
De Baskische Kerk:
tussen kruis en Ikurriña
16 november
Samen met het ontstaan van de Baskische Onafhankelijkheidsbeweging, ETA, waren er priesters betrokken in de "bevrijdingsstrijd" van Euskal Herria. Op 13 mei 1960 schreven 339 priesters een brief aan de bisschoppen van de 4 Baskische diocesen waarin ze wezen op de kloof die bestond tussen de Kerk en de gelovigen en waarin ze het Regime "totalitair", dictatoriaal en onmenselijk noemden. Speciaal wezen ze op de vervolging van etnische, taalkundige en sociale karakteristieken "die God, ons Basken gaf”. Ondanks aandringen kwam er geen antwoord. Daarop werd de brief verspreid onder de internationale pers. Toen kwam er snel een antwoord. Alle ondertekenaars werden beschuldigd van ongehoorzaamheid, rebellie en inmenging in de politiek. Allen werden ze binnen een periode van enkele maanden verplaatst naar een andere parochie.
Daarop begonnen de priesters zich via hun preken rechtstreeks tot te de bevolking te wenden. Prompt volgde er preekverbod en Bisschop Gurpide van Bilbao, ging zelfs zó ver de preken zelf te schrijven en naar de parochies te sturen! Die priesters die afhingen van een Orde weigerden de tekst voor te lezen en kort nadien deden dit ook de priesters die wel van het Bisdom afhingen. Er werden geldboetes opgelegd, maar die werden niet betaald. Toen daarop de lonen geschrapt werden, dienden vele priester als arbeider hun kost te verdienen. De democratisering die door het Tweede Vaticaans Concilie was afgekondigd verschafte de priesters moed.
In de beginfase van ETA zouden de eerste orders via de biechtstoel zijn doorgegeven omdat bij eerdere pogingen veel jongeren opgepakt waren.
Het eerste deel van de vijfde assemblee van ETA in 1966 vond plaats in het parochiehuis van Gaztelu. ETA-militant Doronsora (later doodstraf in het Burgosproces) was er parochiepriester.
Bij het tweede deel, in de Goede Week van 1967, lieten de 50 Etarras zich als cursisten inschrijven in het retraitehuis van Getaria. Priesters kwamen regelmatig in conflict met het Spaanse Nationaal Katholicisme. Na de dood van Xabi Etxebarrieta (de eerste ETA-dode) stormden 30 met machinegeweren bewapende Guardia Civiles zonder bisschoppelijke toestemming het Benedictijnenklooster van Lazkao binnen. De politiechef noemde de paters "broekschijters", "stinkende bokken" en "lafaards".
In november 1968 bereikte de Beweging een nieuw hoogtepunt. Zestig priesters uit Bizkaia legden hun werk neer, schreven een brief naar de Paus en zijn nuntius en sloten zich op in het priesterseminarie van Derio. Hun actie was gericht tegen de kerkelijke hiërarchie. In hun schrijven vroegen ze, "een Kerk die arm was met het vernederde en uitgebuite Volk, vrij van dienstbetoon aan macht en geld, dynamisch meebetrokken bij de weg van ons Volk, eigen aan de binnen het Volk geboren priesters en volledig geworteld in de Baskische arbeidersgemeenschap."
