Eindejaars

Kerst & Eindejaars 2010


Eindejaars
Kerst & Eindejaars 2010





Gebruik als basis een daklei.
Plak een prikker op éénderde deel van de lei en prik
daarop een derde deel (natte ) oasis op.
Deze basis van de oasis bekleden we met klimopbladeren-
en bloemen.
Vooraan bevestigen we een blad van de varen dat we
over de lengte van de lei laten rusten.
Bovenop de varen brengen we een groene anthurium bloem.
Links naast de bloem steken we een trosje asclepia en rechts
een tros sneeuwbessen.
Langs de bovenkant van de oasis steken we schuin naar
voor hellend een aar van de grote lisdodde.
Langs de lisdodde steken we een witte calla, dewelke
we erop laten rusten.
Achter de cala brengen we in trapcorm drie witte rozen aan,
waarvan we de stengels bedekken met nog een groene anthurium bloem.
_______________________________________________
Anthurium is een groot plantengeslacht uit tropisch Amerika
dat bestaat uit 600 soorten.
Het geslacht behoort tot de aronskelkfamilie (Araceae).
Deze planten zijn epifyten met weinig wortels.
De stengels zijn 15-30 cm lang. De bladeren hebben meestal bladstelen,
maar er zijn ook typen die eenbladrozet maken met slechts een
rudimentaire bladsteel.
De bloemen zijn klein (ongeveer 3 mm) en groeien op een vlezige
bloeikorf (spadix) met (karakteristiek voor de familie) een
schutblad (spatha) eromheen die verschillende kleuren kan hebben.
De meeste soorten hebben een weinig opvallend schutblad dat groen
tot zwart van kleur is.
Met name Anthurium andreanum en Anthurium scherzerianum kunnen
fel gekleurde schutbladen hebben: donkergroen tot wit, roze, oranje
tot helrood en paars.
Deze kleur kan veranderen naargelang het bloemstadium (van knopstadium
tot bloeistadium).
De vruchten zijn besssen die uitgroeien op een vruchtentak (infructescence).
Met name de lakanthurium (Anthurium andreanum) en de flamingoplant
(Anthurium scherzerianum) worden in de handel aangeboden als
potplant of als snijbloem.
Sommige soorten worden ook verkocht als bladplant, bijvoorbeeld Anthurim clarinervium.
__________________________________________________![]()
Grote lisdodde
De grote lisdodde (Typha latifolia) is een plant uit de
lisdoddefamilie (Typhaceae).
Het is een tot ruim 2 m hoge plant van voedselrijke oevers
met lange grote bladeren, en een karakteristieke bruine 'sigaar'
aan het uiteinde van zijn stengels.
De plant bloeit in juni en juli met de mannelijke aar meestal
direct boven de vrouwelijke lichtbruine aar, waaraan de bloemen zitten.
Bij rijpheid zijn de vrouwelijke aren zwartachtig bruin; de sigaren.
Bij de kleien lisdodde (Typha angustifolia) zijn de rijpe sigaren
geelachtig tot groenachtig van kleur.
De grote lisdodde is een zeer algemene plant en komt voor aan
waterkanten in zeer voedselrijke omstandigheden en in zure,
voedselrijk wordende vennen en plassen.
De plant komt niet voor aan grote open wateren.
De plant kan zich onder gunstige omstandigheden vrij snel door
middel van wortelstokken verspreiden.
De lisdodde staat bekend als een beschermde plantensoort, maar
staat niet op de lijst van wettelijk beschermde planten.
Eetbare delen van de grote lisdodde:
De witte binnenkant van de jonge scheuten is eetbaar, zelfs rauw.
Het stuifmeel van de lisdodde bloem is bruikbaar als meel (bloem)
voor het bakken van een koek.
Per bloem levert dat ongeveer een eetlepel meel op.
In het voorjaar kunnen de jonge knoppen gegeten worden als
een soort asperges.
De wortelstokken zijn zeer zetmeelrijk en een bron van voedsel.
De wortels kunnen geschild worden.
Vervolgens kan men de vezels koken, bakken, drogen, vermalen
tot meel of men kan er siroop van maken door ze langzaam
droog te koken.
Men kan de wortels na het schillen onder water scheuren en
breken om het zetmeel eruit te halen.
