happy valentijn

happy valentijn
depri

Eenzame depressiviteit
depri, wat is depri?
dat is denken dat het buiten koud is en dan
de warmde binnen niet aan kunnen zien als gezellig
depri is denken dat een strogalm zwaar is
terwijl het toch maar de gedachte is die zwaar om dragen zal zijn
depri is denken dat het leven hoogstand verwacht van jou
terwijl dat het jij bent die hoogstand eist van het leven
depri is geen aandoening
het is een zwak moment in het leven
waar jij de realiteit niet meer onder ogen kunt komen
want je schaamt je van uzelf
dat is depri
wie elke dg met een glimlach ontwaken zal
zal het woord depri gebruiken om zijn .............. mee af de vegen
depri dat is een woord geen werkelijkheid
geen tastbaar iets
het werd uitgevonden om even op adem de kunnen komen
om aandacht de trekken
(verkeerde aandacht)
Iemand die depri is zegt dan ook vaak ik ben eenzaam
Maar net zomin bestaat eenzaamheid
Want eenzaamheid dat is er niet
Dat creëer je zelf
Een mens is namelijk nooit alleen
Laat ons dus ophouden met onszelf aan te praten dat men depri of eenzaam zijn
En gewoon leren aanvaarden datgene wat er op je afkomt
Om er dan een les uit trekken
En je zult zien dat een mens zoveel zaken over het hooft zien wat geluk creëren kan
Een poesje word geboren en word na zes weken al bij zijn moeder
weggehaald, denk jij dat dit poesje zich eenzaam zal gaan voelen
Nee
Het zal spelen genieten
Het zal zich vrij voelen
Want een complete nieuwe wereld opent er zich voor hem
Wees dat poesje
Leer de zien wat er is, en leer er mee om de gaan
En is het dan even wat minder weet dan dat na elke regenbui
Alweer een zon zal schijnen
ramen van tranen

Ramen van tranen
Nu de avond langzaam terug binnenkomt in het huisje
waar een eenzame, een alleen staande onophoudelijk zat de wachten op die ene
Valentijn groet
voor diegene wil ik nu even halt houden
Voor diegene die alleen maar de nutteloosheid inziet van Valentijn
voor wie Valentijn slechts een naam een woord is
voor diegene wil ik even al mijn geliefden al mijn vrienden
even opzij schuiven
Want ook die eenzame, die alleen staande
heeft het recht op een Valentijn groet
op een teken van leven
Nu de avond stil naderbij sluipt
en die vele miljoenen tranen verbergen zal
daarom wil ik even een lichtje zijn
wil ik even een bron van warmde wezen
wil ik even mijn eigen geluk in kleine stukjes verdelen
om zo dan vele anderen elk een stukje geluk aan de bieden
Want ik heb niets tekort
Kom geen geluk de kort
kom geen glimlach tekort
kom geen groet tekort
Mocht ieder mens een stukje van zijn eigen geluk
zomaar zonder iets in ruil terug de wensen
delen met een ander
en dat niet alleen vandaag of morgen maar elke dag van zijn bestaan
dan zouden er geen eenzame Valentijn dagen meer bestaan
Nu het avond word bezie ik mijn eigen leven
en merk op dat ik niets tekort kwam
Ik kreeg een zoen een knuffel
Kreeg een glimlach een klein woordje van liefde
Ik kreeg een presentje een geschenkje
Ik kreeg zelfs datgene waar ik reeds zolang op wachtte
Maar ik kreeg niets wat ik anders ook krijgen kan
Ik kreeg niet een bewijs van minder verdriet of eenzaamheid
voor diegenen die nu daar staan uit de kijken
van achter hun vensterraam
Daarom schenk ik vanaf nu elke dag een seconde
van mijn geluk aan de mens daar aan de andere zijde van het raam
En mochten wij dit nu met z’n allen eens gaan doen
dan zouden er geen ramen meer bestaan met tranen.
elk stukje van dit bestaan.................

Elk stukje van dit bestaan…………….
Opeens zal ik weg zijn
weg van die plaats
weg van die stoel
Opeens zal ik er niet meer staan
aan dat blad zijn boom
in de schaduw van de nacht
Want ik zal ergens zijn
waar slechts een stilte heersen zal
Maar dat meesje
die krekel
zullen er nog zijn
Dat meisje
die jongen
zullen nog van elkander gaan houden
Het groen zal nog verbruinen
Het water word nog ijs
En achter de regen schuilt er dan nog steeds een
zonnebui
En toch zal ik er niet meer zijn
waarmee jij praten kunt
waarmee jij slapen zal
Toch zal ik niet meer zeggen
hoe mooi ik je vind in dat strakblauwe rokje
Wat achterblijft zullen sporen zijn
van mijn belopen weg
Enkele verhalen
een gedicht
en wie weet een foto
van ons tweeën samen
Opeens zal ik weg zijn
weg van die aardkorst
weg van dat brandend verlangen
Opeens zullen mijn lippen
ophouden met kussen
mijn handen met strelen
Maar weet dat ik toch nog aanwezig zal zijn
in dat stukje behang
op dat kleed op de vloer
Weet dat ik nog steeds zal drijven
in dat kopje
in die tas
Want aan elk stukje van mijn bestaan
haf ik een teken van mijn ooit
aanwezigheid mee.
mens van vlees en bloed

