Trol in de herfst.


Wind en regen vieren vrolijk hoogtij
blaren worden krachtig van bomen gerukt
de late herfst, de zwaarste dagen bijna voorbij
wat los zit, als een veertje van de grond geplukt.
Takken worden zwiepend door de lucht geblazen
regen striemend, maakt velden zwaar en log
een troosteloos beeld, koud, leeg haast verlaten
het kleinste kiertje brengt koude en tocht.
Mensen ineen gedoken vechten tegen de wind
kunnen amper rechtop staan en blijven lopen
verbeten strakke gezichten, door regen bijna blind
de kilte dringt overal door, komt binnen geslopen.
Hunker naar warmte drijft iedereen vooruit
allemaal willen ze zo snel mogelijk naar binnen
beschut tegen natuurgeweld, het natte goed moet uit
opwarmen met hete thee en beschuit, mijmeringen.
Bomi.
( 2008 )


Pluizenbollen