De wortels kan men eenvoudig bakken in een open vuur,
waarbij de wortelbast als een soort bescherming dient tegen het vuur.
Na tien tot twintig minuten kan men de wortels openscheuren en de
zetmeelrijke vezels eruit halen; deze vezels zijn direct eetbaar.
Per persoon heeft men vijftien tot twintig wortels nodig.
De zaden van de vrucht zijn eetbaar.
Het bruine pluis van de vrucht van de grote lisdodde kan men
door te branden verwijderen.
Daarna kan men de zaden drogen of roosteren.
De grote lisdodde groeit op allerlei plaatsen.
Het is onverstandig om planten uit vervuild water te eten omdat
de plant vervuilingen uit het water wegzuivert en deze opslaat.
Vermijd het eten van deze plant in het geval dat de smaak bitter,
zuur of pittig is.
Halfoogst

Gebruik een vierkant schoteltje.
Kleef in het midden een oasisprikker en breng dan
de met water doorweekte oasis aan, waar u vervolgens
langs de vier zijden, stukken slangengras van
15 centimeter hoog aanbrengt.
Het geheel samenbinden met een boerenkoord.
Deze holle stengel is zeer fijn geribd.
Op de verbindingen van de stengeldelen zien we een grijsachtige schede.
De bovenzijde en onderzijde hiervan is afgeboord met een bruine rand.
De bovenzijde is getand.
De stengeldelen zijn groen van kleur en ongeveer 75 centimeter lang.

Boerenwormkruid
De boord van de oasis vullen we met boerenwormkruid.
Boven het boerenwormkruid brengen we langs de rechtse zijde
wilde kaardebol aan en aan de rechterzijde wederik.

Wederik
Het midden vullen we op met korenbloemen.
Langs de achterzijde brengen we graanharen aan en een
maispluim let mannelijke bloemen.
Het heheel rond het graan en de maispluim vullen we op met
Jakobskruiskruid.
Veldbloemen
Akkerdistel
Akkerwinde
Alpenvergeet-mij-nietje
Avondkoekoeksbloem
Basterdklaver
Bereklauw
Bergbasterdwederik
Blaartrekkende boterbloem
Boerenwormkruid
Bosandoorn
Bosanemoon
Brandkruid
Canadese guldenroede
Dagkoekoeksbloem
Dotterbloem
Duivekervel
Duizendblad
Duizendguldenkruid
Echte kamille
Echte kervel
Engelwortel
Fluitekruid
Gele dovenetel
Gele morgenster
Geoord helmkruid
Gewone brunel
Gewone kattestaart
Gewone reigersbek
Gewone salomonszegel
Gewone sleutelbloem
Gewone veldbies
Gewoon havikskruid
Gewoon knoopkruid
Gewoon kruiskruid
Groot kaasjeskruid
Grote weegbree
Haagwinde
Harig wilgeroosje
Hazepootje
Heermoes
Hondsdraf
Jakobskruiskruid
Judaspenning
Kaardebol
Kale jonker
Kantig hertshooi
Kattedoorn
Klaproos
Klein hoefblad
Klein kaasjeskruid
Kleine klaproos
Kleine klaver
Kleine ooievaarsbek
Knolboterbloem
Knopig helmkruid
Koekoeksbloem
Korenbloem
Kruipend zenegroen
Kruipende boterbloem
Leverbloempje
Leverkruid
Liggende klaver
Longkruid
Maanzaad
Madeliefje
Margriet
Moerasandoorn
Moerasspirea
Muizeoor
Muskuskaasjeskruid
Muurhavikskruid
Nachtkoekoeksbloem
Paardebloem
Paarse dovenetel
Paarse morgenster
Peen
Penningkruid
Pinksterbloem
Prikneus
Reukeloze kamille
Robertskruid
Rode klaver
Rolklaver (gewone)
Ruige klaproos
Schermhavikskruid
Scherpe boterbloem
Schijfkamille
Sint-Janskruid
Slanke sleutelbloem
Slipbladige ooiervaarsbek
Smalle weegbree
Smeerwortel
Speenkruid
Speerdistel
Stinkende gouwe
Tormentil
Valeriaan
Valse kamille
Veelbloemige veldbies
Veldlathyrus
Vijfvingerkruid
Vingerhoedskruid
Viooltje
Vlasbekje
Vogelmelk
Vogelwikke
Wederik
Wilde bertram
Wilde cichorei
Wilgenroosje
Witte dovenetel
Witte klaver
Zachte ooievaarsbek
Zeepkruid
Zennegroen
Zevenblad
Zilverschoon
Vlaamse feestdag 2009

Vlaamse Feestdag
We gebruiken een zinken bloempot met brede rand,
hoge hoedvorm, en vullen deze op met steekschuim
doordrenkt met water.