Mens van vlees en bloed
Je bent niet eerlijker dan de wind
trouwer dan de regen
Gij volgt niet als een rivier
zijn stroom
en zwaait niet als die kruin
Gij zijd niet zoals de weg
navolgbaar en vertrouwenswaardig
en gij zijd zeker niet de lucht wat ik inadem
niet het water waarmee ik mee reinig
het brood wat ik eet
Gij zijd een mens
door twee doodgewone mensen in vorm gesneden
door een doodgewoon liefdesspel
werd jij geschapen en gevormd
Gij zijd gewoon een mens zoals zo velen
Maar ik zal van je houden
je beschermen
je behoeden voor het kwade
Ik zal jou verwarmen
laten slapen in mijn schoot
Want eveneens ben ik een mens
van vlees en bloed
Je bent geen bloem, geen boom
Je bent geen druppel, geen korreltje zout
Je bent evenmin een reiger
een arend of een pauw
Wat jij bent
is een breekbaar twijgje
aan een machtig boom
Gij kunt bergen beklimmen
rivieren overbruggen
Gij kunt vliegen tot boven de blauwe regenboog
en duiken tot aan de zeebodem
Maar een ster plukken
nee dat kun je niet
Maar ik zal van je houden
je koesteren, je behagen
Zal jou met warmde omarmen
met liefde betasten
Want net als jij ben ik en mens
van vlees en bloed
de waarheid

De waarheid
Ik ben de sleutel tot de liefde
het licht naar verlossing
Ik ben de bloem wat nimmer verwelken zal
het vuur wat niet doven kan
Ik herstel wat anderen breken
vergeef wie anderen vergeten
Ik vergeet mijn aards bestaan
om tot u de komen
De waarheid is schoonheid
Schoonheid is waarheid
Ik bemin wie anderen haten
ik haat wie zichzelf eren zal
Verafgood het zondige
aanbid de waarheid
zonder achter de waarheid aan de rennen
Want slechts een is de waarheid
slechts een bezit het schone
Niet een zal ooit kunnen opstijgen
boven de waarheid van het woord
Daarom blijf ik voor nu en altijd
de onwetende, de stervende
De waarheid heeft vele kanten
maar slechts een bezit er een kracht
Het heilige woord
Het sacrament
De eeuwigheid
Waar men drachten de vinden wat zich in de
waarheid herbergt
daar vinden wij datgene wat geen levende ooit
zal kunnen dragen
Want geen mens is in staat
de handelen naar de waarheid
Niet een levende, niet een sterfelijke
kan zoals de waarheid ons gebied
in totale zondeloosheid leven
Ik ben het wezen wat men mens noemen
maar ben ik dat wel
Wie kan er mij met honderd% zekerheid zeggen
jij bent een mens
Ja ik huil, ik lach
Ik schuil, ik slaap
Ik eet, ik drink
Ik haat, ik bemin,
Maar ben ik daarom dan een mens?
land van papier

Land van papier
na het falen van de nacht
sloom de ochtend binnentreden
om dan even de kunnen vergeten
wat de nacht steeds binnenbracht
na het sluiten van het uur wat stil had blijven
kijken naar de woorden een na een
wat zich een weg baande overheen het landschap
van papier zo zie ik mezelf
zoeken achter die ene weg wat mij een
volwaardige zin zou laten terugvinden
in non-compleetheid aanbeland
met betraande ledematen
zo beloop ik het land van honderd wegen
van papier
om straks wederom te ontwaken
midden in die ene illusie
wat nooit een werkelijkheid zou kunnen zijn
letterland daar is alles mogelijk
letterland waar elke droom een werkelijkheid
worden zal
in letterland is het waar ik verdwaalde
om de angst steeds een stapje voor de blijven
in het falende uur laat ik mij glijden naar de
met inktpatroon getekende zijwegen
en een coma als richtingaanwijzer
want de realiteit is steeds het tegenovergestelde
van wat het is wezen had moeten zijn
Levenswerk
daar op die stoel had jij gezeten
aan die tafel nam jij plaats
om dan even uw gewrichten
los te maken daar in dat portaal
gezeten had jij onder die notelaar
aan dat kappelende water
gevreeën had jij naast de pastoor
zijn nederige woonst
geschopt heb jij tegen die steen
geduwd degen de stam van die es
gezaaid dat zaad van menig bloem daar in die
bloeiende bloementuin
daar op die bank had jij zitten genieten van de rust
dat zwanenpaar daar haf jij kruimels oud brood aan
in het vijvertje had jij uw eigen gezicht bekeken
om dan de ontdekken dat er sleet kwam op de zitten
daar in dat gras had jij geslenterd
in die schaduw zocht jij afkoeling
in die regenbui liep jij met frutselende vingers
die steeds maar weer die ene naam
schreven in de dauw van jouw adem
je sliep in dat bed
droeg dat nachtgewaad
las het boek wat nu door mij gelezen word
luisterde naar het getjilp van de nachtzwaluw
maar nu is het allemaal zo leeg zo kil
nu jij afstand nam van jouw eigen verhaal
nu lijkt elk gebeuren op een of ander ansichtkaart
wat maar niet uitverkocht lijkt te raken
want steeds als ik mijn ogen sluit
zie ik hoe jij daar zit de schrijven aan het boek zonder
begin, of einde
want nog voor het laatste woord zijn weg vond
naar omlaag
kwam het laatste hoofdstuk van uw bestaan
neer de liggen daar op de balustrade wat het leven
en de dood elkander een hand toe rijken
de pessimist en de optimist

De pessimist en de optimist
De pessimist zal zeggen
Mijn glas is alweer half leeg
De optimist daarentegen zal zeggen
Mijn glas is nog half vol
*************************************************************************
laat het gezegd zijn
men kunnen den wereld niet
draaiend houden
zei de pessimist
maar niemand wil nog zijn handen
uit de mouwen steken
zei de optimist
*******************************************
men creëren een berg
waar er een kuil was
een kuil waar er een berg stond
en het parallelle lopende is verleden tijd
*******************************************
wees zuinig met uitzaaien
wees zuinig met besproeien
maar wees hul in uitschenken
********************************************
laat het lichte samen met het zware
en men creëren een gelijk opgaande
lijn van gewicht
want geen onderscheid zal er nog
heersen in die overdaad
en onderdaad
************************************************
een lichtgewicht is vaak sneller
dan het zwaargewicht
wijsheid is niet steeds het aantal
wijsheid wat men verharen in
de jaren die zijn gepasseerd
maar wel datgene wat men elke dag
beleven en meemaken
wijsheid is sneller uitgeblust
dan voorzichtigheid
wanneer men enkel maar handelen naar de wijze lessen
van de meester en onze eigen gedachten
onze eigen opinies steeds opzijschuiven
************************************************
pachamama

