
Vroeger behoorde ik tot de klasse der uitgaanstypes. Dat was dan wel in een vorig leven. In mijn huidig leven dweil ik de Brugse straten overdag af en diezelfde taak laat ik vanaf 's avonds wanneer het donker wordt het liefst aan andere, jongere exemplaren over. Slechts nu en dan herval ik even in mijn vroegere taak van nachtbraken. Gisteren was dat het geval. Ik wilde namelijk mijn oude buddy van weleer opnieuw virtuoos aan het werk zien. Ik heb het over
Richard Thompson. Niet de schrijver van boeken, wel de schrijver en de zanger van onvergetelijke songs die nooit de hitparade halen. Ook de gitarist die verleden jaar in het toonaangevende
Rolling Stone als 19de beste gitarist ooit gecatalogeerd werd, iets wat ik een schromelijke onderschatting vond, want volgens mij moet hij staan op plaats nummer twee, net onder de ongenaakbare en allang morsdode Jimi Hendrix.
Gisteren was Richard Thompson dus voor de derde keer in Brugge te gast waarbij hij voor een tweede keer de stadsschouwburg in rep en roer zette. De vorige keer deed hij dat solo in verband met 'Klinkers', nu deed hij het met verve nog eens dubbel en dik over met zijn recent opgerichte Richard Thompson Band.
O ja, er was ook nog een voorprogramma en daarover kunnen we kort zijn: het was namelijk kort en toonde ons in die korte tijdsspanne toch een beeld van een zangeres met een dieppersoonlijke stem, geworteld in Amerikaanse tradities. Ik heb het over Diana Jones.
Na de pause waarin ik nog maar eens het mooie foyer van onze stadschouwburg bewonderen mocht was het dus aan Richard en zijn kompanen om
twee uur lang '
sjette te geven'. En dat deden ze ook. Als fervente fan vond dit een van zijn beste concerten die ik ooit meemaakte. Toch miste ik bij momenten heel hard bij vertolkingen van bepaalde (oudere) nummers een vrouwelijke stem à la Linda Thompson of Christine Collister in de refreinen. En ook een tweede elektrische gitaar zoals die van een Clive Gregson was soms ook wel gewenst.
Ach, het blijft vitten, want ook nu nog, 24 uur na de feiten, blijf ik met koude rillingen achter. De manier waarop Richard Tompson bijvoorbeeld het nummer "Dad's gonne kill me" (gaat over Bagdad trouwens) beëindigde, die jankende gitaarsolo's die aan oorlog en angst en verderf en paniek refereren, wel, dat deed me denken aan Jimi Hendrix manier van oorlog in zijn gitaarspel brengen, maar dit was weer iets anders, weer iets aparts, weer iets typisch Richard Tompsons'.
Tot slot nog een kleine vingerwijzing naar
Moon Art Gallery. Ik vind het jammer dat iemand (EFW) denkt over 'mijn' Richard Thompson een pracht van een commentaarstukje op MAG geschreven te hebben maar plots gaat hij plat op zijn buik als hij het heeft over enkele songs waarover hij denkt dat 'den Richard' een afrekening wil maken met zijn ex Linda Thompson. Ach kom, wat denkt EFW wel: beiden zijn nu al 30 jaar uiteen en ze hebben elk hun eigen leven verder opgebouwd die ze wederzijds respecteren. Dat respect gaat zelfs zo ver dat voor het derde soloalbum van Linda Thompson, Versatile Heart, dat in dit jaar 2007 uitgebracht werd, Richard vrijwel belangeloos meegewerkt heeft.
Het is EFW blijkbaar ontgaan dat Richard Thompson al meermaals in interviews verteld heeft dat zijn songteksten al lang niet meer over hemzelf gaan, want dat hij dan al decennia geleden uitverteld zou zijn. Daarom ook dat ik de reactie op Moon Art Gallery van Koen de Brabander zo simpel vind. ("Persoonlijk vond ik de songs erg mager"). Beste Koen: weet dat elke song van Richard Thompson een oorsprong heeft vanuit de Britse songcultuur en dat daar bovenop elke song zoniet dubbel-, maar dan zeker driedubbelgelaagd is. "Magere songs!" Ach, laat me niet lachen. "Ik voel me Oh la la le le ", K3-gewijs, dàt is een magere song omdat zo'n liedje van nergens komt en nergens heen gaat. Zeg zoiets nooit, neen nooit over een Richard Thompson song of ik maak u persoonlijk af met mijn eigen Thompson gun. Zeg dat ik het gezegd heb.
1 reactie op dit bericht
Eendenkroos