We bouwen het bloemstuk op vanuit het midden met
een vooraf gedroogd calla-blad , gekleurt met
een spijtbus zwarte verf.
Omheen de stengel vullen we de bodem
op met Ligustrum Aureum.
Ligustrum ovalifolium 'Aureum'
1,5 à 2m, geelgerand blad en compact van groei.
Bij het aanplanten van een haag mag je rekenen
op 5 a 6 planten met lopende meter.
De haagplanten groeien snel waardoor je een
mooie haag hebt die ook in de winter het blad
goed behoudt.
Het nadeel van de snelle groei is dat een ligusterhaag
ook minstens drie keer per jaar moet gesnoeid worden.
Ze groeien in elke bodem en verdragen industrielucht.
Ligusterhagen zijn goede verblijfplaatsen voor de vogels,
De witte bloemen verspreiden een overweldigende geur.
Na de bloei verschijnen er zwarte besjes die fel in
trek zijn bij vogels. (voor de mens zijn deze bessen giftig).
Snoeien van de ligusterhaag:
Voor een nette, strakke haag dien je liguster minstens
drie keer per jaar te snoeien.
Bij het snoeien is het overigens het beste om de
onderkant wat breder te houden dan de bovenkant,
dan blijven de planten mooi vol.
De beste periode om een ligusterhaag te scheren is
vanaf mei tot en met september.
De eerste snoeibeurt kan het best voor de langste
dag van het jaar gebeuren.
Daarna nog enkele keren in de zomer om de haag
netjes in vorm te houden.
Na eind september wordt het snoeien van liguster
afgeraden zodat de plant zich nog voldoende kan
herstellen tegen de komende vorstperiode.
Vervolgens steken we bij wijze van krans vijf gele
freesia's dukaat rondom het het calla-blad, om
vooraan de krans te sluiten met een prachtige
tros Sorbus. 
Lijsterbes (Sorbus) is een geslacht van boom en
heerster uit de rozenfamilie (Rosaceae).
Van nature komt het voor op het noordelijk alfrond,
vooral in Europa en Azië.
De lijsterbes is een struik of boom met open kroon.
Hij bloeit in mei in brede, witte bloementuilen die
sterk en eigenaardig geuren.
Hij draagt ronde, oranjerode vruchten.
De bladeren (5-7 bij 1-1,5 cm groot) zijn ovaal tot l
angwerpig en staan in 6-8 jukken.
Het hout van de lijsterbes is tamelijk hard, buigzaam
en elastisch, maar gaat vrij snel kapot.
Het is bruikbaar voor draai- en snijwerk, vaten, vezelplaten.
Schors en loof bevatten een hoog gehalte aan looistof.
De boom wordt lijsterbes genoemd omdat de vogels, en
de lijsters vooral dol op de bessen zijn.
De plant zorgt namelijk voor een goede voedselvoorziening
voor vogels vanwege de lange periode met bessen.
Verder trekken de bloemen die in de zomer bloeien veel
insecten en vooral veel wespen aan die als een ware lust
worden gezien door veel vinken.
Bovendien is de lijsterbes ook een zeer geschikte plek voor
vogels om te broeden vanwege de dichte boomstructuur.
Tot slot maken we het bloemstuk af met drie totaal gele
gerbera's die we in trapvorm schikken voor het calla-blad.
Vaderdag 2009

Een ijsje voor Vaderdag
We gebruiken een grote ijscoupe waar we in de bodem
een oasisprikker vastlijmen waarop we het steekschuim
vastpinnen.
De ruimte tussen de boord van de coupe en de oasis
vullen we op met mos.
Vervolgens maken we drie corsage's
( zie bloemschikken 30 juni 2007 )
met telkens drie rode anjers. ( symbolisch voor aardbeienijs )
Deze verdelen we over de coupe.
De ruimte rondom de corsage's vullen we op met wit gipskruid.
