Naar de inhoud

Hylpen likje stea oen it Yselmor

mijn
Welkom in Hindeloopen. Welkom bij mijn digitaal boek over Hindeloopen.
akke.beakke.be

mijn

Eigen verhalen van Henk

Kerst in Hindeloopen

 

Kerst 

Ik droom van de zomer en warme dagen
Als ik wakker wordt is het geen zomer meer
Mijn handen en mijn neus zijn koud
Op de ramen staan bloemen van de vorst
Ja het vriest, de winter is in aantocht

Terwijl ik geniet van mijn electrisch verwarmde deken

Schaats ik in gedachten over de vaarten en sloten

Plotseling hoor ik buiten van de straat muziek
Eerst is het nog zacht en heel ver weg
Maar dan komt het dichterbij, in mijn straat
En ja, dan hoor ik waar het werkelijk om gaat

Het is het plaatselijk muziek korps
Zij spelen "Stille nacht Heilige nacht
Ja nu weet ik het zeker, het is geen zomernacht

                                                                              
H.S. Kerst 1995


Veertien jaren geleden

schreef ik bovenstaande op als een soort ode aan het plaatselijk muziek korps dat mij en vele andere Hindeloopers op eerste kerstdag jaar in jaar uit met muziek wekte.
                                                                         
Circa 1950 vatte het plaatselijk muziek het plan op om op eerste kerstdag Hindeloopen te wekken met het spelen van kerstliederen. Dat dat initiatief van de muzikanten van destijds zou uitgroeien tot een traditie, die door jong en oud zeer gewaardeerd werd, zullen zij toen niet hebben voorzien.

Toen het korps ophield te bestaan werd door velen gevreesd dat dit mooie begin van kerst ook zou eindigen. Maar gelukkig was dat niet geval. Steeds weer wist men in Hindeloopen een groep muzikanten op de been te krijgen die op de eerste kerstochtend vroeg uit bed stapten. Koud of warm, regen of droog, in Hindeloopen werd men op eerst kersdag gewekt door “Stille nacht, Heilige nacht" of een ander kerstlied.

 

En of men nu al of niet geloofde of al of niet kerkelijk gezind was deze manier van wekken op kerstdag werd door een ieder gewaardeerd.

 

Helaas u heeft het al gemerkt het voorgaande staat in de verleden tijd.

 

Doordat het plaatselijke muziekkorps (na een heroprichting) alweer een aantal jaren niet meer bestaat waren er voor de kerst van 2008 geen muzikanten te vinden. Het leek er sterk op dat Hindeloopen op eerste kerstdag van 2008 op de zelfde manier zou ontwaken als alle andere 365 dagen van een jaar.

 

Maar daar waren vele Hindelooper het schijnbaar niet met eens. Een groep Hindeloopers vond dat een kerst in Hindeloopen op een bijzondere manier behoort te beginnen. Een groep zangeressen en zangers gingen oefenen in huize Schijfelen. Op eerste kerstochtend trokken zij kerstliederen zingend van straathoek tot straathoek door Hindeloopen zodat Hindeloopen toch weer op eerste kerstdag op bijzondere maar toepasselijke manier gewekt werd.

 

En ik, van uit mijn warm bed luisterend naar deze zang, dacht;  Hopelijk is dit de aanzet tot een nieuwe traditie van 60 jaar.

Met dank aan de vele muzikanten die 60 jaar lang mij en vele Hindeloopers wekten met kerstmuziek

Met dank aan de nieuwe initiatiefnemers die mij op eerste kerstdag 2008 met wekten


Henk Smid

Het NS Station

Het NS station



Het oude station van Hindeloopen, waar velen in Hindeloopen nog over spreken, werd in 1973 gesloopt.

In bijlage 1 Ga ik na een ontmoeting op het station met een onbekende naar huis en haal thuis nog meer herinneringen op over het station. 