De Bisschop riep daarop de politie ter hulp en die omsingelde met 110 manschappen het seminariegebouw om zo de priesters (tevergeefs) tot de aftocht te dwingen. Het protest nam de volgende dagen uitbreiding tot op de theologische faculteit van de Jezuïetenuniversiteit van Deusto (Bilbo). In een brief aan de Nuntius protesteerden 516 van de 910 priesters van het diocees Bilbao tegen het bisschoppelijke optreden. Het overlijden van Bisschop Gurpide op 18 november 1968 verhinderde de priesters niet hun actie verder te zetten. De nieuwe bisschop, Zirarda, trok de bedreiging van het suspenderen van de priesters in en bereikte dat de 60 priesters op 29 november, na 25 dagen het seminarie verlieten. Zirarda zocht een neutrale tussenweg tussen de Regering en het Baskische Volk. Hij bezorgde zich zijn eerste vijanden toen bij een aanhoudingsgolf tegen ETA, in april 1969, ook Generaal Vicaris, Urbieta, en verder nog 15 priesters opgepakt werden. De bisschop probeerde de Vicaris vrij te krijgen maar had geen woord over voor de 15 priesters. ETA noemde hij "Terroristen van een minderheid, rijk aan middelen" en hij bekritiseerde zijn priesters die "waarschijnlijk hun opdracht gemist hadden." Op 30 mei 1969 gingen vijf priesters in hongerstaking in het bisschoppelijke paleis om te protesteren tegen de uitzonderingtoestand en tegen de folteringen. Op 10 juni werden de 5 hongerstakende priesters tot samen 54 jaar en 2 dagen gevangenis veroordeeld. Daarop verklaarden 30 andere priesters zich solidair met het vijftal. In hetzelfde jaar kwamen in Burgos 7 priesters voor de Krijgsraad in drie verdere militaire processen. Ze kregen eveneens 54 jaar.
In de jaren 70 was er een duidelijke kentering en Bisschop Añoveros van Bilbao ontliep ei zo na de cel. Later kregen we de (vorige) Bisschop van Donostia-San Sebastián, Monsegnor Setién en ook zijn opvolger Uriarte. Beiden deden al het mogelijke om de ETA-top tot een staakt het vuren te bewegen.
El Mundo TV en de obsessie dat de Baskische Kerk nog steeds een relatie heeft met ETA
De Spaanse "pers" wil steeds aantonen dat de Baskische Kerk "relaties" heeft met ETA. In een "onderzoek" van El Mundo TV moest dat duidelijk worden. Ze gingen hiervoor met verborgen camera binnen bij Bisschop Setién, bij voormalig Deken van Irún, Trebiño en bij Mikel Epalza, proost van de Baskische vissers in Bayonne. Hun programma noemden ze "In de naam van de Vader".
De openingzin, "Tussen de jongens van ETA zitten soms fantastische kerels" zet de "toon". "Het is geen uitspraak van de terroristische bende, noch een familielid of een lid van Batasuna of van organisaties die de gewelddadige acties beschermen of steunen. Dit zei een priester. Het gaat om Mikel Epalza, de parochiepriester van Sokoa, een gemeente in het zuiden van Frankrijk dat altijd al een vrijplaats was voor ETA-leden die uit ons land waren weggevlucht."
Monseigneur Setién van Donostia veroordeelde steeds het geweld aan beide zijden. Nu komt hij op voor de slachtoffers van het geweld aan beide zijden. Hij klaagt ook over de Spaanse aartsbisschop van Toledo die doet alsof onafhankelijkheid eisen voor Baskenland "een zonde" is.
El Mundo haalt dan nog oude koeien uit de gracht met de deken van Irún, José Ramón Treviño, die in maart 1992 werd gearresteerd omdat hij het jaar voordien 2 leden van het "ETA-Commando Mugarri", Iñaki Rekarte en Luis Angel Galarze, onderdak had verschaft in de kerk van Artega waar hij parochiepriester was. Hij werd door de Audiencia Nacional tot drie jaar veroordeeld en deze straf werd later door het Hooggerechtshof verhoogd tot zes jaar. Nu verwijt El Mundo de Kerk en meer bepaald Bisschop Setién dat hij Treviño steeds de hand boven het hoofd hield en hem nooit uit de Kerk zette! Het ergste verwijt aan de Kerk is wel dat Treviño nu in Donostia gedelegeerde voor Caritas is!
De "doodsteek" krijgt Setién als hij antwoordt op de vraag van El Mundo of de Baskische Kerk vergiffenis moet vragen aan de slachtoffers: "De (Spaanse) Kerk steunde de staatsgreep van Franco (die aan de basis lag van de Burgeroorlog en de daaropvolgende dictatuur) en de Kerk heeft ons nooit vergiffenis gevraagd voor het terroristische geweld dat erop volgde". Net datgene had hij nooit mogen zeggen!