( symbolisch voor slagroom )
Als sluitstuk brengen we een tweetal assegaaistokken aan.
( symbolisch voor koekje )
Cannomois virgata - Restionaceae - 'Reed Bell',
'Rekoala', 'Bergbamboes',' Besemriet ',' Assegaai. "
Deze mooie en onderscheidend groep vormen Restio
dat is net zoveel als een Bamboe als Reed.
Dikke culms uit de basis, een goede structuur tot een
hoogte van maar liefst 12 '.
Deze vallen onder een regenboog van kleuren,
als een lappendeken , en zijn bijzonder gegeerd door
bloemschikkers .
Ze worden geteeld voor dit doel in het zuidelijk halfrond.
De fijn verdeelde steel en stevige stengels hebben
geleid dat de mensheid eeuwenlang deze stengels
hebben gebruikt als een uitstekende bezem,
Vandaar de gemeenschappelijke naam 'Besemriet'
(Brem-riet).
Als tuin-specimen, houdt deze plant van een goede
bodem en regelmatig drenken, maar zal in periodes
van droogte ook goed standhouden.
Men plaatst de structuur hetzij afzonderlijk of in groepen.
Het is opmerkelijk vrij van parasieten en andere ziekten.
Opgelet :
Dient te worden bewaard boven de 20 º F in de winter.
____________________________________
Alle andere publicaties zie beneden in het archief !!!
____________________________________
Moederdag

Gerbera
Gerbera is een geslacht van planten in de familie Asteraceae.
Het geslacht is benoemd naar de Duitse natuurkundige
Traugott Gerber, die een vriend was van Carolus Linnaeus.
Er bestaan ongeveer 30 verschillende soorten gerbera's in
het wild in Zuid-Amerika, Afrika, Madagaskar en tropisch Azië.
De eerste wetenschappelijke beschrijving van een gerbera
is gemaakt door Joseph Dalton Hooker in 1889 toen hij
Gerbera jamesonii beschreef, een Zuid-Afrikaanse soort.
Veel gerbera's worden gebruikt als sierplant of als
snijbloem in bloemstukken.
Bacardi
Bacardi is één van de succesvolle opvolgers van de oude garde.
Hierbij moet u denken aan het ras Reagan White,
dat jarenlang en nu steeds, in grote getale werd geproduceerd.
Bacardi wordt gekenmerkt door zijn sneeuwwitte lintbloemen.
In het optimale rijpheidstadium is het hart van de bloem grasgroen.
Het witgroene contrast maakt de Bacardi een lust voor het oog
en bruikbaar voor een groot scala aan boeketten.
Vervolgens vullen we de open plaatsen op met wit gipskruid.
We vervolgen met afwisselend oranje gerbera’s en lelies.
Vervolgens vullen we de open plaatsen weer op met wit gipskruid
Daarna vullen we de top van de piramide verder op met Hertshooi.
Cytisus precox " All gold " en rode bessen van Hypericum.
Als top van de afwerking gebruiken een bladdeel van de kentiapalm
en drie oranje rozen.

De Kentiapalm is een plant, die van oorsprong alleen voorkwam
op de Lord-Howe- eilanden in de Stille Oceaan ten oosten van
Australie.
Een plant, die alleen in een bepaald gebied (een eiland) voorkomt,
noemen we een endeem.
Heel veel geïsoleerde eilanden hebben endemische planten.
De Kentiapalm (Howea fosteriana) is door zijn sierwaarde over
de hele wereld verspreid en wordt daardoor nu op meerdere
plaatsen in de subtropen aangetroffen.
Hij wordt ook als kamerplant verkocht.
Evenals andere palmbomen (Arecaceae) heeft de Kentiapalm
een kale stam met bovenin blauwgroene bladeren van twee
tot drie meter lang.
Valentijn 2009


Klimop (Hedera helix) is een groenblijvende, houtige klimplant
uit de klimopfamilie (Araliaceae).
De plant groeit op vochtige, voedselrijke grond langs muren en
tegen bomen waaraan de plant zich met korte luchtwortels vastklampt.
Het is een in de gematigde streken groeiende liaan.
De plant kan meters hoog worden.
De klimop lijkt veel op de Atlantische klimop (Hedera hibernica).
Hiernaast kan de klimop kruipende stengels vormen, op zoek
naar nieuw houvast.