In bijlage 2 Ga tref  ik na een ontmoeting  op het station met een onbekende nog twee klasgenoten van de lagere school. Ook met hen haal ik herinneringen op.
Na de ontmoeting met de klasgenoten stap ik in de (stoom)trein. Vanuit de trein paseren vele herinneringen.

De blauwe tekst in de beide bijlagen is gelijk.

Foto's van dit station kunt vinden in mijn fotoalbum. Zie hiervoor onderstaande link.

Naar fotoalbum 'station

Bijlagen

Het kleine paradijs

Over de naam Hindeloopen

Over oorsprong van de naam Hindeloopen zijn verschillende versies. Niets is zeker over hoe de naam Hindeloopen ontstaan is. Dit geeft mij de ruimte te fantaseren over de herkomst van de naam "Hindeloopen".

“Het kleine paradijs” is dan ook niets meer dan een fantasie over hoe de eerste mensen in Hindeloopen kwamen.

Het kleine paradijs

Reeds heel lang geleden woonden in een heel ver land vele mensen. Helaas konden deze mensen heel slecht met elkaar opschieten zodat er regelmatig ruzie was. Daardoor waren er regelmatig grote vechtpartijen. Grote groepen mensen gingen elkaar dan met stokken en messen te lijf. Ja, soms was het zo erg dat er mensen stierven door deze gevechten. Ook woonde er een man, die Jerone heette, en helemaal niet van al dat geruzie en vechten hield. Hij probeerde zich zoveel mogelijk afzijdig te houden van al dat gekibbel en gevecht . Maar op een zekere dag was er weer een grote ruzie gaande in het land. De buren van Jerone eisten van hem dat ook hij nu eindelijk eens meehielp te vechten en dat hij mee ten strijde trok. Als hij niet meedeed hadden ze liever dat hij uit het dorp vertrok, zo werd hem gezegd. Maar Jerone bleef weigeren om mee te vechten en kondigde aan dat hij dan liever zijn geboortedorp verliet. In allerijl bouwde hij een vlot van boomstammen, pakte zijn schamele bezittingen bijeen en vertrok nog voor de avond met zijn vrouw Vrija en hun dochter Dida uit zijn geboortedorp.

Hoe het verder af loopt met Jerone, Vrija en hun dochter Dida kunt u lezen als u op onderstaande bijlage klikt.

Bijlagen

Haantje de voorste

HAANTJE DE VOORSTE 

Haantje de Voorste is een fantasie over
hoe de naam ‘de Haanmeer’ ontstond.
De Haanmeer(polder) ligt tussen
Hindeloopen en Koudum.

Deel 1 HAANTJE DE VOORSTE OP DE BOERDERIJ

Er was eens een kleine jonge haan. Hij woonde met zijn zeven kippenzusjes en zijn moeder op een mooie boerderij. Ze mochten daar, op het grote erf en omliggende landerijen, altijd vrij rondlopen. Met mooi zonnig weer speelden ze meestal in het rulle zand van de zandweg achter de boomgaard. En als ze honger kregen was er meestal wel wat eetbaars te vinden onder de bomen of tussen het gras in de landerijen. Voor de nachten en de dagen dat het slecht weer was had de boer, die samen met zijn vrouw op de boerderij woonde, een prachtig groot kippenhok voor deze kippenfamilie achter de boerderij gebouwd. De kippen zelf noemden dit kippenhok ‘ons paleis’. Zij hadden het daar allen dan ook prima naar hun zin. De zeven meisjeskippen en de kleine haan groeiden daar voorspoedig op tot echte grote volwassen kippen.Ook onze kleine haan werd al snel een echte grote haan met sierlijke veren en een grote rode hanenkam op zijn kleurrijke kop. Ja, na enige tijd voelde onze jonge haan zich zelfs de baas over de kippenfamilie en liep dan luid kakelend over het erf. Ook stond hij, als er ergens eens iets bijzonders was, altijd vooraan. Zijn zusjes gaven hem dan ook al snel de naam ‘Haantje de Voorste’.

