
Op 18 september 1849 overleed Felix Guillaume Dujardin. Let op hoe die familienaam op het familiegraf tot twee keer toe gegraveerd werd:
Du Jardin.
Van die 18de september 1849 af ging het met het familiebedrijf langzaam maar zeker de verkeerde kant uit. Felix' weduwe en zijn drie zonen (jawel: die fameuze
derde generatie) zetten de zaak verder tot de bank in 1874 definitief failliet ging. Dat is des te opmerkelijker daar de economie in andere Vlaamse steden juist met rasse schreden vooruitging.
1874 werd dankzij dat faillissement een zwart jaar voor Brugge en de hele streek. Alle onroerend goed, alle industrie van de familie Dujardin werden mee de dieperik ingesleurd. Honderden mensen hadden op slag geen werk meer. Vele grote maar ook vele kleine spaarders werden de dupe. Zo is er het opmerkelijke geval van de
Breidelcommissie die al in 1867 geld verzamelde om in Brugge een monument te plaatsen die
onze helden van 1302 zou eren. Dat bijeengespaarde geld stond allemaal op de Bank Dujardin. In 1874 kon men gelijk opnieuw beginnen met sparen want er was niks meer. Pas op 11 juli 1887, dertien jaar later werd het standbeeld van Jan Breidel en Pieter de Coninck op de Markt plechtig onthuld. Men had eindelijk de nodige Belgische franken bijeengespaard en men was eindelijk tot een compromis geraakt over wie het beeld mocht maken, waar het zou staan, enzovoort, enz. ...