Het heeft leerachtige, verspreid staande, bladeren en bloeit in
de herfst van september tot december.
De plant verspreidt een eigenaardige, wat harsachtige, geur.
De bladeren aan de niet bloeiende takken zijn handvormig
gelobd tot gespleten met een hartvormige voet; aan de bloeiende
takken zijn ze eirond en niet gedeeld.
Oudere klimmende planten die voldoende licht ontvangen
kunnen boogvormig afstaande bloeiende zijtakken vormen.
Worden deze zijtakken gestekt dan ontstaat er een klimopplant
die geen klimstengels meer kan vormen.
Deze vorm wordt in siertuinen gebruikt voor de zogenaamde
bolvormige klimop.
De bloemen staan in bolvormige schermen die trosvormig
gerangschikt zijn.
De bloemen zijn klein, tweeslachtig, regelmatig, vijftandig en geelgroen.
Bloeiende klimop is voor vele insecten in de herfst een rijke bron van
nectar en stuifmeel, omdat er dan weinig andere planten bloeien.
De dofzwarte bessen zijn in de lente rijp.
Anjer (Dianthus) is een geslacht van bloemplanten uit de anjerfamilie
Anjers zijn overblijvende of zelden eenjarige, kruidachtige planten met
smalle bladeren.
De bloemkelk is buisvormig, vijftallig en aan de oorsprong omgeven
door twee, vier of zes brede dekbladeren.
De bloemblaadjes zijn meestal gekerfd of gespleten.
De bloem heeft tien meeldraden en twee stampers.
Anjers komen van nature voor in Europa en Azië.
Enkele soorten komen van nature voor in Zuidelijk Afrika.
De grootste producent van sierplanten is tegenwoordig echter Comombia.
In het verleden werd de anjer in de geneeskunde gebruikt bij
maagklachten en koorts.
Tegenwoordig wordt de anjer voornamelijk als sierbloem gebruikt.
Zeven anjers, zeven rozen
Een bruidsboeket voor jou
Zeven anjers, zeven rozen
Heb ik heel speciaal gekozen
Ik die zoveel van je hou
Veertien bloemen, veertien maanden
De mooiste uit ons bestaan
Veertien bloemen als die maanden
Die wij zonder einde waanden
Maar toch ben jij weggegaan
Je zal nu trouwen met een andere man
Toch weet ik dat je niet vergeten kan
Hoe we hielden van elkaar
't Sprookje werd helaas nooit waar
't Duurde iets meer dan een jaar
Zeven anjers, zeven rozen
Een bruidsboeket voor jou
Zeven anjers, zeven rozen
Heb ik heel speciaal gekozen
Ik die zoveel van je hou
Veertien bloemen, veertien maanden
De mooiste uit ons bestaan
Veertien bloemen als die maanden
Die wij zonder einde waanden
Maar toch ben je weggegaan
Je straalt van vreugde en je lacht
Misschien heeft hij je nu 't geluk gebracht
Maar denk je nog aan mij
De herinnering blijft je bij
Maar die tijd is toch voorbij
Zeven anjers, zeven rozen
Een bruidsboeket voor jou
Zeven anjers, zeven rozen
Heb ik heel speciaal gekozen
Ik die zoveel van je hou
Eindejaar 2008

Eindejaarsfeesten
We gebruiken als basis een ronde schotel,
waar we een oasisprikken in het midden aanbrengen.
Vervolgens bevestigen we hierop de oasisbol.
Boven op de oasis prikken we een glazen kerstbal.
Het geheel van de oasis steken we vol met een rij
taxus, een rij conifeer, een rij taxus enz. totdat de oasis
volledig bedekt is.
De naam Coniferen betekent "kegeldragers".
Ze heten zo omdat de zaaddragende structuren in een kegelvrucht
(of strobilus) georganiseerd zijn.
Er zijn nooit echte vruchten, al kunnen er wel structuren zijn die
fruitachtig overkomen (bijvoorbeeld bij de jeneverbes en bij Taxus.
De bestuiving vindt altijd door de wind plaats.
De coniferen (wetenschappelijke naam Coniferae, vormen een groep
in het plantenrijk van ruim zeshonderd soorten.
Ze horen tot de naaktzadigen (Gymnospermae) en zijn daarvan de meest
soortenrijke groep, maar de beide groepen zijn niet onderling
verwisselbaar.