Maar tot ontsteltenis van onze Haantje de Voorste werd op zekere dag plotseling zijn vorstelijk bestaan wreed verstoord. Hij was op een mooie zomeravond, in de schemering, alleen op stap gegaan. Zijn moeder en zijn zeven zusje waren al in het hok gegaan en zaten reeds te dutten op de stok. Maar hij, Haantje de Voorste, wilde nog proberen wat lekkers te vinden voor hij slapen ging. Hiervoor ging hij naar de hooizolder want daar waren, zo wist hij uit ervaring, altijd wel wat lekkere zaadjes uit het hooi of stro te vinden. Via de openstaande deur van de schuur liep hij naar de ladder die naar de hooizolder ging. Met weinig moeite fladderde hij bij de ladder op naar de hooizolder en begon daar in het hooi naar zaadjes te zoeken. Hij was druk aan het klauwen en krabben in het hooi toen hij plotseling mensen hoorde praten in de stal onder hem. En nieuwsgierig dat hij was wilde hij natuurlijk weten wie daar aan het praten waren. Om het te kunnen horen en te zien wie daar aan het praten waren liep hij heel voorzichtig dichter naar de rand van de zolder. Daar bemerkte hij al snel dat het de boer en zijn knecht waren. Tot zijn spijt kon hij echter niet goed verstaan wat ze zeiden. Heel voorzichtig, stap voor stap, kroop hij nog dichter naar de rand van de zolder en spitste daar zijn klein oortjes. Al kon hij niet alles verstaan, hij begreep al snel dat ze het hadden over hem en zijn zusters. Hij ving het volgende verhaal op:

Knecht; “Boer, de kippen zijn al goed gegroeid. Ze leggen af en toe ook al ei. Ik denk dat ze spoedig allemaal elke dag wel een ei zullen leggen”.

Boer; “Ja, Ja, ze doen het goed. Je moet maar goed op ze passen en hen veel en goed voer geven”.

Knecht; “En ‘e boer wat moet er met de haan gebeuren. Hij is inmiddels dik en vet maar legt natuurlijk niet, zoals de kippen, straks elke dag een ei. Hij eet alleen maar en kraait als twee anderen”.

Boer; “Ja inderdaad het is een dikke haan en hij doet anders niks dan eten en maakt s’morgens een hoop lawaai. Hij is voor ons van geen enkel nut. Ik geloof dat ik hem maar moet slachten, dan hebben we in ieder geval nog een klein stukje hanenvlees en zijn we s’morgens van dat lawaai af”.

Of deze haan wordt geslacht of dat hij nog vele avonturen beleeft kunt u lezen als u op onderstaand bijlage klikt.

Bijlagen

Vrede in het hart

VREDE IN HET HART

Het was de laatste vrijdag voor de kerst dat Jelle zo tegen zeven uur pas thuis kwam van zijn werk. Ja, het was een lange werkdag geweest. ’s Morgens om zes uur was hij al van bed gegaan. Er moest op die laatste werkdag voor de kerst nog van alles gebeuren, zo had zijn werkgever gisteren laten doorschemeren. Niet dat Jelle daar moeite mee had want hij mocht graag werken en hij was, zoals men wel zegt, gezond van lijf en leden. Nee, dat was het punt niet. Wel had hij met het ouder worden steeds meer moeite met de werkdruk die door zijn baas heel subtiel op hem werd uitgeoefend. Zo moest er op deze laatste werkdag voor de kerst nog even snel 100 meter ICT kabel worden ingegraven. Het leek soms wel dat er na de jaarwisseling geen dagen meer kwamen. Maar of er nu al of geen dagen meer kwamen, Jelle had er vandaag toch maar tegen aan gewerkt en de klus was geklaard. Bovendien had het hem de complimenten van de baas opgeleverd. En ja, die zijn voor een arbeider natuurlijk nooit weg.