Pachamama (moeder aarde)
Leer om te gaan met het natuurelement, leer het de begrijpen, de fatten. Leer om je een de voelen met de natuurlijke wetten, met de oerknal, het fenomeen rondom u. Begrijp het, omvat het, en een totaliteit zal zich openbaren. Wees als een kind voor moeder aarde, maar zorg als een kind voor moeder aarde zoals een kind haar pop beschermt, zoals een kind zijn knuffelbeer beschermt. Tast zo niet langer in de onwetendheid, maar begrijp elk gebeuren rondom jou. Door het aardse los te laten kun je meer grip krijgen op datgene wat moeder aarde jou geven zal, wat moeder aarde zal inschenken in een rivier van leven. Door u een totaliteitsbeeld voor ogen de halen zul jij een complete nieuwe belevenis beleven waarvan jij nog veel zal kunnen leren. Creëer lijfelijke tastbaarheid, creëer nieuw begrip nieuw vermogen om dat wat aarde word genoemd beter in u te laten doordringen. Wij zijn namelijk allemaal een stukje aarde, en dat omdat de aarde eigenlijk een stuk Goddelijkheid bezit, en wij allen een deel van dat Christelijk lichaam in ons meedragen. Als kind word jij belicht en verlicht geboren, ben jij een Goddelijk wezen, maar het is vanuit de buitenwereld waar het Gods ontlastende ervoor zorgen zal dat dit kind snel in het duister lopen zal. Men kunnen kinderen bewust laten worden van het Goddelijke wezen wat in hun lichaam zit door hen te laten tasten, te laten aanraken, de strelen, vat de pakken, vast de grijpen, en vooral datgene dan vast de houden. Schenk een kind iets waar leven in zit, een blad van een boom, een veder van een vogel, een twijgje van een kruin, een ochtenddauw druppel, en nog zoveel meer bijzonderheden zijn er aanwezig op de aarde waardoor een kind zich kan voor honderd% gewaar laten worden van het goddelijke wezen wat het in zich bezit. Maar men behoren een kind in een positieve manier de stimuleren om dat pad waar zij werden op neergezet niet zomaar af de dwalen. Men moeten als volwassen mens een voorbeeld zijn, wij moeten met het kapmes doorhang maken in dit oerwoud van leugens en bedriegerijen, van wrok en haat. Men moeten hun een spoor aanbieden waarop zij zich kunnen baseren, en waardoor zij niet zouden verdwalen in die metropool van schijn en bedrog. Een kind word ongeletterd geboren, woordeloos zijn ze, maar spraakloos nog zoveel meer mochten zij hun ware goddelijkheid kunnen blijvend aanschouwen. In hun verdere ontwikkeling van het kind zijn naar volwassen zijn ligt er een weg langs waar vele verleidingen hen staan op de wachten, waar velen zullen staan lonken, er vele geschenken in hun handen zullen gestoken worden, maar het zijn stuk voor stuk onbenulligheden, waardeloosheden, vergankelijkheden, niets van al datgene wat er hen word aangeboden is blijvend, want elk aards materie wat de mens zelf creëert is niet in staat om eeuwig mee te laten gaan.
de kalligrafie van het levende

'de kalligrafie van het levende'
verberg mijn gelaat onder een steen
laat mijn mond zwijgen
stop mij onder zwart der aarde
ontdoe mij van mijn hartslag
het leven begint dan pas
vertaalt
en tot zijn tekenen behoort, dat hij jullie uit stof heeft geschapen.
en ziet! jullie zijn mensen die zich verspreiden.
verzonken in gedachten
dwaalt mijn ziel doorheen het onmeetbare
om dan bij het begin van een nieuw
eindtijdperk aan de belanden
lasso's van rivieren
kronkelen doorheen het deinende landschap
elke waterdruppel vind er zijn eigen weg
los van herinneringen
los van materies
los van het aardse
los van dit lichaam
zo zal ik los zijn van het
vergankelijke
los van het schilderij wat als
titel aarde mee kreeg
ik verlucht mijn leven
met een lach een traan
ik omlijst het met
blijheid en verdriet
om dan in het midden met een kunstige
hand elk verhaal neer de schrijven
mijn leven bezit de kalligrafie om woorden de creëren
vertaalt
allaah alleen is de almachtige, de schepper de soeverein en
de onderhouder van alles in het gehele heelal
verlicht

