Op. vervoer Gent (158)

Wegens de afschaffing van de lijnen 3, 5, 6, 7, 8 en 9 in de jaren zestig en de inzet van PCC-rijtuigen in de eerste helft van de jaren zeventig, luidden de doodsklokken over de oubollige drie-assers. Meteen kwam er een einde aan het op- en afspringen vooraleer het rijtuig stilstond en het naar buiten leunen over de hekkentjes op de platforms tijdens de zwoele zomerdagen... (Tekening "Higro" - verzameling F. Coussens)Begin 1969 kwam het ministerieel akkoord tot stand voor de bestelling van 30 PCC-rijtuigen, te vervaardigen door La Brugeoise et Nivelles, oorspronkelijk bestemd voor de tramlijnen 1, 2, 3 en 4.
In juli 1970 volgde een tweede bestelling van 12 stuks (nummers 31 tot 42), bedoeld voor de lijnen 2 en 20.
De eerste nieuwe tram kwam in Gentbrugge aan op 17 maart 1971.
Op het net geschiedde de omschakeling naar PCC's op lijn 4 (*toen nog Sint-Pietersstation - Korenmarkt - Muidebrug) op 12 juli en op lijn 1 (* toen nog Moscou - Van Beverenplein) op 2 november van dat jaar.
Op 4 december werd een laatste order voor nog 9 bijkomende rijtuigen geplaatst (47-54).
De nieuwe trams vervingen de drie-assers op lijn 2 (* meteen herdoopt tot 21) vanaf 4 december 1972.
Uiteindelijk was dit ook het geval op lijn 10 (Sint-Pietersstation - Rabot - Muide) vanaf 1 april 1974.
Nog voor PCC 54 op 28 juni 1974 in de stelplaats te Gentbrugge verscheen, waren alle drie-assers buiten dienst gesteld en afgevoerd, op de 332 en 339 na, die van een pantograaf werden voorzien en bij de spoordienst werden ingelijfd. (* de nog bestaande drie-assers 328, 354 en 378 hadden intussen respectievelijk in Woluwe, het privé-terrein van Achiel Ryckaert te Sint-Amandsberg en het museum te Schepdaal een onderkomen gevonden)
Na het afvoeren van de 332 naar Kalken op 17 september 1980 werd enkel de 339 in de stelplaats als "old-timer" bewaard...




