Na een lekkere warme douche had zijn vrouw Geertje inmiddels een bord met stampot boerenkool met een flink stuk worst voor hem klaar staan. En het laat zich raden, dat smaakte prima. Hij werkte dan ook in korte tijd twee borden vol naar binnen. Met het vooruitzicht van 14 vrije dagen zakte Jelle, na deze stevige maaltijd, moe maar voldaan onderuit in zijn gemakkelijke stoel en zapte met de afstandbediening van de TV van de ene naar de andere zender. Op een aantal zenders waren nog jeugdprogramma’s met muziek waar Jelle vandaag niet op zat te wachten. Ja, soms stond hij best open voor de muziek van de top 100 maar vandaag kon hem dat niet bijzonder boeien. Op een andere zender ging het over de teruglopende economie en over bedrijven die 20% minder winst hadden gemaakt in vergelijking met vorig jaar toen ze nog vele miljoenen hadden verdiend. Deze lagere winst cijfers waren aldus de commentaren zeer zorgelijk. Nu ook hier maakte Jelle zich op deze vrijdagavond niet echt druk om. 20% minder van 18 miljoen was nog altijd, zo rekende Jelle snel uit, 14.400.000 miljoen winst, zo dacht Jelle. Nee, als hij op het eind van de maand zijn karig loontje van € 1.500 maar op zijn bankrekening kreeg bijgeschreven dan maakte hij zich niet druk of een paar miljoen meer of minder winst voor KPN of ander grote bedrijven. Zo zapende van de ene naar de andere zender kreeg Jelle er al snel moeite mee om zijn ogen open te houden. Hij zakte dan ook langzaam maar zeker verder onderuit en dommelde al snel in.

Terwijl Jelle, met de afstandbediening nog in de hand, snurkend voor de televisie lag was Geertje in de keuken bezig met de afwas en andere kleine huishoudelijk bezigheden. Toen alles in de keuken op orde was ontfutselde ze Jelle stiekem de afstandbediening zonder dat hij daar iets van merkte. Zoals gewoonlijk zetelde zij zich in de iets kleinere gemakkelijk stoel aan de andere kant van de kamer en zocht TV 2 op waar binnen enkele minuten het journaal zou beginnen. Gezien Geertje haar gehoor niet meer al te scherp was, en Jelle af toe de kamer vulde met zijn gesnurk, had ze bij voorbaat, voor het journaal begon, de volume knop reeds een flinke draai gegeven. Om precies 8 uur klonk de gong van het journaal dan ook helder en duidelijk door de kamer. Ja, de journaal gong was zo helder dat Jelle er wakker van schrok en noodgedwongen een einde moest maken aan zijn dutje.

Het merendeel van het journaal werd zoals gewoonlijk gevuld door ongelukken, moord, doodslag en oorlog. Het ene gruwelijk beeld na het andere verscheen op het scherm. De monotone stem van de nieuwslezer vertelde, zonder schijnbare emoties, hoeveel doden, gewonden en vermisten er waren.

Deze beelden van al deze menselijke ellende maakten echter bij Jelle op die vrijdagavond het nodige los. Hij zei zoals gewoonlijk niet al te veel. Maar Geertje, die hem vanuit haar ooghoeken gadesloeg, zag duidelijk dat zijn ogen tijdens het zien van deze journaalbeelden steeds vochtiger werden en hij af en toe een traan moest weg vegen.

Voor Geertje, die haar man op en top kende, was het duidelijk waar Jelle mee worstelde. Uit ervaring wist zij dat hij slecht tegen onrecht kon en hij zich het leed van een ander soms aantrok alsof het hem zelf betrof. In een poging Jelle iets minder somber te stemmen vroeg ze “ Zeg Jelle jij hebt vorige week toch een kwart lot voor de staatsloterij gekocht”. “Straks na het nieuws is op ander kant de trekking”. “Dat moeten we niet vergeten want mogelijk valt er een prijsje op jou lot”.