Er zijn ook andere naaktzadigen, die dus géén coniferen zijn,
ook al dragen ze de zaden in kegels.
De meeste coniferen zijn altijdgroen, maar er zijn ook enkele soorten
die 's winters de naalden verliezen, zoals de lariks en de moerascipres.
Tussen de tweede en derde rij brengen we skimmia en
klimoprozen aan.
Vervolgens brengen we vier tot zes rode rozen aan.
De ruimte tussen de kerstbal en de rozen vullen we op
met drie tot vijf dennenappels ( waar we vooraf een
tandenstoker aan hebben gelijmd )
De ruimte tussen de dennenappels vullen we op met sierkersen.
Een kegelvrucht is een met schubben afgezette houtige kegel
van een naaldboom.
Uiteraard heeft een naaldboom nooit bessen.
Er kunnen echter wel schijnbessen voorkomen .
De schijnbes is een kegel en bevat zaad, dat door de schubben
wordt beschermd.
De pijnboompit is zo'n (gepeld) zaadje afkomstig van de pijnboom.
Ook beter bekend als pijnappel. Bij de pijnboom blijft de rijpe kegel
intact, maar bij de echte den (Abies) valt deze uit elkaar en blijft
de spil op de tak staan.
De dennenappel staat op een tak, en ligt onder een dennenboom
in losse schubben.
De kegel bestaat uit spiralen, die te tellen zijn door ze te markeren.
Het bloemstuk bespuiten we vervolgens licht met sneeuwpoeder.
Allerheiligen 2008

Allerheiligen
Als basis gebruiken we een Oasis Florette medi.
Langs de bodem brengen we mooie gekleurde rand bladeren
aan van de wilde wingerd.
Vervolgens brengen we een tweede rand aan van laurierkers-
bladeren.
De laurierkers (Prunus laurocerasus) is een plant uit
de rozenfamilie (Rosaceae) die van nature voorkomt in
Zuidoost-Europa en Klein-Azië.
Als boom kan de laurierkers een hoogte van 14 m bereiken,
maar hij komt ook als struik voor, bijvoorbeeld in bossen.
De gebruikelijke hoogte bedraagt 6-8 m.
De plant heeft gewoonlijk een brede en gespreide kroon.
De schors is bruinachtig grijs met duidelijke lenticellen (luchtporiën).
De langwerpige tot lancetvormige bladeren zijn lichtgroen[en
krijgen met het ouder worden een wat donkerder tint.
In de winter blijven ze groen.
De afmeting varieert van 8 x 2,5 tot 13 x 7cm.
De laurierkers heeft roomkleurige bloemen die opvallend ruiken.
De bloemen staan in rechtopstaandetrossen van 8-13 cm lang en
hebben kroonbladen van 4-7 mm lang.
De bloemen bloeien echter enkel bij vrijstaande struiken die veel
licht krijgen.
De struik is al sinds de 16e eeuw in cultuur..
Voor in tuinen en parken is in deze eeuwen een groot aantal
cukltivars ontwikkeld.de cultivars zijn.
Vervolgens brengen we een tweede rand aan van zilverkruiskruid.
Zilverkruiskruid is een min of meer mediterrane soort
die aan zee groeit, op rotsige stranden e.d.; veel planten
aan zee zijn wit-viltig, om ze te beschermen tegen de
uitdrogende zoute zeewind.
Omdat het blad van deze soort zo mooi is, heeft men er
eenjarige sierplanten van gekweekt, meestal enigszins
veredeld voor een compactere groei of mooier blad dan
de wilde plant.
Deze plant heeft net als Jakobskruiskruid bij de nieuwste
indeling van het plantenrijk de geslachtsnaam Jacobaea
gekregen, vanwege de nauwe genetische verwantschap met
deze plant.
De kruiskruiden zijn nu opgesplitst in drie geslachten, het
aloude Senecio en het nieuwe Jacobaea dat eerst alleen de
soortnaam van Jakobskruiskruid was, en Tephroseris met één
enkele plant (moerasandijvie).
Vervolgens brengen we een derde rand aan van skimmia.
![]()
Skimmia is een geslacht van overblijvende groenblijvende,
planten uit de wijnruitfamilie (Rutaceae).
Het geslacht telt zeven of acht soorten, die in het algemeen
afkomstig zijn uit Oost-Azië.
