapste van de vier Beatles, en had de grootste vrouwelijke aanhang. Er hing echter ook een gerucht om hem heen, dat hij al in 1966 is overleden. Hij trouwde als laatste van de vier. Hij had een lange relatie met de actrice Jane Asher voordat hij Linda Eastman, een fotografe, ontmoette. Hij trouwde met Linda in 1969. Samen kregen ze drie kinderen: Mary, Stella en James. Linda had al een dochter, Heather, uit een eerder huwelijk.
Een van McCartney's bekendste composities, Yesterday is opgenomen door een recordaantal artiesten, en staat hiervoor genoteerd in het Guinness Book of Records. Andere ballades die ook een universele aantrekkingskracht hebben zijn onder andere Hey Jude, Let it be en The long and winding road.
Nadat de Beatles in 1970 officieel uit elkaar gingen begon Paul onmiddellijk aan een solocarrière en bracht het album McCartney uit met daarop het bekende Maybe I'm Amazed. Daarna volgde het album Ram dat slecht werd ontvangen. Feitelijk was dit album door zijn low-fi aanpak zijn tijd ver vooruit en tegenwoordig wordt Ram beschouwd als één van zijn beste albums. In 1971 richt Paul McCartney een nieuwe band op: Wings. Ondanks de vele personele wisselingen was Wings erg succesvol in de jaren 70. De enige drie constante leden van Wings waren Paul McCartney, Linda McCartney en Denny Laine. Wings maakte een aantal succesvolle albums zoals bijvoorbeeld Band on the Run en Venus and Mars. Ook werd een aantal grote hits gescoord met onder andere My Love, Live and Let Die, Band on the Run, Listen To What The Man Said, Silly Love Songs en With a Little Luck. Het nummer Mull of Kintyre, opgenomen als ode aan het gelijknamige schiereiland in Argyll, Schotland, waar Paul McCartney een huis heeft, werd de grootste hit. Deze single was de meest verkochte single ooit tot hij in 1984 voorbij werd gestreefd door Do They Know It's Christmas van Band Aid. Tot op de dag van vandaag blijft Mull of Kintyre één van de meest verkocht platen die niet voor liefdadigheid werd gemaakt. In 1981 hield Wings op te bestaan.
Ook schreef hij nummers met Michael Jackson. Uit deze samenwerking ontstond het nummer The Girl Is Mine. Het nummer belandde op Jacksons album Thriller, en het werd als single meteen een nummer 1 hit. Later maakten de twee nog het nummer Say, say, say waarvan nu verschillende remixes gemaakt zijn.
Paul en zijn vrouw waren uitgesproken vegetariërs en dierenrechtenactivisten. In 1991 introduceerde Linda haar eigen serie vegetarische gerechten op de Britse markt.
Op 11 maart 1997 kreeg Paul de titel Sir van Koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk.
Nadat Linda in 1998 was overleden aan borstkanker, trouwde hij Heather Mills, een ex-model en anti-landmijnactivist in juni 2002. Samen kregen ze op 28 oktober 2003 een dochter genaamd Beatrice Milly. In mei 2006 werd bekend dat de twee besloten hebben te gaan scheiden.
In 2008 gaat McCartney vermoedelijk weer op wereldtournee - het was eigenlijk voor vorig jaar gepland maar eerst wilde hij zijn echtscheiding van Heather Mills afronden. Op 17 maart 2008 besloot de rechtbank dat McCartney 24,3 miljoen pond (30,9 miljoen euro) aan Heather Mills moet betalen. Ook moet hij ten behoeve van de opvoeding van hun kind 35.000 pond per jaar betalen.Door de jaren heen heeft McCartney ook werk onder pseudoniemen uitgegeven. In de meeste gevallen ging het om experimenteel of minder commercieel werk. In 1968 produceerde hij "I'm the Urban Spaceman" van de Bonzo Dog Doo-Dah Band. Op het album staat McCartney echter vermeld als "Apollo C. Vermouth".
In 1977 bracht McCartney een orkestuitvoering uit van het album Ram onder de naam Percy "Thrills" Thrillington.
Als Bernard Webb schreef hij in 1966 het nummer "Woman" voor Peter
& Gordon, omdat hij benieuwd was of het publiek een liedje van hem
ook zou waarderen als niet bekend was dat het een McCartney-nummer
betrof. Het nummer werd geen hit.
Onder de naam Paul Ramon (een naam die hij ook af en toe gebruikte voordat hij met The Beatles doorbrak, en die de inspiratie vormde voor de naam van de groep The Ramones) speelde hij in 1969 mee op het nummer "My Dark Hour" van de Steve Miller Band.
In de jaren '90 bracht hij twee experimentele albums uit als The Fireman, in samenwerking met Youth van (oa) Killing Joke. Met name het tweede album "Rushes" is zeer geslaagd. Of The Fireman wel echt Paul McCartney was, was aanvankelijk vrij schimmig: Bandnaam en plaattitel verwijzen in combinatie met elkander naar het Beatlenummer "Penny Lane" (`...the fireman rushes in..') Het label, Juggler Records, verwijst naar het vignet van McCartney Productions Ltd (mpl), waarop een jongleur staat afgebeeld. Verder staan er enkele vervormde geluiden op die aan McCartney's stem doen denken en een foto op de binnenhoes van een naakte dame die erg lijkt op McCartney's dochter Mary. Tijdens de wereldtournee van 2002-2003 werd muziek van The Fireman gebruikt als voorprogramma. Tot dat moment was zelfs bij de fans nauwelijks bekend dat het hier om werk van Paul McCartney gaat.
Bij latere tournees stond de DJ Freelance Hellraiser in het voorprogramma, die diverse nummers uit de solocarrière van McCartney Mixte. McCartney en hij brachten in 2005 een dubbel-LP uit vol met dit soort mixen. Zowel de LP als de artiesten kreeg de naam "Twin Freaks" mee.
Led Zeppelin gaat op tournee
.
Alleen in onze gedachten