Of Jelle dit nu hoorde of niet, de enige reactie die Geertje hoorde was; “Ja ja het zal wel, straks zingt een ieder weer Vrede op Aarde maar intussen weet men niet hoe snel men elkaar het leven zuur moet maken”.

Geertje die Jelle door de jaren heen beter had leren kennen dan hij hem zelf kon wist wat er na de toch wel schokkende journaal beelden in hem om ging. Wetende dat Jelle een zogenaamde ‘binnenvetter’ was en moeilijk kon praten over dingen die in hem omgingen liet hem rustig met zijn gedachten zitten. Toen het journaal afgelopen was en de meest mooie reclame beelden van waspoeders, luiers en inlegkruisjes op het scherm verschenen begon ze weer tegen Jelle te praten. Zoals vele gesprekken worden begonnen begon ze over het slechte weer van de laatste dagen. Maar dit maakte bij Jelle de tong ook niet erg los. Zijn enige reactie was “ Ja, ja, als het om deze tijd van ’t jaar geen winter is dan kun je dit verwachten”. Ook vragen over zijn werk maakten Jelle niet echt spraakzaam. Hij antwoordde steeds met korte antwoorden die weinig langer waren dan ja en nee. Maar Geertje wel gewend aan deze eenzijdige gesprekken ging rustig door. Nu vertelde ze over haar eigen bezigheden van deze vrijdag. Maar Jelle, nog steeds in gedachten bij het journaal, reageerde nauwelijks. Plotseling toen Geertje het over de dure decembermaand begon reageerde Jelle zo heftig dat zelfs Geertje er van schrok. Hij vroeg op kribbige toon; “heb je die 25 euro voor vluchtelinge werk al overgemaakt en wat heb je gedaan met al die spullen uit die twee kerstpakketten die we hebben gekregen? ” Heb je daar ook wat van bij Weduwe Tjitske en bij Harmen en Pietje gebracht want die kunnen met hun bijstand uitkering best wat extra’s gebruiken. Geertje, doorgaans de goedheid zelf reageerde nu duidelijk een beetje geërgerd en antwoordde; “ Ja natuurlijk heb ik dat gedaan, dat hadden we toch afgesproken”. “En als je nu alles precies wilt weten, ik heb wel drie dozen met kaarsen gekocht voor hulp aan de derde wereld en geld over gemaakt naar Unicef en mee gedaan aan de actie van het Leger des Heils voor daklozen”. “En drie weken geleden heb ik al wat extra’s gestuurd naar ons Foster Parents adoptiekind in Tanzania”. Nog steeds een beetje geërgerd ging Geetje verder, “Ja heus als je denkt dat ik geen aandacht heb voor de noden in de wereld dan heb je het mis”. “Ik doe overal aan mee wat goed lijkt”. “Maar helaas ook wij kunnen in ons eentje niet alle ellende van de hele wereld oplossen”. Schijnbaar enigszins geschrokken van Geertje haar felle reactie kwam Jelle langzaam overeind uit zijn gemakkelijke stoel en vroeg; “zal ik even koffie zetten”. En zonder een antwoordt af te wachten liep Jelle naar de keuken en gaf Geertje in het voorbij gaan aai over haar haar en sprak op goedelijke toon “ach lieve, zo bedoelde ik het niet”. “Bij jou zit het wel goed, maar al die ellende in de wereld, daar kan ik niet tegen”.

Als u wilt weten hoe de rest van kerstavond verliep bij Jelle en Geertje klik dan op onderstaand bijlage.

Bijlagen

It Tontjen om

It Tontjen om

‘ Ut  Tontjen ’  om  is  een  verhaal  waarin  droom, werkelijkheid, heden en verleden tot één zijn verwerkt.