De dikke, stevige bladeren zijn afwisselend geplaatst.
De geurende bloemen staan in grote, eindstandige pluimen
bij elkaar en jn klein en wit.
De meeste soorten kennen aparte mannelijke en vrouwelijke
exemplaren.
De meeste soorten zijn redelijk winterhard, tot zo'n -10 °C.
Sommige soorten kunnen een tegen de wind beschutte plaats
goed gebruiken.
De bessen zijn giftig, maar acute effecten zijn alleen merkbaar
bij consumptie van grote hoeveelheden.
Als bloemen gebruiken we twee witte sterchrysanten
die we op de top van het bloemstuk aanbrengen.
De chrysant heeft bij veel mensen een wat saai imago,
maar toch is het één van de meest verkochte bloemen.
Het is dan ook een bloem die zich heel goed laat
verwerken in de meest uiteenlopende boeketten.
De naam van de bloem komt uit het Grieks: "chrusos"
betekent goud en "anthemon" betekent bloem.
De bloem komt van oorsprong uit China en Japan.
In deze landen stond de bloem in hoog aanzien.
In China was de chrysant zelfs zo speciaal dat alleen
edelen zich met de plant mochten bezighouden.
De Chinese stad Chu-Hsien (chrysantenstad) is
vernoemd naar de bloem.
In Japan kreeg de bloem het predikaat "nationale bloem".
De troon van de vroegere Japanse keizers werden
volledig met chrysanten bedekt, waardoor deze troon
de naam Chrysantentroon kreeg.
Door de bloem af te beelden met zestien stralen, gaven
ze bovendien aan dat er sprake was van goddelijke macht.
In Japan maar ook grote andere delen van Azië staat
de chrysant symbool voor een lang en gelukkig leven.
Pas in 1688 bracht Jacob Layn de chrysant naar ons land.
En tot slot brengen we links en rechts vier rode
cornus alba sibirica-takken aan.
In de kornoeljefamilie (Cornus) zijn struiken te vinden
met bijzonder opvallend gekleurde takken.
De betekenis van Cornus is hoorn, dit vooral omdat het
hout van de Cornus mas zo hard zou zijn als hoorn.
Binnen deze familie vindt je naast struiken ook kruipers
en kleine bomen.
Door de laagstaande zon komen ze in dit jaargetijde
extra goed uit!
Cornus alba ´Sibirica´ is een struik met groen blad,
dat in de herfst schitterend rood verkleurt.
De kale takken die daarna zichtbaar worden hebben
de kleur van rood koraal.
Halfoogst 2008

Halfoogst
Men neemt kippengaas van 35 x 30 cm. en draait hem in een de vorm
van een friethoorntje.
Rond het hoorntje brengt men cocovezel aan, die men omwikkelt met
fijne binddraad.
In het hoorntje brengen we een plastic zakje aan, die we opvullen met
steekschuim. ( Het oasis vooraf goed laten vocht opnemen )
Het hoorntje plooien we vervolgens langs de puntkant licht naar boven.
In de benedenzijde van het steekschuim brengen we enkele takjes Laurier.
Laurier is vooral afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied,
uit landen als Turkije, Georgië en Griekenland.
De laurier is goed bestand tegen zilte wind en dus uitstekend te gebruiken
in gebieden langs de kust.
Een laurier kan groeien in zowel een gematigd warm als een vrij koud klimaat.
Langdurige vorst wordt echter niet verdragen.
Laurier wordt veelvuldig gebruikt voor een haag of erfafscheiding.
Vervolgens maakt men de cirkel rond, gelijk opbouwend, links en rechts,
met beukebladeren , hypericum, weinmannia en camelia.
De Beuk (Fagus sylvatica) is wellicht een van de meest gebruikte loofboomsoorten.
Hij domineert het bos op bijna alle bodemsoorten, behalve de te natte en te arme.
Als typische schaduwboomsoort heeft hij het wel moeilijk in pioniersituaties.
Verjongen onder scherm of in kleine groepen is daarom aangewezen.
De natuurlijke verjonging verloopt onregelmatig door de zeldzame zaadjaren.
De Beuk produceert snel zeer bruikbaar hout.
Hou hem wel in toom want door zijn dominant karakter gaat hij al snel overheersen.
