Boerenkermios
Boerenkermis.
De boerkens smelten van vreugd en plezier,
als d'oogst is binnengereden.
Ze gaan met hun boerinnen op zwier
en ze maken zeer goede sier.
De bezem steekt ten venster uit,
men danst er, men speelt er al op de fluit.
Op potten en pannen,
Op glazen en kannen,
Op allerhande geluid.
Op messen,
op schup en op zoutevat,
Op hangel, op tangel, op dit en op dat.
Op 't trommeltje : Dom domme dom dom,.
Op keteltjes, lepeltjes tikke tiktang
en dat gaat zo de hele dag lang.
***