Aan de wandel

Het is nog vroeg als ik wandel over ‘t Oost. Alleen Auke zit in ‘de Leagenbank’. Op de bootjes in de haven heerst nog rust, schijnbaar slaapt de bemanning nog. ‘k Wandel verder over het wandelpad naar de jachthaven waar ik even blijf staan bij een schip wat Hollands welvaart duidelijk ten toon spreid. In gedachten verzonken, over de huidige welvaart en de relatieve armoede van vroeger, loop ik verder. Plotseling worden mijn gedachten onderbroken door een vriendelijke vrouwenstem die “guten morgen” zegt. In mijn beste Duits antwoord ik “auch guten morgen”. Terloops kijk ik achterom naar deze vriendelijke vrouw en ‘k zie dat ze in haar rechter hand een grote blauwe beautycase draagt. Wat er in zit kan ik uiteraard niet zien, maar te oordelen naar de omvang van de beautycase denk ik dat hij gevuld is met vele zalfjes,kleuren en geuren. Weer voor me kijkend denk ik, Hmm, zo’n koffer met make up had mijn moeder vroeger niet. Nee, zij was al blij met een stuk lekker geurende ‘Maya’ zeep en een kleine poederdoos met een nog kleiner spiegeltje. Even verder zegt een zware mannenstem “good morning sir”. Bij het passeren ruik ik badschuim en een sterk geurende lotion. Zonder te weten tegen wie, zeg ‘k ‘good morning sir’. En gelijk met dat ‘k dat zeg komt mijn vader, met zijn doorgaans minder verzorgt uiterlijk, in beeld. Hij had bij toilet maken doorgaans genoeg aan een teiltje water en een nat doekje om het ‘prumkjespie’ uit zijn mondhoeken te vegen. Ja inderdaad, een stukje ‘Sunliht’ zeep was al een luxe voor hem.

Zonder dat ik het zelf echt bewust ben loop ik richting weilanden achter de jachthaven. Daar zie ik paarden, koeien en schapen lopen. Een klein veulen is druk aan het zogen bij moeder. Een schaap roept blatend haar lammeren. En een bijna zwarte koe schrikt op van mijn aanwezigheid. Zij gaat staan en begroet mij door haar staart, met een mooie witte pluim, in de lucht te steken. Maar nee hoor, ‘k ruik het al, het is geen groet maar een natuurlijk reactie als een koe gaat staan. Terwijl ik daar op het hek hang en in mezelf zit te praten met de dieren in de wei komt de ochtendzon net boven ‘de Oosterdijk’ uit. Met deze eerste zonnestralen voel ‘k dat de temperatuur ook iets oploopt. Om zweetdruppels te voorkomen op deze vrije ochtend trek ‘k mijn zomerjack uit, rol mijn mouwen op en besluit mijn wandeling nog even voort te zetten.

121919-cafe96f22693fbef81eeefb0cfc13485.jpg

Ik klim over het hek en zet mijn wandeling voort in oostelijke richting, dwars door t‘ land van de koeien, schapen en paarden. Na ruim honderd meter, bij een kleine molen, blijven mijn voeten bijna als vanzelf staan. Eerst weet ‘k niet waarom, maar iets houd me daar vast. Zwijgend en denkend waarom mijn voeten niet verder willen kijk ‘k uit over, het door de wind heen en weer gaande, riet. Plots zie ik tussen het riet de laatste restanten van een kleine waterpoel. En even plotseling besef ik waarom mijn voeten hier stopten. Ja, dit is de ‘earste plasse’. Ja, hier was het ijs altijd in één nacht sterk. Hier op deze plek begon menige winterpret. Ja, en hier vingen we in de zomermaanden in het stromende spui de stekelbaarsjes. Jammer, denk ik met enige weemoed, het is allemaal weg. De ‘earste plasse’ is praktisch dicht gegroeid. Het spui stroomt niet meer en is dicht gegooid met modder en puin. Het enige wat er nog van over is, is een stuk beton waar een uitstekend roestig stuk ijzer de tand destijds duidelijk aangeeft. Ook is oude de schuif en de constructie waarmee de schuif geopend en gesloten kon worden nog zichtbaar. Maar ook hier is rot hout en roestig ijzer de blikvanger. Een klein windmolentje heeft nu de taak van het afstromen tijdens laag water overgenomen.