La Sakhra
.Petra De Steur (Gent, 20 juni 1972) is een Vlaamse zangeres. Zij is sinds 2006 bekend als La Sakhra
Nadat zij in 1988 werd ontdekt, scoorde ze in de jaren negentig als Petra & Co. een reeks hits: Laat je gaan (1989), Jij daar! (1990), Het loze vissertje (1991) en In een klein stationnetje (1992). Petra valt op door haar extravagante kapsels en ingewikkelde dans-routines.
In 1993 en 1999 deed ze mee aan Eurosong maar brak er geen potten. Ze krijgt een flinke dosis kritiek over haar heen. Vooral haar kapsel - het leek alsof er tandpasta in was verwerkt - moest het ontgelden. Na een inzinking kwam zij als enkel Petra in 1996 terug met een gedurfde uptempo versie van Ik leef voor jou, de laatste hit van Ann Christy. Andere hits uit deze periode waren 'k Beloof jou en Vrij (1996), Jij en ik (1997) en Geen denken aan (1998). Daarna deemsterde haar platensuccessen.
In 2000 was ze backing-vocal de Waalse voorronde voor het Eurovisiesongfestival bij zanger Gerlando, maar ook dit was geen succes. In 2006 deed ze opnieuw een gooi naar een eurovisieticket onder de naam La Sakhra, ditmaal met meer succes. In de eerste voorronde werd ze 3de, normaal gezien stopt het avontuur dan maar dit jaar werd er voor het eerst met halve finales gewerkt en mocht Petra toch aantreden in de tweede halve finale die kwalitatief gezien beter was dan de eerste. De vakjury bekroonde haar met de zegepalm en dat deden ook de volgende 3 jury's. De één-kijker gaf haar slechts de 4de plaats maar haar voorsprong was te groot en ze won de tweede halve finale. In de finale moest ze het helaas afleggen tegen Kate Ryan, de euro-jury deed haar een beetje de das om, Duitsland en Israël gaven nog hoge punten maar van Polen kreeg ze slechts 2 schamele puntjes.
Oh lieveling, oh lieveling

Captain & Tennille
.Captain & Tennille is een Amerikaans popduo, dat voor in de jaren '70 en begin jaren '80 populair was. Captain & Tennille bestaat uit het echtpaar Daryl Dragon (Captain, geboren 27 augustus 1942) en Toni Tennille (Tennille, geboren 8 mei 1943)
Dragon werkte als pianist bij de Beach Boys en Tennille trad op met een zelfgeschreven musical, toen ze elkaar ontmoetten in 1971. Ze gingen samenwonen en tekenden een platencontract. Hun eerste single Love will keep us together, een cover van Neil Sedaka, stond wekenlang op de nummer 1 positie in de Verenigde Staten. Voor dit nummer ontvingen ze ook een Grammy Award in 1975. Later dat jaar trouwde het stel.
De volgende jaren bracht het duo verschillende platen uit. In Nederland werd alleen Do That To Me One More Time een hit: deze plaat bereikte de nummer 1-positie in de Nationale Hitparade (in de Top 40 kwam het nummer niet verder dan nummer 2).
Tennille heeft later nog als achtergrondzangeres gezongen op de plaat Don't let the sun go down on me van Elton John. Ook speelde ze mee op het album The Wall van Pink Floyd.
Nu ff niet

4 reacties op dit bericht
gezellige avond erwin
Héél mooi geschreven Erwin
hallo
Ga nooit alleen uit.
Neem altijd jezelf mee.
Dikke knuffel van Lipske!
bedankt voor je bezoekje
hoi erwin
fijne dag vandaag
groet jan