Op een dag zal je wel begrijpen
Waarom er verdriet bestaat
Waarom er soms meer tranen
dan een lach aan je raam komen staan
Ooit zul jij wel begrijpen
Waarom jij niet altijd
Blij kunt zijn
Waarom jij vaker wel dan niet
Zult lopen treuren
Er komt een dag waarop jij zult zeggen
Heb uit elk gebeuren een les gehaald
**********************************
Morgen mag jij zorgen vergeten
Mag jij opnieuw ervaren wat het betekent
Om gelukkig de zijn
Morgen mag jij opnieuw
Lachend doorheen de straten
Rennen
Mag jij opnieuw iedere zoemende bij achtervolgen
Net zoals in het verleden
Maar vandaag is het tijd om even stil te staan
Om even uit de kijken overheen
Het land van miljoenen tranen
Vandaag behoort een dag de zijn waar jij
Zult inzien dat jij uw lach van morgen
Moet kunnen delen met miljoenen anderen
Want alleen dan kunnen uw vreugde uitspattingen
Van morgen een totaliteit uitstralen
****************************************
Er is een deur wat open zal gaan
Een deur van gouddraad
Van zilvergrijs
Ergens zal er een poort wagenwijd
Worden geopend om jou
Dan naar binnen te loodsen
Gij moet zien
Horen
Gij moet voelen
Gewaarworden
Gij moet dan begrijpen dat je dit
Hier allemaal
Moet achterlaten
Want achter die deur
Achter die poort van gouddraad
En zilvergrijs wacht er u
Een glorieuze openbaring
Een totaal aanzicht van God de Vader
Van Maria en Josef
Maar vooral
Een land van totale afwezigheid
Van rijkdommen en sieraden
*******************************************
Er is geen einde omdat er geen begin is
Er is geen begin omdat er geen einde is
Er is enkel en alleen steeds dat eigenste moment
Wat zich steeds wat meer uitrekt
********************************************
Ooit zul jij ervaren wat het is om
De zijn wie je bent
Wat je bent
Ooit zul jij voelen wat het is om mens de zijn
In een complete ledigheid
Ooit zul jij weten hoe het aanvoelt
Om ledig de zijn
Om nooit meer pijn de moeten meedragen
Om nooit nog alleen de zijn
Om steeds omringt de zijn
Met een zee van leven
****************************************
om wat nog komen zal

Om wat nog komen zou
Om wat nooit gezegd kan worden
laat ons samen komen
Om wat nooit genomen zal worden
laat ons samen knielen
Om wat nooit betast kan worden
laat ons samen bidden
Om al het leed wat voorbij marcheert
als een uitgelaten stoet
van dronken matrozen
laat ons daarom in stilte samen
dat ene woord herhalen
wat ons werd aangeleerd
Om wat nooit bekent zal worden
Om wat nooit gecreëerd zal worden
Om wat nooit vergeten mag worden
laat ons daarom nu even onze handen vouwen
en vragen aan de Heer
Heer mogen wij nog een laatste
bloem beminnen
Mogen wij nog een roos een tulp
bemesten
Mogen wij elkeen wie ons nabij is
nog een hand toereiken
met de wetenschap dat het met uw toevertrouwende
medewerking zal zijn
Heer mogen wij nog een lach aanschouwen
mogen wij nog een traan zien overgaan in blijdschap
Heer mogen wij nog een groet ontvangen
een wees welkom in ons midden
Heer mogen wij nog wel gelukkig wezen
nu ik besef heb van mijn zondige daden.
levenslessen

