Naar de inhoud

dammieroosa

akke.beakke.be

Archief

verlof in spanje

Ik zit op een terrasje in Spanje, er komt iemand langs, hij houdt halt en gaat aan het lege tafeltje tegenover mij zitten.

Ik observeer hem, hij ziet er prachtig uit, groot, breed, leuke uitstraling.
Hij draagt een mooi roze overhemd, dat hem heel goed staat.

Ik ben op slag verliefd en heb moeite om mijn ogen van hem af te houden. Ik moet mijzelf echt forceren om de andere kant op te kijken, quasi nonchalant draai ik me van hem af.

Even later merk ik dat hij opstaat.

Ik ben bang dat hij weggaat en voel me heel teleurgesteld en een beetje verdrietig,

maar direct daarna ben ik heel blij, want hij komt naast mijn tafel staan en zegt:

"U zit alleen aan tafel, ik ben ook alleen, zou het niet veel prettiger zijn als we sámen de maaltijd gebruikten?"

Ik ben zó gelukkig, dat ik het niet verbergen kan; ik straal helemaal als ik zeg: "Ja, leuk!"

De man stelt zichzelf voor, hij heeft een leuke, vlotte naam;

ik zeg mijn naam en rap daarna komt de ober om de bestelling op te nemen.
We besluiten paella voor 2 te nemen met een karaf sangria.

Dit is pas de eerste dag van mijn vakantie en ook van die van mijn tafelgenoot, die een aangename gesprekspartner blijkt te zijn.

Na het eten slenteren we over de boulevard, ineens horen we vanaf een terrasje mooie dansmuziek, uit onze jeugd: amapola en bésame mucho.
Hij vraagt me ten dans, ik smelt in zijn armen, figuurlijk natuurlijk, we dansen tot diep in de nacht, daarna maken we nog een strandwandeling, terwijl de volle maan glimlachend op ons neerziet.

Dit belooft een gouden verlof te worden........

Dammie

teleurstelling

Hoe gaat men om met een grote teleurstelling…..

Je had iets gehoopt, verwacht, geloofd en je krijgt het niet, je wordt bedrogen.

Hoe ga je dan verder met je leven?

iI ga dan in een hoekje zitten, mijn hoofd omlaag,

rol me op als een foetus, kruip weg, wil niet meer leven, deze pijn is te groot, te erg.
Dit wil ik niet voelen, hier kan ik niet mee overweg.

Na verloop van tijd durf ik de pijn wel te voelen.

Dat moet wel, als ik verder wil met mijn leven.

Ik stel me open en laat de pijn toe.

Het doet immens zeer.

Ik kronkel van de pijn,

maar ik hou vol

en drink de beker tot het einde toe leeg.

Als alle pijn is weggevloeid, ga ik me baden,

daarna trek ik mijn wandelschoenen aan

en maak een wandeling door de natuur,

ik verbaas me over haar schoonheid

laaf me aan haar pracht.

Dan wordt het rustig in mij.

Het oude is voorbij, ligt achter mij,

het nieuwe ligt voor mij, in mij, om mij,

onder mij en boven mij.

Ik weet: je kunt altijd opnieuw beginnen,

ook na de allergrootste teleurstelling.

dammie

heimwee

Ik ben verhuisd; ik woon nu al tien maanden in een nieuwe omgeving.

Mijn lichaam en mijn verstand wonen hier, maar mijn ziel dwaalt nog steeds door de duinen, langs het strand, over de zee.

Mijn ziel is nog daar waar ik vandaan kwam.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is het altijd mooi weer, de zon schijnt aan een strakblauwe hemel, de lente is daar net ontsproten, of het is een prachtige zomerdag aan het strand, ofwel een mooie dag vol herfstpracht, ofwel zijn de takken van de kale bomen berijpt en ligt er een dik pak sneeuw.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is de hemel nooit betrokken, is er geen storm en regen.

Soms roep ik mijn ziel terug en wijs haar op de pracht van de omgeving waar ik nu woon, mijn ziel kijkt rond en beaamt dat het hier ook mooi is, maar dan vliedt zij weer weg van mij, naar de duinen, het strand en de zee van weleer.

Dammie

wees gelukkig, zei je

Het is vroeg in de morgen, ik lig naast je en kijk naar je.

Over een paar uur ga je weg, terug naar je eigen land, je werk hier zit erop.

Tien maanden lang logeerde je hier in dit dorp, in deze straat

Vanmiddag vlieg je weg, duizend kilometer ver weg.

Nu ben je nog hier.

Nog even doen we alles samen.

Straks, als jij wakker wordt, zullen we opstaan, maar nu lig ik naast je, nog even dicht bij je, onze laatste nacht samen is bijna voorbij.