Een beetje aangedaan, door dit stukje verloren nostalgie, vervolg ‘k mijn weg langs ‘t Gea’. De gele ratelaar afgewisseld met pinksterbloemen kleuren de velden daar geel en paars. Ook de wilde orchidee, zei het nog niet helemaal in bloei, toont reeds aarzelend haar paars roze kleuren. De geur van de muntplant waait mij vanaf dit kleuren tapijt tegemoet. Deze geur vermengt met de frisse ochtendlucht opsnuivend is, zo bedenk ik, de ware lotion. Hier kan geen enkele parfum, lotion of aftershave tegenop. Daar wandelend, lijkt het me, dat ook de vogels deze mening met me delen. Zij zijn daar tenminste in grote getale aanwezig. De kieviten, grutto’s en vele ander vogels zijn druk in de weer met voedsel zoeken. Zij storen zich niet aan mij als eenzame wandelaar. Hoog in de lucht zie ‘k nog weer andere vogels en ergens in de verte zingt een leeuwerik het hoogste lied. En als bijna vanzelf neurie ‘k het aloude lied.

Klein vogellijn op groene tak
Zeg , o zeg, ons aardig beest
Wat zingt gij een lustig lied
Wie toch uw meester is geweest
Wij hebben in ons hele boek
Zeg , o zeg, ons aardig beest
Zo’n vrolijk wijsje niet
Wie toch uw meester is geweest


Tijdens de verdere wandelingen komen nog vele herinneringen boven en ontmoet ik oud Hindeloopers die reeds allang niet meer onder ons zijn.

Het vervolg kunt u lezen door op bijlage "It Tontje om" te klikken.

Het onderstaande verhaal " Het Workumer Nieuwland' gaat in op geschiedenis van de polder die genoemd wordt in het verhaal "It Tontjen om".
Bijlagen

Het Workumer Nieuwland

In het verhaal "It Tontjen om" komt zijdelings het Workumer Nieuwland ter sprake. Na publicatie van dit verhaal in het plaatselijk maandblad van Hindeloopen "Uus likje wraald"kreeg ik de nodige informatie over deze droogmakerij. Dit samen met andere bronnen was de aanleiding om iets te vertellen over het Workumer Nieuwland.


                               HET WORKUMER NIEUWLAND

Het Workumer Nieuwland, oftewel ‘het Nylân’, is tussen 1621 en 1624 ontstaan door bedijking van de inham, het zogenaamde ‘Worckumer Hop’, tussen Workum en Hindeloopen. Alvorens het zover was zijn er verschillende plannen geweest. Er zijn tekeningen dat deze polder eerst een stuk kleiner zou worden. De eerste schets dateert van 1599. Dit betrof een dijk via de kortste lijn van Hindeloopen naar Workum. Het eerste plan is van 1621. Dat betrof een dijk vanaf v.m.Kolderzijl (ongeveer bij de grenspaal Hindeloopen-Workum aan de Oosterdijk) naar Workum. Te oordelen naar oude tekeningen was de dijk Tontje-Hindeloopen zoals die in 1624 is aangelegd eerst niet recht toe recht aan gepland maar zaten er enige bochten in deze dijk. De dijk zoals hij nu is aangelegd is ruim 3,9 kilometer lang.

Lees de rest van de geschiedenis van Het Workumer Nieuwland (met foto's ) in de onderstaande bijlage.

Bijlagen

Meer van Hylpen likje stea oen it Yselmor

↑ Terug naar de berichten