‘k voel de aanwezigheid van God
Door een zuchtje wind wat langs mij heen strijkt, door een regendruppel wat op mijn wang zich een weg baant naar beneden, door het kriebelen van een grassprietje aan mijn neus. ‘k voel de aanwezigheid van God, door een aanraking van een bloem, door het voelen van warmde en koude, door gewoon een hand wat op mijn schouder word neergelegd. ‘k voel de aanwezigheid van God doorheen het spiegelglas, in het deinende water van die rivier, bij het neer dwarrelen van een bruin geworden blad. ‘k voel zijn aanwezigheid elke seconde van de dag, wanneer ik buiten loop in de snijdende koude van een gure herfstwind, wanneer ik languit liggen mag in het deinende akkerland van mijn peetovergroot vader, wat hij ooit jaren terug met veel liefde had aangelegd, wanneer ik zomaar even mezelf aanraak met mijn vingertoppen. Ik voel dat hij bestaat, bij het krieken van de dag, bij het striemen van een snijdend halmblad, bij het aanraken van een boomschors. ‘k voel de aanwezigheid van God, wanneer ik mijn eigen bekijk in het faal geworden spiegelbeeld, wanneer ik een vreemde een hand heef zomaar om even dank u wel de zeggen, wanneer ik een vleugelloos vogeltje tracht de verzorgen zodat het wederom vliegen kan. ‘k voel de aanwezigheid van God in het betasten van een kromgetrokken aanbeeld van een of andere oude krijger, bij het aanraken van een vlinder zijn schaduw, bij het betasten van iets in het duister. Ik voel dat God alom aanwezig is, want elk deeltje van dit bestaan straalt Goddelijke krachten uit. En zit ik dan ‘s avond voor het tv scherm en ik moet al die afschuwelijke beelden een na een naar binnen zien komen in dit zo vredige huis dan voel ik mij opeens zo klein en nietig, want al is mijn wil nog zo groot, ik kan geen leed afwerpen van die honderdduizend onschuldige slachtoffers hun schouders. Maar ik weet dat God aanwezig is, dat hij die taak op zijn schouders nemen zal, ‘k vraag me alleen soms af, God wanneer neem jij weg van aarde al die onnodige leedverdragen? Wanneer laat jij het gedonder ophouden met kinderen ouderloos maken? Maar dan besef ik opeens, het is niet aan Hem om dit kwaad van de aarde uit de roeien, want Hij haf ons ooit een eigen wil, dus zijn wij het die moeten inzien en aanvoelen wat God nu in werkelijkheid bedoelde met, “daal niet af naar Egypte. Verblijf in het land dat ik u aanwijs. Vertoef als vreemdeling in dit land, en ik zal met u blijven en u zegenen, want aan u en aan uw zaad zal ik al deze landen geven, en ik wil de beëdigde verklaring die ik aan uw vader Abraham heb gezworen” en ik voel de aanwezigheid van God als een verkwikkende levensbron diep in mij. Mijn hart dat slaat, mijn lichaam wat tintelt, mijn haren die rechtop gaan staan. Ja, God is aanwezig, zelfs dichterbij dan enig mens ooit beseffen zal, want Hij zit in elk van ons. En buiten snijd de wind nog een stukje van de tijd, het snijd zo hard dat niet een restje overblijven zal. Buiten hoor ik een late passant langslopen bij de buren, hoor ik een lach, een vriendelijk woord, een afscheidsgroet, en dan besef ik hoe nabij Hij in wezen is. ‘k neem nog een laatste slok een laatste hap en duik onder het deken waar mijn geliefde vredig ligt de slapen. Heb de dag alweer gehad.
***********************************************************************
Klein lief wezentje
O gij klein lief schepsel wat gebogen loopt door striemende regen, wat trotseren zal het snijden van de winden, jou wil ik bij mij nemen om de verzorgen en je wonden af de likken. O gij nietig klein schepsel met die vleugels van papier, waarheen zul jij dan vliegen wanneer ik mijn deur achter mij sluit? Hoever van mij ben jij verwijderd, als de nacht zijn kleed uitspreid op aarde, en er enkel nog straatverlichting zal overblijven zodat wij niet in het donker moeten tasten? Waarheen ga jij wanneer ik mijn ogen sluit voor het duister van de nacht, want al schijnen nog zoveel lichten langs te straten, duister blijft het rondom ons. Toe gij kleine schepsel met uw veelkleurige gewaad waarheen vlieg jij wanneer de dag den einde zal zijn? Slaap jij ook, zoals wij, rust jij ook uit van een dag hardlabeur? Of vlieg jij het licht achterna om zo niet de moeten verdwalen in het donker zijn gewaad? Zeg mij lieve kleine waterjuffer, waar kan ik jou vinden mocht ik vannacht niet slapen gaan?
******************************************************
we weten dat we bij de dood alles moeten
achterlaten, hoe meer we ons aan alles hechten,
des te pijnlijker zal dit achterlaten zijn.
Wees vrij als de tijd
Wij moeten leren loslaten wat wij bezitten, geen gehechtheid voelen aanwakkeren wanneer wij iets krijgen, niet die drang voelen opkomen naar meer wanneer het blijkt om een of ander onbenulligheid te gaan. Maar aanvaard het met een hoedanigheid van liefde dat jij even alles rondom u vergeet. En wie weet, wanneer jij dan alles loslaten zal wacht er jou nog een veel mooier geschenk. Wij weten dat wij ooit moeten sterven, en wij weten dat wij niets van onze vergaarde rijkdommen zullen kunnen meenemen naar te plaats waar wij dan heen zullen gaan. Waarom jou dan zodanig aan iets hechten dat jij er geen afstand meer van nemen kan. Hecht u aan de liefde in uw hart, hecht u aan het leven wat jij hebt gekregen, niet om uw eigen leven de leren waarderen maar om de waarderen hoe een ander leeft. Hecht u aan een vergankelijkheid, aan de tijd wat nooit stil zal blijven staan, aan elke seconde apart wat jij geschonken word, want het mooiste geschenk wat jij als mens ooit werd aangeboden was het eerste levenlicht de zien stralen in uw ogen. Het eerste vlindertje wat neer kwam de zitten op uw voetjes, de eerste sneeuw wat jij als kind mocht bewonderen, misschien zelfs die eerste vogel wat zich kwam nestelen voor uw kinderkamers vensterraam. Dit en nog miljoenen andere voorbelden zij er om u te laten inzien dat niet het tastbare alleen als een geschenk moet aankeken worden. Wie dit kan zal beseffen dat het leven een schatkamer van pronkstukken bezit. Wij behoren ooit afstand de doen van dit leven, en wij weten dus dat wij niets kunnen meenemen van die tastbare rijkdommen op aarde en wie dit beseft zal met een veel grotere vreugdegevoel kunnen afstand nemen van dit leven op aarde, want hij zal reeds op voorhand beseffen, van al de rijkdommen wat ik ooit mocht aanschouwen zit de grootste en meest waardevolste rijkdom diep in mijn eigen hart en dat draag ik mee waarheen ik ook zal mogen gaan. Dus leef als een tijd, bezit een seconde om dan die ene seconde alweer los te laten, want na die ene seconde ligt er alweer een nieuwe seconde op u de wachten. Doe dit uw complete leven en u zult vrij zijn wanneer u afstand nemen zal van dit aardse lichaam, jij zult u niet gehecht voelen aan iets wat jij niet meenemen kunt, jij zult u niet als een gevangene gaan voelen van dit lichaam wat jij nu achterlaten moest, maar jij zult vrij zijn, vrij als de wind, vrij als de tijd want komt en gaat en nooit maar dan ook nooit omziet naar iets wat het achterlaten moet.
*******************************************
Ik wil vrij zijn
Vrij als een blad
Vrij als het water
Vrij als een dauwdruppel
Vrij als de tijd wat alles meeneemt om dan ook los te laten
Zo vrij wil ik wezen
Zo vrij wil ik zijn
Want ooit komt er een dag waar ik dit hier allemaal achterlaten zal
En dan wil ik niet gebonden zijn aan dit aardse lichaam
Wil ik niet als een vluchteling zijn op zoek naar zijn aardse bezittingen
Wil ik niet mezelf zien treuren om iets wat toch niet echt bestaat
Dus ik wil vrij zijn
Vrij in elk moment
Vrij op elk pad wat ik beloop
Vrij van mijn eerste tot mijn laatste dag op aard
Want alleen zo zal ik vrij zijn nadat ik verlost zal zijn van dit
Wat toch slecht een illusie blijkt de zijn
****************************************
Ik wil nog even kind zijn
Ik wil als een kind dwalen door het bos, door het landschap wat deinend zich een weg baant overheen het uitgestrekte van weilanden en akkers. Ik wil geïnspireerd worden door een simpele waterplas, door een doodgewone krekel, een alledaags tafereel. Ik verlang om te laten groeien wat een ander als onkruid aanziet, om te laten stromen dat blauwe water doorheen de dakgoot van mijn eigen droomkasteel. Ik wil terug kunnen lachen als een peuter van vier spelen als een kleuter van zes en stoeien als een tiener van vijftien. Verlang nogmaals die interesses te voelen opkomen als lang geleden, nogmaals geïnterresseerd zijn in iets kleins iets onnozels. Ik verlang nogmaals geboeid de kunnen zijn door het eerste meiklokje wat omhoog schiet, door een eerste meikevertje wat neerkomt gestreken in mijn heg in mijn achtertuin. Nog even wil ik gewoon niets hoeven maar alles krijgen. Ik wil nogmaals op ontdekkingstocht gaan in onze tuin waar die reuzengrote eik trots voor zich uit stond te staren, o god was me dat een belevenis, die eerste hazelnoten zien vallen, die eerste herfst zien de zomerse kleuren inkleuren. Was me dat een wonder die eerste ijskegel wat aan die eik zijn takken hing de bengelen, die eerste kikker wat vrolijk kwaakte. ‘k zou dit toch zograag nog allemaal eens mogen meemaken. Die eerste schram, dat eerste builtje op mijn achterhooft, die eerste pijn na het vallen van mijn veel te kleine fietsje. Zou het willen omdat ik groot zijn niet steeds als een ervaring meer kan aankijken. Groot zijn is een vaste routine volgen, is een gestaag in de zelfde richting lopen “en dat zonder even halt de houden bij iets wonderbaarlijks” groot zijn is steeds maar kijken naar het kind wat iets van kattenkwaad uithaalt, en snel schreeuwen, nee doe dat niet, men zouden beter even terug kijken naar ons eigen kind wat in ons verloren is gelopen, en daardoor niet meer zo gemakkelijk de weg naar buiten weet terug te vinden. Ik wil nogmaals die basisinteresses gewaarworden waarmee elk kind geboren word, geïnspireerd zijn in dagdagelijkse gebeurtenissen alsof het allemaal een wonder is wat geschiet. Kinderen zijn geneigd om de leren, om voorwaard de lopen in dit leven, om wijsheden de verharen. Kinderen verlangen van de oudere mens dat zij een pasklaar antwoord weten op elke gebeurtenis wat er zich afspeelt rond zijn mega grote leefwereld. Waren wij dit na het kind zijn nog steeds dan zoude wij inzien hoe onwijs wij in wezen zijn. Dan zouden wij inzicht krijgen in het werkelijke leven rondom ons . maar wij denken dat bij achttien de schoolpoorten zich voorgoed sluiten en wij niet meer behoeven meer wijsheden de verharen. Ik wil nog even dat kind zijn wat nu begraven ligt ergens onderaan dit opgetrokken standbeeld waar ik ooit zat de spelen met mijn autootjes, en mijn memoblokjes, waar ik ooit een tunnel groef waardoor ik “zo dacht ik” aan de andere kant van die globe uit de komen. Ik wil nog even verwonderd staan kijken bij het eerste meiklokje wat omhoogschiet, bij het eerst sneeuwvlokje wat naar omlaag dwarrelt. ik wil gewoon nog eens kind zijn, zoals ik dat ooit was. Nog even wil ik in die belevingswereld binnentreden van dat belhameltje wat ik toen wel zal zijn geweest. En waarvan ik weet dat er nog steeds een stukje achterbleef diep in dit nu grote lichaam.
jouw naam

