kaarsjes.

Mijn vriend is opa van vijf kleinkinderen. Zoals dat bij een liefhebbende opa past gaat hij regelmatig met die bende rekels den hort op. Door de achterliggende bossen, over de sportvelden en zo naar het "Kongobos". Dat is een mastenbos waar de jeugd van Arendonk plezier komt maken. Ieder op hun manier en volgens hun ouderdom. De kleinsten op de schommels en de schuif-af, de jongere jeugd op de fito-meter en de iets groteren op en in elkaars schoot.

In het naar huis gaan moet opa met zijn volk langs de "Lourdesgrot". Kaarskes voor het Lieve Vrouwke aansteken. Iedere keer vijf stuks. Alle vijf kunnen ze ondertussen harder lopen dan opa die op de terugweg dikwijls nog een klapke moet doen met een collega-gepensioneerde. Als hij dan als laatste bij de grot arriveert branden de vijf kaarskes al. Aan het geldende tarief moet opa daarvoor 5 maal 40 eurocent, is twee euro, in de offerblok deponeren. Dat enkele keren in de week maken een gat in zijn persoonlijk budget. Daarom verlaat hij als laatste de grot, salueert nog een keertje tegen het Lieve Vrouwke, blaast en passant de vijf kaarsjes uit en steekt één euro in de offerblok. Met de geburen heeft hij een akkoord gemaakt dat zij de gebruikte kaarsjes voor de helft van de prijs verder mogen opstoken.
Ons Lieve Vrouwke heeft nog niet gereklameerd; dus zij zal ook wel akkoord gaan.





