Spanje heeft zich nooit verontschuldigd


Gernika
26 april 1937
Een ooggetuige, pater Onaindía, beschrijft: "Op 26 april 1937, omstreeks 16.40 u kwam ik in Gernika toe. Nauwelijks was ik uit mijn wagen gestapt of het bombardement brak in alle hevigheid los. De inwoners waren geterroriseerd, de boeren vluchtten weg terwijl ze hun vee achterlieten op de markt. Het bombardement duurde tot 19.45 u. Vliegtuigen vlogen heel laag, verwoestten wegen en bossen met hun mitraillettenvuur en in de greppels langs de wegen vormden zich hoopjes, net alsof ze op de grond rondgestrooid waren, van mannen, vrouwen en kinderen...Ten alle kanten hoorde ik kreten van pijn, en zag ik mensen, bemand door een alles overheersende angst. Ze knielden neer met de armen in de lucht, alsof ze bijstand van boven wilden..."
Uittreksel uit "La Espana del siglo XX", p. 532, van Tuñon de Lara
De stad Gernika heeft lange tijd gegolden als hoofdstad van het Baskische land. Vanaf de Middeleeuwen kwamen de Spaanse koningen hiernaartoe om de Basken hun autonomie te garanderen. In 1937 verwoestten Duitse bommenwerpers de stad, op verzoek van generaal Franco. Het bombardement kostte naar schatting 1500 mensen het leven. Van de stad bleef niets overeind. Het schilderij dat Pablo Picasso in 1937 naar aanleiding van de tragedie schilderde, is wereldberoemd. Voor de Basken is het een symbool geworden van de Spaanse onderdrukking. De geschiedenis van het doek versterkt dat nog. Het is namelijk nooit in Baskenland geëxposeerd. Picasso schilderde het in Parijs en stond erop dat “Guernica” in New York bleef hangen, totdat de democratie zou zijn hersteld. In 1981 arriveerde het schilderij voor het eerst in Spanje. Het kwam in Madrid te hangen, eerst in het Prado, daarna in het Reina Sofia Museum. Het prestigieuze Guggenheim Museum in Bilbao vroeg het werk te leen voor haar opening in 1997, maar dat verzoek werd afgewezen.
“Duitsland” heeft zich al enkele keren officieel verontschuldigd voor wat ze het Baskische Volk aandeden. Spanje echter, deed dit nog nooit.
De Vlaming Walter Luyten in de bres
Op 24 april 2007 werd de ex-senator voor de VU, Walter Luyten, met alle eer ontvangen in Gernika ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van het bombardement. Er was een hommage voor deze integere en strijdbare Vlaming voorzien. Hij drukte er de wens uit dat hij, nog voor hij sterft (hij is ernstig ziek), de vervulling van zijn droom zou kunnen meemaken dat een “rebel” president wordt van de Republiek Euskal Herria. Luyten die met Arnaldo Otegi en José Luis Alvarez”Txillardegi” sprak, heeft nooit nagelaten zijn solidariteit met de Basken wereldkundig te maken. Hij maakte allusies op het Bizkaierplein in Brugge, op de hertog van Alva, op de petitie voor vrijlating van de Lehendakari José Antonio Agirre, toen die in België gevangen zat en op de grote solidariteit tussen Basken en heel veel Vlamingen.
Luyten werd gearresteerd door de Franse Gendarmerie in 1972 tijdens een hongerstaking in de kathedraal van Baiona en in 1975 door de Guardia Civil omdat hij, tijdens de Aberri Eguna aan de Santa María-kerk te Gernika, een Ikurriña omhoog stak. In eigen land kwam hij ook met het gerecht in aanvaring omdat hij een protestbrief had afgegeven aan de Spaanse ambassadeur.
Op 13 april 2008 werd nog een postume hulde gebracht, ditmaal in Iparralde, met een misviering in het witte kerkje van Sokoa.
Comandant van de Euzko Gudarostea, het Baskische leger
Cándido Saseta
Vandaag, 26 april 2008, ter gelegenheid van de 71ste verjaardag van het bombardement op Gernika, zal postuum de onderscheiding “Gernika por la Paz y la Reconciliación” (Gernika voor de vrede en de verzoening) worden uitgereikt aan Cándido Saseta.

