Ik kijk naar je lieve gezicht, je donkere krullen, nog bijna nergens kalend, behalve op je kruintje.

Ik buig me naar je toe en streel heel zacht je lieve hoofd, voorzichtig, om je niet wakker te maken, nog even genieten van het samenzijn.

Ik herinner me onze eerste ontmoeting, niets bijzonders, je was gewoon de nieuwe kostganger, beetje stug, eenzelvig.

Soms vertelde je, 's avonds na het eten, iets over je werkdag, nooit veel,

en voornamelijk feiten, niets over je gevoelens bij die feiten.
Ik vroeg je wel, voorzichtig, of je het moeilijk vond, zo ver van huis, wennen in een nieuwe baan, een ander land, andere taal en dan somde je gegevens op, gebeurtenissen, geen gevoelens. Gevoelens kwamen pas later.
Na maanden begon je wat meer over jezelf te vertellen, hoe je je voelde, je eenzaamheid je verlangen.

We groeiden naar elkaar, hoe meer jij je opende des te meer ging ik van je houden.

Je bent zo mooi van binnen, zo teder en zo zacht.

Ik heb me zó aan je gehecht. Het ging vanzelf, je bent zo liefdevol, zo teder, zo zorgzaam, zo behoedzaam, zo oprecht.

Ik wil je niet laten gaan, ik wil zo heel graag, dat je blijft.

Ik hoor almaar in mijn hoofd het lied.............ne me quitte pas..........laat me niet alleen.....

ach lieverd, hoe moet dat nu straks.........als jij niet meer hier bent, maar ver weg van mij.......

Ik hou me groot, wil ons laatste samenzijn niet verknoeien met tranen, maar juist ervan genieten, om het later te koesteren als een mooie herinnering. Het moet een mooi afscheid worden, geen tranen, dat beloofde ik je.

Het is inmiddels tijd om op te staan.........ik maak je zachtjes wakker, kus je op je oor, je wang je neus, je voorhoofd. Je kijkt me teder aan. Ook voor jou is het afscheid moeilijk.

We staan op, gaan douchen, ik maak koffie, toast met confituur.

We voeren elkaar stukjes toast, en lachen, gelijk vanouds.

Dit wordt een gelukkig ontbijt, een gelukkige laatste ochtend, een perfecte herinnering.

Tranen zijn voor straks, niet voor nu, nú is er het laatste samenzijn, het laatste geluk.

Je doet je koffers dicht, pakt je papieren voor de reis. We gaan de trap af, het huis uit, de deur slaat voor de laatste maal achter ons dicht.

De weg naar het vliegveld is kort: de rij voor de incheckbalie is kort en ook het afscheid is kort. Je houdt me vast, kijkt me aan en zegt: Wees gelukkig!

Door mijn tranen heen zeg ik: Ja!

Ik heb je beloofd: geen moeilijk afscheid.

Ik hou me eraan.

Ik lach door mijn tranen heen en zeg: ik beloof je: ik ben gelukkig.

Gelukkig om tien maanden samen met jou.

Een mooie herinnering.

Nog even, dan ben je door de douane heen en kan ik je niet meer zien.

Dag lieveling, ik heb je lief , zo lief mijn lief, zo lief heb ik jou en jou alleen.

Ik blijf wachten bij het hek van Zestienhoven. Het mag niet van jou, je zei: ga direct terug, blijf niet wachten tot het vliegtuig opstijgt............maar ik kan niet terug naar huis, niet zonder jou,

nóg niet, ik hoop op een wonder.......misschien heeft het vliegtuig een dag vertraging, of misschien bedenk jij je en keer je terug, en dan wil ik er zijn, om je mee naar huis te nemen..............

Het wonder gebeurt niet.

Een uur later, zie ik je lopen naar het vliegtuig...........even is het net of je je om wilt draaien, om te kijken of ik er sta, maar je doet het niet...........dat is echt hoe jij bent.......stel: je kijkt om en ik sta er niet..........dus kijk je níet om.

Ik blijf wachten, wellicht, straks, in het vliegtuig, kijk je door het raampje en zie je me staan........misschien..............

Ik hoor de motoren van het vliegtuig starten.......zie het taxiën, zwaai, ook al weet ik niet of je het ziet..........en dan stijgt het vliegtuig op...........en wordt steeds kleiner en kleiner.

Je vliegt steeds verder weg........

Ik wil niet naar huis, wat moet ik thuis zonder jou?

Het is alsof ik geen thuis meer heb, nu jij weg bent.

Mijn thuis was in jouw hart. Mijn thuis is weg.

Wees gelukkig! zei je. Wees gelúkkig!, je zei dat zó vaak.

