De 'œdoctrina Parot'


De Código Penal (Strafwetboek) van 1973 voorzag in een maximumstraf van 30 jaar, ongeachte of de beklaagde tot 100 of tot 3000 jaar werd veroordeeld. Bij het vervullen van bepaalde voorwaarden (universitaire studie b.v.) of na het uitzitten van ¾ van de straf kon er strafvermindering worden toegekend. In de praktijk betekende dit dat een veroordeelde na 15 of 20 jaar cel (al naar gelang) kon vrijkomen.
De poppen gingen aan het dansen toen de eerste Etarras moesten vrijgelaten worden. De redenering “meerdere moorden moeten strenger gestraft worden dan één moord” is nog te verdedigen, maar de maximumstraf was intussen bepaald op 30 jaar, jaren genoeg dus om een onderscheid te maken. Dit is intussen aangepast naar 40 jaar maximum, evenwel zonder terugwerkende kracht. Er moesten dus drastischer middelen gevonden worden.
De veroordeling van meerdere bloeddelicten mondde uit in veroordelingen van honderden tot zelfs duizenden jaren, al naar gelang het aantal misdrijven. Dit werd de aanleiding om vlug-vlug de wet naar de hand van de gezagvoerders te zetten. De strafvermindering, voorzien in de Código Penal van 1973 kon oplopen tot meerdere jaren. Als je op die manier 14 jaar verzameld had, kon je vrijkomen na 16 jaar cel (30 jaar maximum – 14 jaar strafvermindering). Dat moest kost wat kost vermeden worden, dus liet men die 30 jaar voor wat het was en begon men te rekenen op het totale aantal jaren uitgesproken in de veroordeling (3000 jaar - 14 jaar strafvermindering heeft, eufemistisch uitgedrukt, een heel ander resultaat). De eerste Etarra op wie die doctrine werd toegepast, was Unai Parot.
Na Parot volgden nog een hele reeks Etarras die opgesloten blijven (terwijl ze al vrij moesten zijn), zoals Domingo Troitiño Arranz, die moest vrijkomen op 5 mei 2006, en José Antonio López Ruiz “Kubati”, die moest vrijkomen op 24 juli 2006. Al naar gelang moeten ze nu in de cel blijven tot ten vroegste 2011 en sommigen zelfs tot 2020. Tegen die tijd zullen wel nieuwe drogredenen gevonden worden om hen levenslang te laten rotten in de cel.
Is dit een verdediging van hen die bloedige aanslagen hebben gepleegd? In geen geval. Zij verdienen een zware , maar rechtvaardige straf, die niet aangepast wordt al naar gelang de omstandigheden.
Is dit een aanklacht tegen de supranationale rechtstaat Spanje? In ieder geval. Men kan zo maar niet goedschiks, kwaadschiks wetten aanpassen al naar gelang de omstandigheden. Dit is een rechtstaat onwaardig en ruikt naar willekeur!
Op de ex-generaal van de Guardia Civil, Enrique Rodriguez Galindo, verantwoordelijk voor o.a. de moord op Lasa en Zabala, werd de doctrine Parot niet toegepast. Er werd een doekje voor het bloeden gevonden door te stellen dat men hem vrijliet op basis van gezondheidsredenen. Die basis wordt evenwel alleen toegepast op de “ons-kent-ons”-vriendjes en niet op Baskische politieke gevangen (zie Bautista Barandella).




