Jouw naam
Ik zal jouw naam nooit doorstrepen
Maar hem in tederheid dragen;
Soms droevig, soms blij,
Doorheen al de dagen van dit leven,
Tot we in ’t grote Licht staan;
Jij en ik, zij aan zij.
Martin vanhee
de zwakheid van de mens

Zwakheid van de mens
Ik creëer een woord
Zal een daad verrichten
Met mijn handen zal ik geven
En mijn mond zal zwijgen
Want wie gehoorzaamd aan het wettelijke gezag
Zal vroeger dan eender wie dan ook
De waarheid mogen aanschouwen
Neem het goud
Het zilver
En draag het tot de armen der mensheden
Om morgen meer rijkdom de kunnen
Verharen dan eender wie dan ook
Want de grootste rijkdom wat een mens bezitten kan
Zit in het hart
Leg een onevenwichtig woord van leugens
Neer en spreek de waarheid
Werp met geen steen
Wanneer jij geen kiezelsteentje
Kunt verdragen
En eerder dan wie dan ook zul jij de kracht bezitten
Om een berg opzij de schuiven
Want wie een steen laat liggen
En een kiezelsteen aanziet als een rijkdom
Zal meer macht verharen dan om het even wie dan ook
Neem uzelf niet als meerwaardiger
Maar aanzie de arme
De minderbedeelde als uw meerdere
En een koningsgewaad zal uw lichaam bekleden
Waar een ander zal mogen lopen in naaktheid
Want wie het woord van de kleine mens aanvaard
Zal bekleed worden met wijsheden
Om dan morgen
Een volwaardig mens de zijn
Moet jij vandaag uw zondige lijf ontdoen
Van elke zonde
Wees niet bang om ze de openbaren
Want God weet dat een mens zwak is
ik ben een boom