Je wilde altijd dat ik gelukkig was en ook nu wil je dat ik gelukkig ben.

Er is zoveel om dankbaar voor te zijn. Tien mooie maanden samen.

Het is voorbij en toch ook níet voorbij, want je leeft voort in mijn hart, gelijk ik in het jouwe.

Dammie

mijn onmogelijke liefde

mijn onmogelijke liefde.........
ik hou zielsveel van jou,

ik zou je teder in mijn armen willen nemen,

je lieve gezicht tussen mijn handen houden

je haren strelen,
je voorhoofd kussen en je lieve ogen

ik weet dat het onmogelijk is,
maar,

ik zou je zo heel graag vasthouden,

je zomaar in mijn armen nemen,

en teder tegen me aandrukken,

je haren strelen en je lief gezicht,

vlinderkusjes geven op je lieve ogen,

je neus, je mond,

zomaar even heel dicht bij je zijn....

dammie

afscheid van de bouw

ik word wakker, veel te vroeg, en heel verdrietig en ik weet ……dit is de dag van het afscheid van de bouw en van jou.

Het huis waaraan jij twee jaar bouwde is af.

Een jaar geleden leerde ik je, bij toeval, kennen, omdat ik langs het huis kwam, dat je aan het bouwen was.

We raakten aan de praat, ik vond je leuk en zo gebeurde het dat ik een jaar lang bijna iedere dag naar je toe kwam, voor een babbeltje en al rap bracht ik eten en drinken mee, voor de gezelligheid.

Soms hielp ik je met stenen aangeven, maar meestal zat ik gewoon naar je te kijken.

Ik zag je graag, toen al en dat gevoel is alleen maar gegroeid.

Je bouwde het huis niet voor jezelf, maar in opdracht en morgen komen de eigenaars het huis in bezit nemen.

Vandaag leg je er de laatste hand aan, vandaag is de laatste dag dat ik bij je kan zijn, morgen vertrek je naar een ander deel van het land, om daar aan een nieuwe opdracht te beginnen.

Ik trek mijn mooiste kleedje aan, maak je lievelingseten en kom naar je toe.

Ik zie, dat je blij bent, dat ik gekomen ben.

Je neemt me in je armen en omhelst me teder, ik voel het kloppen van je hart, het klopt zo lief voor mij...............

Na een paar minuten maak je je voorzichtig los van mij, neemt me bij de hand en samen lopen we nog eenmaal het huis door, eerst beneden: keuken, hal, living......... dan de trap op, de slaapkamers, het weidse uitzicht.

Ik herinner me dat de stelling hier stond en hoe we hier zaten en aten en uitkeken over de weidevelden.

Het is een prachtig huis geworden, je mag fier zijn op je werk en toch denk ik........was het nog maar vorig jaar, was het  huis nog maar níet klaar, dan hoefde je nog niet weg.

We hebben al de tijd geweten, dat onze liefde zou eindigen, als het huis af was, je hebt immers elders andere verplichtingen...........

Ik pak de mand met eten uit en voor de laatste keer eten we samen, drinken we samen,

na het eten neem ik je, als altijd, in mijn armen,

kus je teder op je voorhoofd, je lieve ogen, je neus, je mond,

nog eenmaal liggen we in elkaars armen

en dan is het sprookje voorbij,

Ik moet gaan,

jij moet gaan

Vaarwel mijn lief, vaarwel

je woont voor altijd in mijn hart

dammie

ik mis je

ik mis je,
ik mis het dat ik niet meer van je hou......
ik mis het samen vliegen,
en in de wolken wiegen,
de hoge toppen, de diepe dalen,
waaruit je me kwam halen,
zodat ik dan weer pijlsnel stijgen zou,
om hoog in de lucht te zijn bij jou,
ik mis het fladderen van de vlinders,
het gelukkig zijn, als waren we nog kinders,
ik mis het, dat ik niet meer van je hou.......

Dammie

somberheid

Hoe ga je om met een somberheid?
Je gaat er Niet mee om.
Het gaat met jou om.
Het is alom tegenwoordig.
Je kunt je er niet voor verstoppen.
Je kunt er niet even pauze van nemen.
Het IS er en het blijft bij je zolang het wil.
Je kunt er niets tegen doen.
Het is groter dan je zelf bent.
Het omhult je helemaal en je moet wachten, tot het weggaat.
Er is geen enkele manier waarop je somberheid kunt ontlopen.
Je moet wachten tot het je verlaat
en dat gebeurt, altijd!
Zo maar ineens breekt de zon door de wolken en somberheid verdwijnt.
Dat is telkens weer wonder.
Het is het wonder waarop ik nu wacht.
dammie

Meer van dammieroosa

↑ Terug naar de berichten