Kleine weerschijnvlinder versus Grote weerschijnvlinder
De kleine weerschijnvlinder (Apetura ilia) komt zelden voor in Wallonië. De waardplanten van de rups zijn o.a. ratelpopulier, witte abeel en schietwilg. En dat zijn exact boomsoorten die in het vlieggebied, langsheen een zijrivier van de Salm, voorkomen. Merkwaardig dat de vlinder steunt op twee paar poten, de voorste ledematen zijn in groei achter gebleven. Als de mannetjes met geopende vleugels licht vangen kunnen de vleugels blauw verkleuren (= irisatie). Dit effect is niet aanwezig bij de vrouwtjes, waarbij bruin de hoofdkleur is. Ze drinken sap van rottende planten, onrijpe vruchten en worden zelfs aangetrokken door mensenzweet. Of wasemt Wout de geur van stinkende kaas uit, want ook daardoor worden ze aangetrokken. Vandaar dat ze zo maar naar je toe kunnen vliegen. Vleugelspanwijdte 55 tot 60mm. Kwam eind 2012 afgebeeld voor op Belgische postzegels. Maakt opmars in Vlaanderen.
De grote weerschijnvlinder (Apetura iris) is met zijn spanwijdte van 84mm een indrukwekkende grote vlinder met lange, puntige voorvleugels. Bij geopende vleugels zijn de kleuren van de kleine- en grote weerschijnvlinder sterk overeenkomend. De kleine weerschijnvlinder heeft 2 extra oogvlekken (dus in totaal 4) op de bovenzijde van de voorvleugels. De grote weerschijnvlinder heeft slechts 2 oogvlekken. Ook bij samengevouwen vleugels is er kleurverschil. Mannetjes van de grote weerschijnvlinder zoeken in het begin van de dag dierlijke ontlasting op voor de mineralen. Later kan dan een date volgen met de vrouwtjes in grote eiken. In geuren en kleuren wordt hier de toekomst verzekerd. Bij waarnemingen.be worden de waarnemingen ‘vervaagd’, dus geen exacte coördinaten ter bescherming van de soort.
Roger DAMEN.
Kleine weerschijnvlinder (Alle foto's: Roger DAMEN)



Grote weerschijnvlinder (Foto's: Ward DILLEN)


Grote weerschijnvlinder (Foto: Roger DAMEN)