Ik ben een boom
Ik voel me bemind
wanneer een vlinder voorbij mij
komt gevlogen,
en even snel een hap uit mijn korst wegkaapt.
Ik voel me gestreeld
wanneer de wind aan mij voorbij komt gewaaid,
en meeneemt een stukje van mijn kruin.
Ik voel me gebonden
wanneer een hand rondom mijn stam
zich een weg baant naar de hoogste
toppen van mijn groengewaad.
Ik voel me verbonden
met de mens wat onder mij schuilt,
wanneer de regen naar omlaag valt,
en een donderslag de stilte
middendoor splijt.
Maar ik voel me ontroerd
als een geliefde zijn hart in tweeën
ziet scheuren wat zij ooit in mijn robuuste lijf had gekerfd,
wanneer ik voel hoe tranen van eenzaamheid
zich vermengen met mijn wortelen.
Ben een boom, een oeroude boom
wat leed trotseerde,
wat koude moest doorstaan.
Ben een boom van duizend jaren,
maar geen jaar was ooit een
jaar zonder een enkele traan.
Ik voel me sterk,
groots.
Ik voel me onovertroffen,
Stoer.
Maar zie ik een mens voorbij waden
dan besef ik hoe klein ik in wezen ben,
want al ben ik nog zo groot,
nog zo sterk,
mijn honderd armen kunnen niet een enkele
pijn voor altijd uitblussen.
’t was in een droom
In een droom was het, zie er staat een wijnstok stram en stijf door vele vruchten dragen, en moe van jaren aan en uitgekleed de worden. Zie daar staat een man van honderd jaren, zomaar wat niets de zien, want blind waren zijn ogen, moe zijn vergezicht, maar onverschrokken bleef hij staan waar een ander heen zal gaan. Hij taste in het duister, luisterde naar het onhoorbare, en liep omwonden als een tijger op de vlucht. Waar het einde naderbij kwam, waar geen einde meer zou zijn, daar is het waar hij heen zou gaan wanneer de wijnstok zijn vruchten verliezen zou. En hij dronk, hij dronk van de wijn, hij dronk totdat hij niet meer rechtop bleef staan. Een nieuw seizoen was den einde, een nieuwe rank werd gedronken. Maar wanneer het jaar voorbij zou zijn zouden de ranken nieuwe vruchten dragen, nieuwe bloesems zouden ontstaan, om daarna de druivenplukker opnieuw verse druiven te laten oogsten. Elk seizoen kent zijn vruchtbaarheid, elk seizoen zijn dood, maar niet een seizoen zal ooit voor altijd blijven stilstaan. En de man neemt nog een vrucht, een nieuwe wijnstok werd geoogst.
Gebogen blijft hij staan leeg geroofd zijn trots, zijn groots gewaad. ’t Was in een droom, zie er staat een els een bedelaar, en ergens gieren banden de nacht heeft zichzelf opnieuw leeggeroofd.
de dichter

De dichter
Een dichter maakt mooi
wat lelijk is
Hij weeft met letters een woord aaneen
om zo tranen van blijdschap
van vreugde te laten stromen
Een dichter is een poëet van het
kwaad zich niets aantrekkend
want hij dwaalt door het land van woorden
om zo te allermooiste zinnen te verwerven
Een dichter is een alchimist
van staalgrijs maakt hij blinkende edelmetalen
van koud ijzer maakt hij
gloeiende sieraden
waar menig oog in verstrikt raakt
Hij is een eenzaat
hoeft geen mens rondom zich
want zijn woord is hem alles
daar slaapt hij mee
daar waakt hij mee
en iedere gebeurtenis dracht hij met een gevoelige
snede aan elkaar de weven
Zonder allure komt hij op
Zonder snoeven leest hij zijn verhaal
voor menig slapende
want een dichter word toch zo hou vergeten en misprezen
Maar de dichter laat het aan zijn hart komen
en schrijft gestaag verder aan zijn nieuw verhaal
Hij volgt zijn eigen ritme
zijn eigen algoritme
en begeeft zich op vaarwateren waar anderen
drenkelingen werden
Hij houd zijn hooft rechtop
en loopt eens als een nar
dan weer als een harlekijn
om dan als een koning de worden ontvangen
En elke dag opnieuw laat hij nieuwe woorden
tevoorschijn komen uit zijn magische pen
op het maagdelijk wit van zijn blad
om zo dan morgen misschien een erfenis achter te laten
waar nog menig mens bij stil zal blijven staan.
Om shakti Om shakti Om shakti Om