Hypericum ( Latijnse naam )
Hertshooi of Sint Janskruid vind je als wilde plant maar ook als cultivar voor tuinen.
Als takkenvoedsel verkiezen we de gekweekte vormen, daar deze meestal meer
en breder blad hebben en door de takken liever gegeten worden.
Hypericum komt in zowat heel de wereld voor, maar heeft een voorkeur voor iets
koelere klimaten.
Sommige van de meer dan 400 verschillende soorten zijn groenblijvend of
verliezen hun blad pas aan het begin van de winter, andere soorten verkleuren
helemaal op het einde van de zomer.
Hertshooi heeft opvallende grote gele bloemen met lange meeldraden.
Een aantal soorten hertshooi, zoals bv Hypericum adrosaenum, maakt mooie
zaaddozen aan, die gebruikt worden voor boeketten.
Helaas is deze soort niet wintergroen en blijft deze een struik.
De meest als takkenvoedsel gebruikte soort hypericum is Hypericum ‘Hidcote’
een plant van ongeveer 100cm hoog die half wintergroen is.
(kan tegen enkele graden vorst indien beschut)
Deze soort groeit snel uit, en wordt gebruikt in borders als bodembedekker.
Elk voorjaar wordt deze plant gesnoeid waardoor er nieuwe scheuten uitschieten.
Veel takken eten hypericum waardoor deze plant voor takkenliefhebbers uiterst
waardevol is.
Je vindt hem voor een zacht prijsje in bijna elk tuincentrum en hij staat mooi in elke tuin.
Tip: is in de winter de plant bevroren kan je eventueel de stengels toch gebruiken!
Zet ze in water op een beschutte plaats, niet te warm om het doorschieten te
voorkomen, en laat de plant weer scheutjes en bladeren krijgen.
Weinmannia trichosperma is een wintergroene struik of
kleine boom die inheems is in Chilli.
Dit geslacht maakt deel uit van de familie Cunoniaceae.
Deze plant verkiest een leemachtige grond, half schaduw en voldoende vocht.
Dit boompje heeft een varenachtig samengesteld blad dat zeer glanzend is aan de
bovenzijde en mat aan de onderzijde.
In december verschijnen de trossen witte bloemen gevolgd door rode vruchten in
de zomer die de hele plant een rode kleur geven.
Camelia, oorspronkelijk afkomstig uit Japan, Korea, India en China,
tijdens de 17e eeuw ontdekt en ingevoerd.
Kruisingen, veredelingen en opkweek leidden tot de meest verassende resultaten.
Camellia bestaat uit eindeloze variëteiten met ettelijke soorten bloemen in
pastelkleurige tinten.
Graag een standplaats bij voorkeur in volle zon of een halfbeschaduwde plaats,
ze verdragen absoluut geen kalk, eerder een zure en tamelijk vochtige grond.
Deze groenblijvende struik heeft een crème – wit bont, ovaal blad.
In het voorjaar wordt de Camellia met grote enkele bloemen getooid.
Opmerkelijk zijn de meeldraden in het hart van de golvende bloembladeren.
Deze maken de bloei een waar spektakel.
Het midden van de hoorn bouwen we op , beginnend aan de onderzijde ,
met een distel en enkele tarwehalmen.
Vervolgens schikken we drie orange rozen op de rij .
Boven de rozen brengen we links een aspidistra blad en rechts
een ledervaren aan.
Het aspdidistra blad rollen we voor de helft toe alvorens te
in het oasis te prikken.
Ledervaren of Arachniodes adiantiformis ‘Imperial’
Ledervaren is al enkele decennia een populaire snijgroensoort.
Die populariteit kan nog verder stijgen dankzij de introductie van cultivar ‘Imperial’.
Reden voor deze aanname is de sterk verbeterde houdbaarheid van de varenachtige.
Het blad is breder, voller en lichter groen dan we van de ledervaren gewend zijn.
Het vult de boeketten beter, waardoor minder takken nodig zijn.
Bovendien is de ‘Imperial’ vrij van sporen.
Consumenten hoeven daardoor geen sporen meer weg te vegen onder de vaas.
Het blad is tevens vrij van sproeiresidu, omdat de ‘Imperial’ in de kas wordt
geteeld en niet , zoals gebruikelijk , in de buitenlucht.
Tussen de varen en de aspidistra brengen we een zonnebloem aan
die we laten rusten op de roosstengels.