
Kroniek van een aangekondigde levenslange celstraf.
Iñaki De Juana Chaos wordt in januari 1987 in Madrid gearresteerd. Zijn penitentiaire omzwervingen brachten hem in bijna alle gevangenissen van Spanje. Markant is zijn verblijf in de gevangenis Salto del Negro op de Canarische Eilanden begin jaren 90, met drie hongerstakingen in 1992, uit protest en waarbij hij een ernstige nierinsufficiëntie opliep. Opvallend zijn ook de veelvuldige agressies op hem, gepleegd door gevangenisfunctionarissen te Jaén. Hij ontsnapte ook aan een moordaanslag door een gevangene van gemeen recht. Het is nog altijd niet uitgemaakt of die gevangene vrij spel kreeg of niet.
De hiernavolgende chronologie is een manifeste intentie, die aantoont dat men deze gevangene (en samen met hem, bij wijze van precedent, alle Baskische politieke gevangenen), met alle middelen levenslang achter de tralies wil houden.
Augustus 2004 - De Spaanse communicatiemedia maken de nakende vrijlating (na 18 jaar cel, inclusief strafvermindering) van De Juana bekend voor 25 oktober 2004.
22 oktober 2004 - De Audiencia Nacional maakt bekend dat de vrijlating verhinderd werd. De strafvermindering die gevalideerd werd door de Juzgado de Vigilancia Penitenciaria número 3 te Madrid, wordt door de Audiencia Nacional zomaar gesupprimeerd.
December 2004 - Iñaki de Juana publiceert 2 opinieartikels, “El Escudo” en “Gallizo”, in de Baskische krant GARA. Dit schrijven wekt heel wat beroering op.
7 januari 2005 - Associaties verwant met de PP eisen dat de nieuwe Código Penal (maximumstraf van 30 naar 40jaar en strafvermindering op het uitgesproken aantal jaren celstraf en niet op het wettelijke maximum) een retroactief karakter krijgt, zodat het Strafwetboek van 1973 niet meer kan toegepast worden op De Juana. Sommige rechters vonden dit al te gortig
8 januari 2005 - Magistraat van de Audiencia Nacional, Fernando Grande-Marlaska die rechter Santiago Pedraz vervangt, dagvaart Iñaki de Juana om op maandag, 10 januari 2004, te verschijnen als beklaagde en verklaringen te komen afleggen. De Openbare Aanklager, Ignacio Gordillo, stimuleert de berechting.
10 januari 2004 - Het uitvoerend bestuur van de Partido Popular verklaart openbaar de steun aan een manifestatie van AVT (Slachtoffers van het Terrorisme) tegen de vrijlating. Grande-Marlaska verordent de verdere opsluiting, om zo de nieuwe vrijlating van 9 februari 2005 te verhinderen.
11 januari 2005 - Vicepresidente van de PSOE-regering, María Teresa Fernández de la Vega, bevestigt dat het niet vrijlaten van De Juana “een kalmerend effect heeft op een deel van de bevolking (PP-deel) en dat een groot schandaal vermeden werd”.
12 januari 2005 - Minister van Justitie, Juan Fernando López Aguilar, verklaart dat vrijlatingen niet kunnen plaatsvinden als er voorafgaandelijk geen berouw werd betoond (dat staat niet in het strafwetboek als dusdanig).
13 januari 2005 - Het Openbaar Ministerie, magistraat Cándido Conde-Pumpido, politiek benoemd door de regering, verklaart dat men alle mogelijke vertragingsmanoeuvres aan het onderzoeken is om toch naar geen Etarras te moeten vrijlaten.
11 februari 2005 - De Audiencia Provincial van Madrid verdedigt zijn bevoegdheid om De Juana de strafvermindering toe te kennen, die in oktober door de Audiencia Nacional werd gesupprimeerd.
22 februari 2005 - De Audiencia Nacional supprimeert een aantal categorieën uit 2003 die aanleiding geven tot strafvermindering.
17 maart 2005 - De AN elimineert nog eens 6 maanden strafvermindering toegekend door de Audiencia Provincial in 2002.
13 juni 2006 - Santiago Pedraz, titularis van de rechtbank die De Juana zal berechten voor 2 opinieartikels verwerpt de klacht en gaat akkoord met een invrijheidstelling op 3 augustus 2005.
14 juni 2006 - De regering van de PSOE beveelt het Openbaar Ministerie om in beroep te gaan tegen elke vrijlating van om het even welke Etarra (en er zijn er heel wat op komst). De minister van Justitie, Juan Fernando López Aguilar, verzekert: “Wij zijn nieuwe beschuldigingen aan het construeren om te vermijden dat opgesloten Etarras op straat komen”. De woordvoerder van de PSOE in de Cortes, Diego López Garrido, beknt dat de regering alle sin het werk stelt zodat De Juana niet kan vrijkomen.
17 juni 2006 - Magistraat Santiago Pedraz bevestigt zijn beslissing om De Juana. niet te procederen.
6 juli 2006 - Minister van Justitie, Juan Fernando López Aguilar, verzekert dat er alles aan gedaan wordt zodat er geen voortijdige vrijlatingen gebeuren, en hij voegt er aan toe dat er aanwijzingen zijn dat De Juana vanuit zijn cel contacten blijft onderhouden met ETA.
7 juli 2006 - De AN verwerpt de weigering van Pedraz daterend van 17 juni 2006 en beveelt Pedraz een aanklacht op te stellen voor “lid van gewapende organisatie”, voor “terroristische bedreigingen” en beveelt ook de vrijlating te verhinderen.
9 juli 2006 - De president van de Sala de lo Penal de la Audiencia Nacional, Javier Gómez Bermúdez, ontkent dat de aanklacht tegen Iñaki de Juana het gevolg is van politieke druk.
10 augustus 2006 - Pedraz procedeert tegen Iñaki de Juana. Vijf gevangenisfunctionarissen verklaren voor de rechter dat ze zich bedreigd voelen door de artikelen van De Juana. Er zal een proces komen en in afwachting zal De Juana “preventief” vastgehouden worden.
7 augustus 2006 - Hongerstaking van 63 dagen door De Juana als protest tegen zijn behandeling. De laatste 10 dagen wordt hij onder dwang gevoed (tegen alle internationale verklaringen in), omdat men vreest voor rellen bij zijn overlijden, maar vooral omdat men hem levenslang wil laten rotten in zijn cel.
9 oktober 2006 - Het Openbaar Ministerie oordeelt dat de gevorderde strafmaat van 96 jaar buiten alle proporties is en stelt 6jaar voor.
27 oktober 2006 - Proces tegen Iñaki de Juana Chaos gaat van start in de Audiencia Nacional. Het Openbaar Ministerie heeft intussen de klacht “behorende tot een gewapende organisatie” verworpen, omdat de beklaagde geen twee maal voor éénzelfde feit kan veroordeeld worden. Het Openbaar Ministerie, bij monde van Fernando Burgos, geeft het tribunaal twee mogelijkheden: veroordeling voor een “delict van verheerlijking van het terrorisme”, met 4 jaar celstraf of veroordeling voor een “delict van uiten van bedreigingen”, met 13 jaar celstraf.