Om shakti Om shakti Om shakti Om
Pitra shakti Putra shakti Para shakti Om 3x[1]
De kracht van God in de Vader,
de Zoon en de Heilige Geest
*********************************************************
Hoe kleiner het aangebodene hoe groter het zal zijn wanneer het met liefde word gegeven
Ooit werd ik geboren in het diepste duister der onwetendheid maar mijn geestelijk leraar opende mijn ogen met de fakkel der kennis. Ik boog me eerbiedig voor hem neer en sprak sereen de woorden uit.
Ooit werd ik blind geboren, dwaalde ik ontziend door het land waar ooit mijn meester had gebeden en gezwegen dagen aan een stuk, en ik sprak sereen de woorden uit.
Ooit liep ik naakt overheen de plaveisels van wildgroei en stak mij menig keer een toornen in het oog, want onwetend, blind en naakt was ik toen ik daar overheen mijn meester zijn landerijen liep, en dus sprak ik de woorden uit.
Ooit was ik doof, hoorde ik geen geween, nog gekerm van menig omstander wat aan mij voorbij liep, en dus moest ik wel de woorden uitspreken.
Maar daar ik onwetend was, blind en naakt, en daar bovenop ook nog doof wist ik niet waar ik die wijsheid verharen kon, want hoe onwijs ik ook wezen mocht, ik sprak nooit de woorden uit zoals het behoorde.
Dat ontdekte ik na dagen weken en zelfs maanden van dwalen doorheen het woeste landschap waar ooit mijn meester had gezeten, en bad sereen, meester laat mij een steen waarop ik rusten kan, laat mij een waterplas waarin ik mijn gelaat reinigen kan, meester heef mij een kleed zodat ik mij kan ontdoen van mijn naaktheid. Maar er gebeurde niets.
Ik kwam aan bij een grote olijfboom, voelde de aanwezigheid van een oude man, taste in het rond, en raakte zijn gewaad aan, hij sprak, wat kom jij hier zoeken, hier in dit godvergeten land? Waar nog geen schaap zijn kudde volgen kan, waar nog geen herder zijn helhond intomen kan. Wat zoek jij hier tussen het braamgestuikte, en wilde korenroos? Hier vind jij niet het antwoord op je vraag.
En ik liep verder het pad af, wat mij bracht bij een waterrivier van stilstaande beelden, taste en voelde een kilde mijn huid beroeren, en wist dat ik er niet alleen was. Wie is daar, vroeg ik, wie staat mij de begluren? Ik ben het, ik de vlinder wat fladdert van bloem naar bloem, wat zich een weg baant doorheen het struikgewas om nieuwe bloemen de oogsten. Kom volg mij en ik breng jou waar het antwoord op jou zal liggen wachten. Ik volgde gedwee en voelde een snijdende pijn in mijn wang, maar liep gestaag verder het kreupelbos is. Toen hoorde ik, wie bracht jij met je mee? Het was een zware stem maar toch ook vriendelijk wat dit vroeg. Wie ben jij, vroeg die stem, zacht maar op een gebiedende toon. Ik……… ik weet niet wie ik ben, ‘k weet evenmin van waar ik kom, of waarheen ik heenga, ik weet alleen dat ik opzoek ben naar DE woorden die mij zullen laten zien, laten horen, mij zullen kleden en mij wijsheid bijbrengen zal. Maar kind toch, hoe onwijs is dit, om dit de denken, weet je, de wijsheid waar jij naar op zoek bent dat zit in jou. Wees een met uzelf, een met uw geest en ziel en jij vind het antwoord op al je vragen. En spreek dan de woorden uit wat u brengen zal wat u verlangt.
Even bleef ik staan, verbaast en verwonderd, maar niet teleurgesteld, want wat als die stem nu eens gelijk zou hebben, zou dit echt het antwoord zijn op mijn vragen?
En ik knielde neer bij een klein kiezelsteentje, en sprak,
Heer van dit magisch wonder, laat dit steentje een rustplaats zijn waarop ik mijn hoofd neer kan vlijen, en dit ene kleine kiezelsteentje veranderde in een rots waarin ik schuilen kon. Toen knielde ik neer bij een waterplas en sprak de woorden uit,
Heer laat dit waterplasje een beekje zijn waar ik mijn gelaat in reinigen kan, en dit kleine waterplasje veranderde in een rivier waarin ik zwemmen kon en mijn complete lichaam in reinigen kan.
Toen knielde ik bij een klein en broos plantje en sprak,
Heer laat dit ene platje mijn honger stillen, en dit ene plantje werd een geuze boom waaraan honderden vruchten groeiden.
En na elke stap wat ik nam kreeg ik langzaam mijn zicht terug, begon ik langzaam aan de horen, en ik wist, nu krijg ik de wijsheid van mijn meester toegereikt.
Waarom zoeken achter datgene wat in jou zit aan de buitenzijde.
Waarom drachten de horen naar de geluiden die slechts een illusie zijn.
Waarom zoeken achter beelden die toch maar een oase zijn in het vlakke land van menig uitgestorven droomwereld.
Zoek niet buitenshuis wat binnenshuis vindbaar is, geluk is namelijk nog zo groot als het in het klein word aangeboden.
[1] Een gebed voor het eten in de ashram "Shantivanam" in Zuid India waar de dialoog tussen christendom en hindoeïsme door Bede Griffiths (†1993) in praktijk werd gebracht.
't was mooi

’t Was mooi
Nog even speel ik het lied
Nog een strofe brij ik aan het voorafgaande
om dan mijn stil geween te laten
zweven overheen het aardse
Nog een laatste snaar beroer ik
Een laatste zinsnede breng ik aan
om dan voor altijd de verdwijnen
middenin een zee van onbeminde
filosofen en poëten
Nog even laat ik gelden wat ik zogoed kan
Een woord een zin een compleet verhaal
naar voren brengen
Wie weet zal er nog een iemand
staan toekijken, en zeggen met een lach…………..
Hoe mooi dat het wel niet was
Hoeveel stralen er verschenen
toen mijn handen het blad beroerden
en een nieuw lied naar boven wist te slepen
Met vermoeide handen
pijnlijke bewegingen
zo komt nu mijn allerlaatste zinsnede
op dit papier neer de liggen
om morgen bij het ontwaken
de ontdekken
dat ook dit niet van blijvende
aard kon wezen
Vaarwel het gaat je goed
Vaarwel
’t was goed om hier de verblijven
tussen mensen groot en klein
’t was goed om even de horen
al die mooie woorden van respect en
meedogendheid
maar ‘k laat nu achter mij
wat gisteren nog niet bestond
Nog even speel ik het lied
wat gisteren zweeg
Nog even schrijf ik een strofe
na de strofe van lang gelee
Maar daarna zal ik zwijgen
en hopen dat morgen nog een kind zal
mogen weten hoeveel liefde
ik neerschreef op ieder blad steeds weer.



requiem
Daar vierhoog
Nog even zullen mijn handen
jouw handen aanraken
zullen wij als licht en duisternis
zichtbaar maar onaantastbaar zijn
nog even zal ik jou brengen hoog in de lucht
nog even maar zoveel rustiger
t zijn de jaren die van een uitbundige
een rustig iemand maken
t zijn jaren van leven
van zien
t zijn de jaren die verstrijken
die van het leven een zacht wiegend
windvlaagje maken
het zal mooi zijn
liefdevol
het zal tederheid uitstralen
hoopvol zullen wij
nog even de nacht kunnen inkijken
en weten
als morgen komen zal
zal leven groeien in het hart
toch zal ik bij jou de rust der jaren
voelen stromen
want het zijn de jaren die van een uitbundige
een rustig iemand maken
het zijn de jaren die waren
die laten zien
t zijn de jaren die verstrijken
die van het leven een zacht wiegend
windvlaagje maken
dat leven zoveel meer inhoud in zich
meedraagt dan een stormwind
dat leven als een requiem is dat leeft
in ieders mensenhart
dat zijn de jaren van leven
die dit laten zien
en nog even zal ik bij jou komen
daar vierhoog
maar zoveel rustiger zal ons samenzijn zijn